1
Samenvatting: Mondpathologie:
Neoplastische Slijmvliesaandoeningen:
Histologie van het slijmvlies:
• Normaal slijmvlies zal bedekt worden door plaveiselcelepitheel
• Sublagen van het slijmvlies:
o Mucosa met plaveiselcelepitheel
o Submucosa
o Muscularis externa
o Adventitia
Neoplastische slijmvliesaandoeningen
• Meest voorkomende neoplasie is het plaveiselcelcarcinoma
o OF epidermoïd epithelioom
o OF spinocellulair carcinoma
o OF squamous cell carcinoma
o Ongeveer 90%
• Minder voorkomende neoplasie is de speekselkliertumor
o Ongeveer 10%
Epidemiologie neoplastische slijmvliesaandoeningen:
• Algemene conclusie:
o Neoplasie is niet heel prevalent
▪ Ook niet super zeldzaam
o Prevalentie is al enkele jaren stabiel
• Locatie van neoplastische letsels:
o Meest voorkomend in lip en mondholte
▪ Vooral tong en mondbodem
o Minder in pharynx
o Minder in larynx
• Opmerking:
o Bij vrouwen zijn er minder frequent larynxtumoren aanwezig
▪ Vrouwen zullen minder roken
o Tumor zal pas op latere leeftijd tevoorschijn komen
▪ Vaak is er blootstelling op vrij jonge leeftijd door frequent alcohol- en
rookgedrag
o Hoe vroeger de vaststelling, hoe groter de kans dat patiënt nog leeft binnen 5 jaar
▪ Hoofd-halskanker heeft 50% survival op 5 jaar
Samenvatting: Mondpathologie: Neoplastische Slijmvliesaandoeningen
, 2
Etiologie van neoplastische slijmvliesaandoeningen:
• Roken
• Alcohol
• Humaan papilloma virus (HPV)
• Betelpeper
o OF sirih
o Kauwen van bladeren in Zuidoost Azië
• Maté:
o OF chimarron
o Soort thee in Zuid-Amerika
• Sommige etiologische factoren hebben weinig evidence
o Afwezigheid of onvoldoende verzorging van het gebit
o Gebruik van alcohol-bevattende mondwaters
Roken en alcohol:
• Roken en alcohol zorgen beiden voor ontwikkeling van neoplasie
o Er is een duidelijke correlatie
• Statistische gegevens:
o Roken heeft een grotere odds ratio
o Alcohol heeft een minder significante odds ratio
o Conclusie:
▪ In theorie is roken slechter dan alcohol
• Cumulatief effect van roken en alcohol:
o Cumulatief effect zal zorgen voor een exponentiële toename
HPV-virus:
• Meer dan 100 verschillende HPV-types zijn bekend
o HPV-type 16 en 18 zijn het meest voorkomend bij oropharynx-carcinoma
• Zeer uitgebreid effect
o Van wratten tot SOA tot neoplastische letsels
o Veroorzaken van abnormale celgroei van huid en slijmvliezen
• Diagnose:
o Op basis van p16-epitoop
▪ 100% sensitief
▪ 79% specifiek
o Relevant voor de TNM-classificatie
• Opmerking:
o Sommige HPV-types hebben een vaccin
▪ Er is vaccinatie tegen baarmoederhalskanker
▪ Jongens worden ook meer en meer gevaccineerd
Samenvatting: Mondpathologie: Neoplastische Slijmvliesaandoeningen
, 3
TNM-classificatie:
• Tumor:
o T1:
▪ Kleiner dan 2 cm in grootste afmeting
▪ Kleiner dan 5 mm in dieptegroei
o T1:
▪ Grootte ongeveer tussen 2 en 4 cm in grootste afmeting
▪ Kleiner dan 10 mm in dieptegroei
o T3:
▪ Groter dan 4 cm in grootste afmeting
▪ Groter dan 10 mm in dieptegroei
o T4a:
▪ Tumor is uitgebreid in corticaal bot van de mandibula of maxilla
▪ Tumor groeit in de huid
o T4b:
▪ Tumor is uitgebreid in de masticatorloge, pterygoidplaten of schedelbasis
▪ Tumor omgroeit de arteria carotis
• Nodus:
o N1:
▪ Homolaterale lymfeklier kleiner dan 3 cm
o N2a:
▪ Homolaterale lymfeklier tussen 3 en 6 cm
o N2b:
▪ Meerdere homolaterale lymfeklieren kleiner dan 6 cm
o N2c:
▪ Contra- of bilaterale lymfeklieren aanwezig
o N3a:
▪ Lymfeklier is groter dan 6 cm
o N3b:
▪ Kapseldoorbraak van het letsel
• Metastase:
o M0:
▪ Geen metastase op afstand
o M1:
▪ Metastase op afstand
• Opmerking:
o Vergevorderde tumor zal automatische slechtere prognose hebben
▪ Zie verder
Samenvatting: Mondpathologie: Neoplastische Slijmvliesaandoeningen
Samenvatting: Mondpathologie:
Neoplastische Slijmvliesaandoeningen:
Histologie van het slijmvlies:
• Normaal slijmvlies zal bedekt worden door plaveiselcelepitheel
• Sublagen van het slijmvlies:
o Mucosa met plaveiselcelepitheel
o Submucosa
o Muscularis externa
o Adventitia
Neoplastische slijmvliesaandoeningen
• Meest voorkomende neoplasie is het plaveiselcelcarcinoma
o OF epidermoïd epithelioom
o OF spinocellulair carcinoma
o OF squamous cell carcinoma
o Ongeveer 90%
• Minder voorkomende neoplasie is de speekselkliertumor
o Ongeveer 10%
Epidemiologie neoplastische slijmvliesaandoeningen:
• Algemene conclusie:
o Neoplasie is niet heel prevalent
▪ Ook niet super zeldzaam
o Prevalentie is al enkele jaren stabiel
• Locatie van neoplastische letsels:
o Meest voorkomend in lip en mondholte
▪ Vooral tong en mondbodem
o Minder in pharynx
o Minder in larynx
• Opmerking:
o Bij vrouwen zijn er minder frequent larynxtumoren aanwezig
▪ Vrouwen zullen minder roken
o Tumor zal pas op latere leeftijd tevoorschijn komen
▪ Vaak is er blootstelling op vrij jonge leeftijd door frequent alcohol- en
rookgedrag
o Hoe vroeger de vaststelling, hoe groter de kans dat patiënt nog leeft binnen 5 jaar
▪ Hoofd-halskanker heeft 50% survival op 5 jaar
Samenvatting: Mondpathologie: Neoplastische Slijmvliesaandoeningen
, 2
Etiologie van neoplastische slijmvliesaandoeningen:
• Roken
• Alcohol
• Humaan papilloma virus (HPV)
• Betelpeper
o OF sirih
o Kauwen van bladeren in Zuidoost Azië
• Maté:
o OF chimarron
o Soort thee in Zuid-Amerika
• Sommige etiologische factoren hebben weinig evidence
o Afwezigheid of onvoldoende verzorging van het gebit
o Gebruik van alcohol-bevattende mondwaters
Roken en alcohol:
• Roken en alcohol zorgen beiden voor ontwikkeling van neoplasie
o Er is een duidelijke correlatie
• Statistische gegevens:
o Roken heeft een grotere odds ratio
o Alcohol heeft een minder significante odds ratio
o Conclusie:
▪ In theorie is roken slechter dan alcohol
• Cumulatief effect van roken en alcohol:
o Cumulatief effect zal zorgen voor een exponentiële toename
HPV-virus:
• Meer dan 100 verschillende HPV-types zijn bekend
o HPV-type 16 en 18 zijn het meest voorkomend bij oropharynx-carcinoma
• Zeer uitgebreid effect
o Van wratten tot SOA tot neoplastische letsels
o Veroorzaken van abnormale celgroei van huid en slijmvliezen
• Diagnose:
o Op basis van p16-epitoop
▪ 100% sensitief
▪ 79% specifiek
o Relevant voor de TNM-classificatie
• Opmerking:
o Sommige HPV-types hebben een vaccin
▪ Er is vaccinatie tegen baarmoederhalskanker
▪ Jongens worden ook meer en meer gevaccineerd
Samenvatting: Mondpathologie: Neoplastische Slijmvliesaandoeningen
, 3
TNM-classificatie:
• Tumor:
o T1:
▪ Kleiner dan 2 cm in grootste afmeting
▪ Kleiner dan 5 mm in dieptegroei
o T1:
▪ Grootte ongeveer tussen 2 en 4 cm in grootste afmeting
▪ Kleiner dan 10 mm in dieptegroei
o T3:
▪ Groter dan 4 cm in grootste afmeting
▪ Groter dan 10 mm in dieptegroei
o T4a:
▪ Tumor is uitgebreid in corticaal bot van de mandibula of maxilla
▪ Tumor groeit in de huid
o T4b:
▪ Tumor is uitgebreid in de masticatorloge, pterygoidplaten of schedelbasis
▪ Tumor omgroeit de arteria carotis
• Nodus:
o N1:
▪ Homolaterale lymfeklier kleiner dan 3 cm
o N2a:
▪ Homolaterale lymfeklier tussen 3 en 6 cm
o N2b:
▪ Meerdere homolaterale lymfeklieren kleiner dan 6 cm
o N2c:
▪ Contra- of bilaterale lymfeklieren aanwezig
o N3a:
▪ Lymfeklier is groter dan 6 cm
o N3b:
▪ Kapseldoorbraak van het letsel
• Metastase:
o M0:
▪ Geen metastase op afstand
o M1:
▪ Metastase op afstand
• Opmerking:
o Vergevorderde tumor zal automatische slechtere prognose hebben
▪ Zie verder
Samenvatting: Mondpathologie: Neoplastische Slijmvliesaandoeningen