Hoofdstuk 15: Metabolisme van koolhydraten, eiwitten en vetten
15.1 Algemene aspecten
• Omnivoren en carnivoren
o Beperkt aantal voedingen/ dag: vertering en resorptie binnen 4u na maaltijd
§ Belangrijke periodes/dag zonder voedselopname
• Wisselwerking absorptie/opnamefase en mobilisatiefase
o Verbruik + opslag reserve en verbruik + aanboren reserve
§ Rol van homeostase
o Rol van homeostase: steeds lichaam van “brandstof” voorzien
• Planteneters
o Herkauwers continu eten, andere semi in maaltijden
• Nutriënten worden verteerd tot kleine molecules: resorptie!
o Als energiebron: verbanden glucose, VZ’en en aminozuren
o Als bouwstenen voor eiwitten, enzymen, hormonen, antilichamen, …
o Overmaat opgeslagen als vetweefsel, glycogeen en eiwitten
§ Eiwitten niet opgeslagen voor energie, maar kunnen wel gebruikt worden
• Centrale rol van de lever!
15.2 De absorptiefase of opnamefase
• In darm opname van glucose, AZ’en en vetten
o Glucose en AZ’en gebufferd/geprocesserd in lever voordat vrijgegeven aan circulatie
o Vetten worden gebypassed: niet gebufferd door lever
§ Via lymfe meteen in bloed: gemakkelijk schommelingen in bloed
15.2.1 Glucose, galactose en fructose
• In de lever
o Glycogeen opslag (tot 5% van gewicht lever)
o Verband als energiebron
o Vetsynthese (glycerol en VZ synthese)
• In de spieren
o Energiebron en glycogeen opslag
• In meeste weefsels energie bron
• In vetweefsel vetsynthese
• Hoe glucose opname?
o Secundair actief transport: tegen de concentratie gradiënt in
§ Vanuit niertubulus naar bloed
§ Vanuit darm naar bloed
o Gefacilieerde diffusie: met concentratie gradiënt
§ Concentratie glucose in cel laag houden: in cel meteen omgezet
• Naar Glucose 6 P: gepolariseerd: kan cel niet ontsnappen
§ A.d.h.v. glucose transporters
• Glut 4: insuline afhankelijk (vet en spierweefsel)
• Glut 1/3: insuline onafhankelijk: weefsels met prioriteit (hersenen)
1
, 15.2.2 Lipiden
15.2.2.1 Lipidenfracties
• Triglyceriden
o Opname in dunne darm: chylomicronen naar lymfe naar bloed
§ Sterke concentratie schommelingen
§ Lipoproteïne lipase tot expressie gebracht door target weefsel
• Gaat getransporteerd worden naar endotheel capillair in de buurt
o Zo VZ’en loskoppelen en opgenomen
§ Opnieuw veresterd worden tot TG aan glycerol
§ Gebruikt als brandstof in de meeste weefsels
§ Chylomicron-rest samen met deel aan VLDL-rest opgenomen in lever
• Via receptor gemedieerde endocytose
o Gedemonteerd tot AZ’en, cholesterol, VZ’en en fosfolipiden
o Ook aangemaakt in lever (uit glucose en VZ’en) en verpakt in VLDL
§ VLDL-rest opgeladen met cholesterolesters: LDL
• Voert cholesterol naar perifeer weefsel
o Rol van glucose in vetsynthese?
§ In lever en vetweefsel: aanmaak glycerol en VZ’en (pentosefosfaatpathway)
• Vetweefsel geen glycerol opnemen maar het wel maken uit glucose
o Geen glycerokinase in vetweefsel
• Fosfolipiden
o Bouwstenen van membranen
• Cholesterol
o Opgenomen in darm, aangemaakt in lever en in cellen
o Bouwstenen van membranen
o Grondstof van steroïden
• Niet veresterde vrije vetzuren (NEFA’s)
o Uit vetweefsel na lipolyse
o Heel korte halfwaarde tijd door snelle opname in lever en andere weefsels
15.2.2.2 Lipoproteïne of vettransporters
• Vetten onoplosbaar in water: wateroplosbare transporteurs nodig
o 5 verschillenden vrachtwagens (uit fosfolipiden, cholesterol, TAG en apoproteines)
§ Chylomicronen: grootse maar laagste densiteit
• Vooral TG, synthese in dunne
§ VLDL
• Vooral TG, synthese in lever
• Rest opgenomen in lever of aangerijkt met cholesterol of LDL
§ IDL
§ LDL
• Vooral cholesterol: transport cholesterol naar de cellen (slechte C)
o Endocytose na receptorbinding op celmembraan
§ Rol apolipoproteïne- receptor interactie
• Synthese in bloedbaan uit VLDL-rest
§ HDL: kleinste maar hoogste densiteit
• Eiwit, synthese in lever, overmatig cholesterol ophalen van cellen
o Dumpt C in lever: afvoer gal (goede C)
2
15.1 Algemene aspecten
• Omnivoren en carnivoren
o Beperkt aantal voedingen/ dag: vertering en resorptie binnen 4u na maaltijd
§ Belangrijke periodes/dag zonder voedselopname
• Wisselwerking absorptie/opnamefase en mobilisatiefase
o Verbruik + opslag reserve en verbruik + aanboren reserve
§ Rol van homeostase
o Rol van homeostase: steeds lichaam van “brandstof” voorzien
• Planteneters
o Herkauwers continu eten, andere semi in maaltijden
• Nutriënten worden verteerd tot kleine molecules: resorptie!
o Als energiebron: verbanden glucose, VZ’en en aminozuren
o Als bouwstenen voor eiwitten, enzymen, hormonen, antilichamen, …
o Overmaat opgeslagen als vetweefsel, glycogeen en eiwitten
§ Eiwitten niet opgeslagen voor energie, maar kunnen wel gebruikt worden
• Centrale rol van de lever!
15.2 De absorptiefase of opnamefase
• In darm opname van glucose, AZ’en en vetten
o Glucose en AZ’en gebufferd/geprocesserd in lever voordat vrijgegeven aan circulatie
o Vetten worden gebypassed: niet gebufferd door lever
§ Via lymfe meteen in bloed: gemakkelijk schommelingen in bloed
15.2.1 Glucose, galactose en fructose
• In de lever
o Glycogeen opslag (tot 5% van gewicht lever)
o Verband als energiebron
o Vetsynthese (glycerol en VZ synthese)
• In de spieren
o Energiebron en glycogeen opslag
• In meeste weefsels energie bron
• In vetweefsel vetsynthese
• Hoe glucose opname?
o Secundair actief transport: tegen de concentratie gradiënt in
§ Vanuit niertubulus naar bloed
§ Vanuit darm naar bloed
o Gefacilieerde diffusie: met concentratie gradiënt
§ Concentratie glucose in cel laag houden: in cel meteen omgezet
• Naar Glucose 6 P: gepolariseerd: kan cel niet ontsnappen
§ A.d.h.v. glucose transporters
• Glut 4: insuline afhankelijk (vet en spierweefsel)
• Glut 1/3: insuline onafhankelijk: weefsels met prioriteit (hersenen)
1
, 15.2.2 Lipiden
15.2.2.1 Lipidenfracties
• Triglyceriden
o Opname in dunne darm: chylomicronen naar lymfe naar bloed
§ Sterke concentratie schommelingen
§ Lipoproteïne lipase tot expressie gebracht door target weefsel
• Gaat getransporteerd worden naar endotheel capillair in de buurt
o Zo VZ’en loskoppelen en opgenomen
§ Opnieuw veresterd worden tot TG aan glycerol
§ Gebruikt als brandstof in de meeste weefsels
§ Chylomicron-rest samen met deel aan VLDL-rest opgenomen in lever
• Via receptor gemedieerde endocytose
o Gedemonteerd tot AZ’en, cholesterol, VZ’en en fosfolipiden
o Ook aangemaakt in lever (uit glucose en VZ’en) en verpakt in VLDL
§ VLDL-rest opgeladen met cholesterolesters: LDL
• Voert cholesterol naar perifeer weefsel
o Rol van glucose in vetsynthese?
§ In lever en vetweefsel: aanmaak glycerol en VZ’en (pentosefosfaatpathway)
• Vetweefsel geen glycerol opnemen maar het wel maken uit glucose
o Geen glycerokinase in vetweefsel
• Fosfolipiden
o Bouwstenen van membranen
• Cholesterol
o Opgenomen in darm, aangemaakt in lever en in cellen
o Bouwstenen van membranen
o Grondstof van steroïden
• Niet veresterde vrije vetzuren (NEFA’s)
o Uit vetweefsel na lipolyse
o Heel korte halfwaarde tijd door snelle opname in lever en andere weefsels
15.2.2.2 Lipoproteïne of vettransporters
• Vetten onoplosbaar in water: wateroplosbare transporteurs nodig
o 5 verschillenden vrachtwagens (uit fosfolipiden, cholesterol, TAG en apoproteines)
§ Chylomicronen: grootse maar laagste densiteit
• Vooral TG, synthese in dunne
§ VLDL
• Vooral TG, synthese in lever
• Rest opgenomen in lever of aangerijkt met cholesterol of LDL
§ IDL
§ LDL
• Vooral cholesterol: transport cholesterol naar de cellen (slechte C)
o Endocytose na receptorbinding op celmembraan
§ Rol apolipoproteïne- receptor interactie
• Synthese in bloedbaan uit VLDL-rest
§ HDL: kleinste maar hoogste densiteit
• Eiwit, synthese in lever, overmatig cholesterol ophalen van cellen
o Dumpt C in lever: afvoer gal (goede C)
2