SAMENVATTING GYNAECOLOGIE
Samenvatting Gynaecologie ............................................................................................................................. 1
1. Herhaling bachelor .......................................................................................................................................... 2
2. Oligo- en polyhydramnios ............................................................................................................................. 41
3. Groeiproblematiek tijdens de zwangerschap ............................................................................................... 45
4. Intra-uteriene vruchtdood en zwangerschapsterminatie ............................................................................. 55
5. Meerlingenzwangerschap ............................................................................................................................. 63
6. Problemen tijdens arbeid en bevalling, kunstverlossing, sectio, traumatische ervaring .............................. 79
7. Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap ....................................................................................... 91
8. Cardiovasculaire aandoeningen in de zwangerschap ................................................................................. 104
9. Diabetes obesitas en zwangerschap ........................................................................................................... 110
10. Preterme arbeid, PPROM en postterm, inducite ................................................................................... 127
11. Infecties tijdens zwangerschap .............................................................................................................. 140
11. Bloedingen: 1ste trimester, 2de en 3de trimester ..................................................................................... 169
12. Trombose, trombofilie, vruchtwaterembool ......................................................................................... 185
13. Bloedgroepantagonisme, materne anemie ........................................................................................... 193
14. Vruchtbaarheidsproblemen: recapitulatie en uitbreiding ..................................................................... 208
15. Chronische buikpijn: endometriose en dd, waarde van gynaecologische echoscopie .......................... 218
16. Aandoeningen van vulva, vagina en cervix ............................................................................................ 230
17. Benigne aandoeningen van de uterus, tubae ovarium .......................................................................... 261
18. (pre)maligne aandoeningen van de Uterus, tubae ovarium .................................................................. 285
19. Abnormale uteriene bloedingen (benigne pathologie) ......................................................................... 306
20. Pelvic organ prolaps ............................................................................................................................... 326
21. Mamma pathologie ................................................................................................................................ 343
22. Seksueel geweld ..................................................................................................................................... 370
23. Pijnlijke seks (informatieve les?) ............................................................................................................ 374
1
,1. HERHALING BACHELOR
ZWANGERSCHAP EN BEVALLING IN EEN NOTENDOP
1. Bevruchting
- Ter hoogte van de zaadcellen: capacitatie en acrosoomreactie
- Bevruchte eicel = zygote
2. Innesteling
- Implantatie – nidatie
- Implantatie: rond dag 6 postconceptie, rond dag 21 van een 4-weekse cyclus
GEBRUIKTE TERMEN
- Aborta (A)
o Aantal miskramen (gedefinieerd als verlies van een zwangerschap tot een
zwangerschapsduur van 19 weken en 6 dagen)
- A.a.p (= Abortus arte provocatus)
o Aantal zwangerschapsafbrekingen
- Amenorroeduur
o De tijd verlopen sinds de eerste dag van de laatste regels
o Uitgedrukt in volledige weken
o Regelmatige cyclus van 28 dagen → zwangerschapsduur en amenorroeduur zijn identiek
▪ >< niet het geval bij een cyclus van meer of minder dan 28 dagen
- A terme
o Tussen 37 en 42 voldragen weken of tussen 259 tot minder dan 294 dagen
- Embryo
o De vrucht tot de achtste week na de bevruchting (vanaf 8 weken is de organogenese volledig)
- Foetus
o De vrucht vanaf 9 weken na de bevruchting tot aan de geboorte
- Gravida of graviditeit (G)
o Aantal zwangerschappen met inbegrip van de huidige
o Nulligravida: niet zwanger en is het nog nooit geweest
o Primigravida: voor de eerste keer zwanger
o Multigravida: vanaf de tweede zwangerschap
- Neonaat
o Vanaf de geboorte tot en met dag 28
- Para of pariteit (P)
o Aantal bevallingen, gedefinieerd als een zwangerschapsduur vanaf 20 weken
o Nullipara: kan multigravida zijn
o Primipara: eenmaal bevallen
o Multipara: ten minste tweemaal bevallen
o Bevalling vaginaal of per sectionem → geen invloed op de pariteit
➔ Betrekking op het aantal zwangerschappen, niet op het aantal foetussen
➔ Na één drieling die per sectionem geboren is, is men G1P1
- Postterm of serotien
o 42 of meer weken (294 dagen)
- Preterm
o Een zwangerschapsduur van minder dan 37 voldragen weken of 259 dagen
2
, - Very preterm
o Minder dan 32 weken of 224 dagen
- Extreem preterm
o Minder dan 28 weken of 196 dagen
- Vroeg neonataal
o De eerste week van de geboorte
o = pasgeborene
- Zuigeling
o Vanaf de geboorte tot aan de eerste verjaardag
- Zwangerschapsduur
o De tijd verlopen sinds de conceptie + twee weken
ZWANGERSCHAPSBEGELEIDING EN PRENATALE ZORG
Basis van woman centered care: informed consent en shared decision making
PRECONCEPTIONELE ZORG
Preconceptionele periode: van 14 weken voor tot 10 weken na de bevruchting
→ gameten worden matuur en epigenetische geprogrammeerd
- Gezonde levensstijl
o Stoppen met roken en alcohol
o Meer aandacht voor gezonde voeding gebaseerd op de nieuwe voedingsdriehoek
o Eventuele risico’s verbonden aan de woon- en werksituatie identificeren
- Foliumzuur
o Peventief 400-600 μg per dag foliumzuur voorschrijven aan vrouwen die een zwangerschap
plannen → 50% van alle neurale buisdefecten kunnen hiermee voorkomen worden
- Familiegeschiedenis
o Preconceptioneel nagaan of een koppel een verhoogd risico heeft op een genetische
aandoening
o Dragerschap voor autosomaal recessieve aandoeningen kan worden aangeboden, grondige
counceling (genetische berading) voor een dergelijke test
3
, PRENATALE CONTROLE
ZWANGERSCHAPSBEGELDEIDING
➔ Zwangerschapsmap via Kind en gezin
- Bloeddruk zittend nemen
PSYCHOSOCIALE ‘KWETSBAARHEID’
➔ Opsporen,
o Veel methoden beschikbaar
o ¼ zwangeren heeft 1 of meer kwetsbaarheidsfactoren (bv. middelengebruik, verstandelijke
beperking en psychiatrische problemen)
o Hoe vroeger in de zwangerschap de psychosociale kwetsbaarheden gedetecteerd worden →
hoe beter ze kunnen worden aangepakt → hoe minder impact ze zullen hebben op moeder
en kind na de geboorte
- Met systematische screening: ¼ geïdentificeerd
- >< zonder systematische screening: 1/20 van de potentieel psychologisch kwetsbare zwangere
vrouwen geïdentificeerd
LABORATORIUMONDERZOEK
- Obligaat testen
o Bloedgroep + irregulaire antistoffen
o Hemoglobine en mean corpuscular volume (MCV)
o Trombocyten
o Rubella IgG
o Hepatitis B surface antilichamen
o HIV
o Syfilis tests
o Urineonderzoek voor asymptomatische bacteriurie
- Facultatief testen
o Toxoplasmose IgG en IgM (max 2 keer terugbetaald bij zwangere)
o Varicella IgG
o Hepatitis C
o HbA1c Glucose
o NIPT
o Foetale resusfactor op materneel bloed bij resusnegatieve zwangeren
- Geen screening naar CMV en parvovirus!
ECHOGRAFISCH ONDERZOEK
- Vanaf 4,5 à 5 weken
o Intra-uteriene zwangerschapsring zichtbaar
- vanaf 6 weken
o Hartactie
- Eerste echografie: rond week 11-12
4
Samenvatting Gynaecologie ............................................................................................................................. 1
1. Herhaling bachelor .......................................................................................................................................... 2
2. Oligo- en polyhydramnios ............................................................................................................................. 41
3. Groeiproblematiek tijdens de zwangerschap ............................................................................................... 45
4. Intra-uteriene vruchtdood en zwangerschapsterminatie ............................................................................. 55
5. Meerlingenzwangerschap ............................................................................................................................. 63
6. Problemen tijdens arbeid en bevalling, kunstverlossing, sectio, traumatische ervaring .............................. 79
7. Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap ....................................................................................... 91
8. Cardiovasculaire aandoeningen in de zwangerschap ................................................................................. 104
9. Diabetes obesitas en zwangerschap ........................................................................................................... 110
10. Preterme arbeid, PPROM en postterm, inducite ................................................................................... 127
11. Infecties tijdens zwangerschap .............................................................................................................. 140
11. Bloedingen: 1ste trimester, 2de en 3de trimester ..................................................................................... 169
12. Trombose, trombofilie, vruchtwaterembool ......................................................................................... 185
13. Bloedgroepantagonisme, materne anemie ........................................................................................... 193
14. Vruchtbaarheidsproblemen: recapitulatie en uitbreiding ..................................................................... 208
15. Chronische buikpijn: endometriose en dd, waarde van gynaecologische echoscopie .......................... 218
16. Aandoeningen van vulva, vagina en cervix ............................................................................................ 230
17. Benigne aandoeningen van de uterus, tubae ovarium .......................................................................... 261
18. (pre)maligne aandoeningen van de Uterus, tubae ovarium .................................................................. 285
19. Abnormale uteriene bloedingen (benigne pathologie) ......................................................................... 306
20. Pelvic organ prolaps ............................................................................................................................... 326
21. Mamma pathologie ................................................................................................................................ 343
22. Seksueel geweld ..................................................................................................................................... 370
23. Pijnlijke seks (informatieve les?) ............................................................................................................ 374
1
,1. HERHALING BACHELOR
ZWANGERSCHAP EN BEVALLING IN EEN NOTENDOP
1. Bevruchting
- Ter hoogte van de zaadcellen: capacitatie en acrosoomreactie
- Bevruchte eicel = zygote
2. Innesteling
- Implantatie – nidatie
- Implantatie: rond dag 6 postconceptie, rond dag 21 van een 4-weekse cyclus
GEBRUIKTE TERMEN
- Aborta (A)
o Aantal miskramen (gedefinieerd als verlies van een zwangerschap tot een
zwangerschapsduur van 19 weken en 6 dagen)
- A.a.p (= Abortus arte provocatus)
o Aantal zwangerschapsafbrekingen
- Amenorroeduur
o De tijd verlopen sinds de eerste dag van de laatste regels
o Uitgedrukt in volledige weken
o Regelmatige cyclus van 28 dagen → zwangerschapsduur en amenorroeduur zijn identiek
▪ >< niet het geval bij een cyclus van meer of minder dan 28 dagen
- A terme
o Tussen 37 en 42 voldragen weken of tussen 259 tot minder dan 294 dagen
- Embryo
o De vrucht tot de achtste week na de bevruchting (vanaf 8 weken is de organogenese volledig)
- Foetus
o De vrucht vanaf 9 weken na de bevruchting tot aan de geboorte
- Gravida of graviditeit (G)
o Aantal zwangerschappen met inbegrip van de huidige
o Nulligravida: niet zwanger en is het nog nooit geweest
o Primigravida: voor de eerste keer zwanger
o Multigravida: vanaf de tweede zwangerschap
- Neonaat
o Vanaf de geboorte tot en met dag 28
- Para of pariteit (P)
o Aantal bevallingen, gedefinieerd als een zwangerschapsduur vanaf 20 weken
o Nullipara: kan multigravida zijn
o Primipara: eenmaal bevallen
o Multipara: ten minste tweemaal bevallen
o Bevalling vaginaal of per sectionem → geen invloed op de pariteit
➔ Betrekking op het aantal zwangerschappen, niet op het aantal foetussen
➔ Na één drieling die per sectionem geboren is, is men G1P1
- Postterm of serotien
o 42 of meer weken (294 dagen)
- Preterm
o Een zwangerschapsduur van minder dan 37 voldragen weken of 259 dagen
2
, - Very preterm
o Minder dan 32 weken of 224 dagen
- Extreem preterm
o Minder dan 28 weken of 196 dagen
- Vroeg neonataal
o De eerste week van de geboorte
o = pasgeborene
- Zuigeling
o Vanaf de geboorte tot aan de eerste verjaardag
- Zwangerschapsduur
o De tijd verlopen sinds de conceptie + twee weken
ZWANGERSCHAPSBEGELEIDING EN PRENATALE ZORG
Basis van woman centered care: informed consent en shared decision making
PRECONCEPTIONELE ZORG
Preconceptionele periode: van 14 weken voor tot 10 weken na de bevruchting
→ gameten worden matuur en epigenetische geprogrammeerd
- Gezonde levensstijl
o Stoppen met roken en alcohol
o Meer aandacht voor gezonde voeding gebaseerd op de nieuwe voedingsdriehoek
o Eventuele risico’s verbonden aan de woon- en werksituatie identificeren
- Foliumzuur
o Peventief 400-600 μg per dag foliumzuur voorschrijven aan vrouwen die een zwangerschap
plannen → 50% van alle neurale buisdefecten kunnen hiermee voorkomen worden
- Familiegeschiedenis
o Preconceptioneel nagaan of een koppel een verhoogd risico heeft op een genetische
aandoening
o Dragerschap voor autosomaal recessieve aandoeningen kan worden aangeboden, grondige
counceling (genetische berading) voor een dergelijke test
3
, PRENATALE CONTROLE
ZWANGERSCHAPSBEGELDEIDING
➔ Zwangerschapsmap via Kind en gezin
- Bloeddruk zittend nemen
PSYCHOSOCIALE ‘KWETSBAARHEID’
➔ Opsporen,
o Veel methoden beschikbaar
o ¼ zwangeren heeft 1 of meer kwetsbaarheidsfactoren (bv. middelengebruik, verstandelijke
beperking en psychiatrische problemen)
o Hoe vroeger in de zwangerschap de psychosociale kwetsbaarheden gedetecteerd worden →
hoe beter ze kunnen worden aangepakt → hoe minder impact ze zullen hebben op moeder
en kind na de geboorte
- Met systematische screening: ¼ geïdentificeerd
- >< zonder systematische screening: 1/20 van de potentieel psychologisch kwetsbare zwangere
vrouwen geïdentificeerd
LABORATORIUMONDERZOEK
- Obligaat testen
o Bloedgroep + irregulaire antistoffen
o Hemoglobine en mean corpuscular volume (MCV)
o Trombocyten
o Rubella IgG
o Hepatitis B surface antilichamen
o HIV
o Syfilis tests
o Urineonderzoek voor asymptomatische bacteriurie
- Facultatief testen
o Toxoplasmose IgG en IgM (max 2 keer terugbetaald bij zwangere)
o Varicella IgG
o Hepatitis C
o HbA1c Glucose
o NIPT
o Foetale resusfactor op materneel bloed bij resusnegatieve zwangeren
- Geen screening naar CMV en parvovirus!
ECHOGRAFISCH ONDERZOEK
- Vanaf 4,5 à 5 weken
o Intra-uteriene zwangerschapsring zichtbaar
- vanaf 6 weken
o Hartactie
- Eerste echografie: rond week 11-12
4