KBA:H4:elektromyografie
spieren vormen fysiologische motor
- toelaten krachten generen bewegen
spieractiviteit = gedeeltelijk afgeleid
- uit observeren P
- obv. kinetische data
vaak moeilijk vast stellen welke spieren juist werken bij specifieke beweging
Kennis over timing spierwerking tijdens stappen
- beter inzicht in specifieke functie spieren
- vergemakkelijkt klinische beoordeling afwijkingen op normale gangpatroon
dynamische elektromyografie (EMG) tijdens stappen
- info over timing & intensiteit spieractiviteit
EMG
- som signalen van AP binnen ≠ motorische eenheden van spier
- Bij ↑ contractie = ↑ amplitude & densiteit van EMGsignaal
- meestal ifv % van gangcyclus weergegevenspier die ‘on’ & ‘off’ is
spier = ‘on’
EMG-activiteit = bepaalde drempelwaarde boven rustniveau bereikt
Spier = ‘off’
bepaalde drempelwaarde boven rustniveau ≠ bereikt
- typische EMG-grafiek
Aangeven periode dat spier normaal zou moeten werken
met balk
spier is ‘on’
timing spieren = afhankelijk van spierfunctie
- heupflexoren
voornamelijk tijdens overgang steun- naar zwaaifase
- heupextensoren
vooral tijdens overgang zwaai- naar steunfase
- pathologische patronen
vroegtijdig
verlengd
‘out-of-phase’
continue activiteit
vertraagd
afwezig
Vergelijke tussen personen gaat niet
Afhankelijk van vet en verplaatsing
1. Heup
3 spiergroepen = belangrijke rol tijdens gaan
1. heupextensoren,
2. heupflexoren
3. heupabductoren.
Over rol adductoren & endorotatoren = minder bekend
Nala Melis Pagina 1
, KBA:H4:elektromyografie
a. Heupextensoren
m. gluteus maximus
- /a/ begint tijdens terminal swing
- lichte excentrische contractie 2 doeleinden
1) afremmen heupflexie
2) spieren voorbereiden op opvangen LG in begin steunfase
- begin steunfase = sterk samentrekken
heup strekken
vooroverbuigen romp te voorkomen (knipmes)
- einde /a/ in mid stance
LG ondersteunen
Heupextensie uitvoeren
hamstrings
- m. biceps femoris
- m. semitendinosus
- m.semimembranosus
assisteren m.gluteus maximus in 1ste 10% van gangcyclus
ondersteunen LG
verzorgen heupextensie
b. heupflexoren
m. iliacus
m.
- been voorwaarts brengen in zwaaifase
- voorbereiden op volgende stap
- been voldoende heffen vrijmaken voet garanderen
- /a/ voor ‘toe off’
vertragen heupextensie excentrische contractie
gevolgd door concentrische actie been net voor ‘toe off’ in zwaaifase te brengen
initial swing
- stop /a/ heupflexoren = 2e helft zwaaifase
verder in flexie door voorwaartse momentum
m. rectus femoris
- assisteert
samenvatting
Heupextensie :
Terminal swing :
gluteus maximus + hamstrings = lichte eccentrische contractie
Afremmen heupflexie
Voorbereiden opvangen lichaamsgewicht steunfase
Loading respons :
gluteus maximus + hamstrings = concentrische contractie
Nala Melis Pagina 2
spieren vormen fysiologische motor
- toelaten krachten generen bewegen
spieractiviteit = gedeeltelijk afgeleid
- uit observeren P
- obv. kinetische data
vaak moeilijk vast stellen welke spieren juist werken bij specifieke beweging
Kennis over timing spierwerking tijdens stappen
- beter inzicht in specifieke functie spieren
- vergemakkelijkt klinische beoordeling afwijkingen op normale gangpatroon
dynamische elektromyografie (EMG) tijdens stappen
- info over timing & intensiteit spieractiviteit
EMG
- som signalen van AP binnen ≠ motorische eenheden van spier
- Bij ↑ contractie = ↑ amplitude & densiteit van EMGsignaal
- meestal ifv % van gangcyclus weergegevenspier die ‘on’ & ‘off’ is
spier = ‘on’
EMG-activiteit = bepaalde drempelwaarde boven rustniveau bereikt
Spier = ‘off’
bepaalde drempelwaarde boven rustniveau ≠ bereikt
- typische EMG-grafiek
Aangeven periode dat spier normaal zou moeten werken
met balk
spier is ‘on’
timing spieren = afhankelijk van spierfunctie
- heupflexoren
voornamelijk tijdens overgang steun- naar zwaaifase
- heupextensoren
vooral tijdens overgang zwaai- naar steunfase
- pathologische patronen
vroegtijdig
verlengd
‘out-of-phase’
continue activiteit
vertraagd
afwezig
Vergelijke tussen personen gaat niet
Afhankelijk van vet en verplaatsing
1. Heup
3 spiergroepen = belangrijke rol tijdens gaan
1. heupextensoren,
2. heupflexoren
3. heupabductoren.
Over rol adductoren & endorotatoren = minder bekend
Nala Melis Pagina 1
, KBA:H4:elektromyografie
a. Heupextensoren
m. gluteus maximus
- /a/ begint tijdens terminal swing
- lichte excentrische contractie 2 doeleinden
1) afremmen heupflexie
2) spieren voorbereiden op opvangen LG in begin steunfase
- begin steunfase = sterk samentrekken
heup strekken
vooroverbuigen romp te voorkomen (knipmes)
- einde /a/ in mid stance
LG ondersteunen
Heupextensie uitvoeren
hamstrings
- m. biceps femoris
- m. semitendinosus
- m.semimembranosus
assisteren m.gluteus maximus in 1ste 10% van gangcyclus
ondersteunen LG
verzorgen heupextensie
b. heupflexoren
m. iliacus
m.
- been voorwaarts brengen in zwaaifase
- voorbereiden op volgende stap
- been voldoende heffen vrijmaken voet garanderen
- /a/ voor ‘toe off’
vertragen heupextensie excentrische contractie
gevolgd door concentrische actie been net voor ‘toe off’ in zwaaifase te brengen
initial swing
- stop /a/ heupflexoren = 2e helft zwaaifase
verder in flexie door voorwaartse momentum
m. rectus femoris
- assisteert
samenvatting
Heupextensie :
Terminal swing :
gluteus maximus + hamstrings = lichte eccentrische contractie
Afremmen heupflexie
Voorbereiden opvangen lichaamsgewicht steunfase
Loading respons :
gluteus maximus + hamstrings = concentrische contractie
Nala Melis Pagina 2