Situering
We kennen craniale zenuw X = n. vagus en zijn rol bij de fonatie
Hoe ziet het volledige verloop eruit?
- Finish kennen we al
- Waar is de start
- Hoe gaat de zenuw van intra- naar extracranieel?
Door welk schedelbot gaat de passage van intra- naar extracranieel?
- Als 1ste stuk in de schedelpuzzel
X
X: n. vagus
- Medulla oblongata
- Foramen jugulare + ganglion jugulare
o Cellichamen kleine hoeveelheid somatische afferente neutronen
o N. auricularis (huid oorschelp en uitwendige gehoorgang)
Gerefereerde pijn: pijn afkomstig van X-gebied (larynx-
pharynx) kan door hersenen foutief geïnterpreteerd worden
als oorpijn!
- Ganglion nodosum
o Pharyngeale takken (vormen samen met IX de pharyngeale plexus!)
o Pharyngeale plexus:
Motorisch
Pharyngeale constrictoren
Zachte verhemelte
m. levator veli palatini
m. palatoglossus
m. palatopharyngeus
Sensorisch
Pharynx
Tongbasis
Epiglottis
- Langste zenuw (vagus = zwerver = vagebond)
- Vroeger ook n. pneumogastricus
- Somatisch motorisch: larynx
- Autonoom: hart, gladde spieren en klieren in thorax en abdomen
n. laryngeus superior (NLS)
- Aftakking net onder ganglion nodosum
- Loopt naar thyrohyoid-membraan
- Splitsing in:
o Interne tak: perforeert membraan: sensibiliteit supraglottische regio
o Externe tak: motorische vezels voor m. cricothyroideus
, n. laryngeus recurrens (NLR) of ‘inferior’)
- Aftakking verschilt:
o Rechts: onder art. Subclivia
o Links: onder aortaboog
- Terugkerend in groeve tussen trachea en slokdarm
- Motorisch voor alle andere larynxspieren (+ trachea,
slokdarm, hart,…)
- Sensorisch voor glottis en infraglottis (+ trachea, slokdarm,
hart,…)
Compositie Functie Origine Terminus Oranlala Effect Klinische
passage schade test
Mixed Smaak, S: visoera, S: medulla Forame Dysfonie Klinisch
pharyngeal tong, oblongata n , onderzoe
e en GI laryngopharyn M: tong, jugulare dysfagie k
sensaties x platum,
M: medulla laryngopharynx
oblongata , longen, hart,
lagere
ingewanden
Botgroei en ontwikkeling
Vorming: tijdens eerste weken als embryo
Einde: volwassen leeftijd (25 jaar)
Vorming:
- Verbening = vervangen weefsel (bindweefsel of KB) door beenweefsel
o Intramembraneus: tussen membraanachtige bindweefsellagen
2 membranen in contact
Infiltratie stamcellen osteoblasten
Osteoblasten: depositie ECM
Finaal laagje dens bot aan oppervlak
Maakt complexe botvormen mogelijk
o Endochondraal: massa’s kraakbeen die vervangen worden door
botweefsel
Kraakbeen ‘mal’ wordt vervangen door botweefsel
Enkel gewrichtskraakbeen blijft over
Mergholte (vermijden te zware botstructuur)
Meer ‘klassieke’ vorm van botten
- Calcificatie = afzetting calciumzouten (stevigheid)
Terminologie!!
Het proces van calcificaie tijdens de ossificatie is een crusiaal proces binnen de osteogenese
- Calcificatie = afzetting calciumzouten in weefsel
- Ossificatie = conversie tot bot