Neurotransmissie en centrale prikkeloverdracht
Klinische Neurologie
Epilepsie
Epilepsie is een chronische hersenaandoening die bestaat uit spontane aanvallen. De prevalentie is
0,8%.
Als je een ischemisch infarct hebt gehad, heb je 16% kans om binnen een jaar epilepsie te
ontwikkelen.
Een convulsie is niet meteen epilepsie, pas bij 2 of meer convulsies spreek je van epilepsie.
Kinderen hebben op jonge leeftijd meer kans op convulsies doordat hersenen en immuunsysteem
nog in ontwikkeling zijn.
Neuronaal netwerk
Een synaps kan zitten tussen axon en dendriet of tussen axon en cellichaam. Op synapsniveau zit een
chemische boodschapper: neurotransmitter. Voorbeelden hiervan zijn:
- GABA: belangrijkste inhiberende neurotransmitter in het brein
- Glutamaat: belangrijkste exciterende neurotransmitter in het brein. Een belangrijke receptor
hiervoor is NMDA-receptor, die werkt als een soort ion-kanaal. Hij verandert de ionenbalans
in de postsynaps.
Bij epilepsie wordt gedacht dat er een onbalans is tussen GABA en glutamaat.
Als een actiepotentiaal aankomt in een zenuwuiteinde, openen Ca kanalen in het axon. Hierdoor kan
Ca het axon instromen. Als er calciumstimulatie is zorgen eiwitten voor het verplaatsen van pakketjes
neurotransmitters naar het celmembraan. De pakketjes fuseren hiermee, waardoor
neurotransmitters vrijkomen. De concentratie neurotransmitter in de synaptische spleet is heel hoog.
In het post-synaptisch neuron worden neurotransmitters omgezet naar een elektrisch signaal.
Na en Ca zitten extracellulair, K zit intracellulair. De binnenkant van een cel is daardoor negatief ten
opzichte van de buitenkant van de cel. Als kanalen opengaan zal Na de cel ingaan, waardoor het
membraan positiever wordt (depolarisatie). Als Na kanalen sluiten, gaan K kanalen open, waardoor K
naar buiten kan stromen. Het membraan wordt dan negatiever (repolarisatie).
Naast neurotransmitters zijn er ook neuropeptiden. Neuropeptiden zijn kleine stukjes eiwit in
zenuwen. Ook deze zitten opgeslagen in een blaasje (groot)en kunnen ook meedoen aan
signaaloverdracht. Neurotransmitters spelen een rol bij snelle signaaloverdracht, neuropeptiden
spelen een rol bij langzame signaaloverdracht.
Glutamaatreceptoren
Twee typen:
- Ionotrope receptoren
- Metabotrope receptoren
Ionotrope receptoren zijn ion-kanalen. Deze gaan niet open door spanningsverschil op het
celmembraan, maar door binding van een neurotransmitter. Een voorbeeld hiervan is NMDA-
receptor, AMPA-receptor en Kainate receptor. Door binding verandert de ionbalans. Ze zijn voor de
snelle overdracht.
Metabotrope receptoren activeren een signaalcascade als glutamaat bindt (G-proteïn coupled). Het
duurt hierbij veel langer voordat er een effect in de cel ontstaat. Ze zijn voor de fijne, modulerende
overdracht.
Klinische Neurologie
Epilepsie
Epilepsie is een chronische hersenaandoening die bestaat uit spontane aanvallen. De prevalentie is
0,8%.
Als je een ischemisch infarct hebt gehad, heb je 16% kans om binnen een jaar epilepsie te
ontwikkelen.
Een convulsie is niet meteen epilepsie, pas bij 2 of meer convulsies spreek je van epilepsie.
Kinderen hebben op jonge leeftijd meer kans op convulsies doordat hersenen en immuunsysteem
nog in ontwikkeling zijn.
Neuronaal netwerk
Een synaps kan zitten tussen axon en dendriet of tussen axon en cellichaam. Op synapsniveau zit een
chemische boodschapper: neurotransmitter. Voorbeelden hiervan zijn:
- GABA: belangrijkste inhiberende neurotransmitter in het brein
- Glutamaat: belangrijkste exciterende neurotransmitter in het brein. Een belangrijke receptor
hiervoor is NMDA-receptor, die werkt als een soort ion-kanaal. Hij verandert de ionenbalans
in de postsynaps.
Bij epilepsie wordt gedacht dat er een onbalans is tussen GABA en glutamaat.
Als een actiepotentiaal aankomt in een zenuwuiteinde, openen Ca kanalen in het axon. Hierdoor kan
Ca het axon instromen. Als er calciumstimulatie is zorgen eiwitten voor het verplaatsen van pakketjes
neurotransmitters naar het celmembraan. De pakketjes fuseren hiermee, waardoor
neurotransmitters vrijkomen. De concentratie neurotransmitter in de synaptische spleet is heel hoog.
In het post-synaptisch neuron worden neurotransmitters omgezet naar een elektrisch signaal.
Na en Ca zitten extracellulair, K zit intracellulair. De binnenkant van een cel is daardoor negatief ten
opzichte van de buitenkant van de cel. Als kanalen opengaan zal Na de cel ingaan, waardoor het
membraan positiever wordt (depolarisatie). Als Na kanalen sluiten, gaan K kanalen open, waardoor K
naar buiten kan stromen. Het membraan wordt dan negatiever (repolarisatie).
Naast neurotransmitters zijn er ook neuropeptiden. Neuropeptiden zijn kleine stukjes eiwit in
zenuwen. Ook deze zitten opgeslagen in een blaasje (groot)en kunnen ook meedoen aan
signaaloverdracht. Neurotransmitters spelen een rol bij snelle signaaloverdracht, neuropeptiden
spelen een rol bij langzame signaaloverdracht.
Glutamaatreceptoren
Twee typen:
- Ionotrope receptoren
- Metabotrope receptoren
Ionotrope receptoren zijn ion-kanalen. Deze gaan niet open door spanningsverschil op het
celmembraan, maar door binding van een neurotransmitter. Een voorbeeld hiervan is NMDA-
receptor, AMPA-receptor en Kainate receptor. Door binding verandert de ionbalans. Ze zijn voor de
snelle overdracht.
Metabotrope receptoren activeren een signaalcascade als glutamaat bindt (G-proteïn coupled). Het
duurt hierbij veel langer voordat er een effect in de cel ontstaat. Ze zijn voor de fijne, modulerende
overdracht.