Biologie vakinhoud II.3: Biodiversiteit (deel 1)
1. Classificatie
- Ordenen/indelen van voorwerpen in deelverzamelingen is nuttig omdat dit het opzoeken +
terugvinden vergemakkelijkt
- Classificeren = levende wezens ordenen of indelen in deelverzamelingen; men gaat daarbij uit
van natuurlijke verwantschappen
- Om studie van organismen te vereenvoudigen gegroepeerd o.b.v. hun overeenkomsten +
verschillen
Resulteert in eenvoudige ordening/classificatie
- Biodiversiteit = de verscheidenheid aan soorten organismen
Belangrijk aspect voor dynamisch gezonde ecosystemen
A) Taxonomie, systematiek en fylogenie
1) Taxonomie
- Taxonomie = de wetenschap die zich bezighoudt met de classificatie, de nomenclatuur en
identificatie van levende organismen
- Taxon = organismen met gemeenschappelijke kenmerken
Bv. taxon "Mammalia": walvissen, vleermuizen, paarden en mensen
2) Systematiek
- Systematiek = tak van de biologie, die a.h.v. relevante kenmerken en eigenschappen,
rangschikkingen voorstelt die een idee geven van mogelijke verwantschappen en gradaties in
bouw
- Systematiek steunt op gegevens uit:
o Paleontologie
o Morfologie
o Embryologie
o Fysiologie
o Ethologie
o Chemische structuur
o Aardrijkskundige verspreiding van organismen
- Systematiek = de studie van de evolutieve relaties en verwantschappen van verschillende
organismen
Systematicus reconstrueert fylogenese van organisme = organismen evolutief verwant?
- Carl Linnaeus:
Grondslag voor hedendaagse systematiek
Inventariseren + binominale naamgeving gebruiken om organisme te benoemen
o Latijn: geslachtsnaam (genus) + soortnaam (species) bv. Homo sapiens
o Geen misverstanden ontstaan over welk organisme bestudeerd werd
o Verwantschapsbanden worden meteen duidelijk
o Geslachten familie orde klasse stam/fylum rijk
, 3) Fylogenie
- Fylogenie = domein binnen biologie waar systematici ontstaan van + verwantschappen tussen
organismen en groepen van organismen bestudeert
Gebaseerd op aanwijzingen
Via boomstructuur diverse evolutionaire relaties weergeven
- Voordeel van fylogenetische classificatie
Toont onderliggende biologische processen die verantwoordelijk zijn voor verscheidenheid
aan organismen
- Aangetoond: alle huidige soorten hebben een gemeenschappelijke oorsprong (wortels boom)
- Gebruik van fylogenie voor classificatiedoeleinden = relatief recent
a) Een stamboom ‘lezen’
- Fylogenetische stamboom = cladogram geeft evolutieve verwantschappen weer tussen
organismen of groepen van organismen, die men taxa noemt
- Toppen van boom = nakomelingen
- Knopen = gemeenschappelijke voorouder
- Nakomelingen die afstammen van dezelfde knoop vormen zustergroepen. De andere zijn
buitengroepen:
- Alle levende + uitgestorven organismen hebben welbepaalde plaats in deze ene fylogenie
“tree of life”
- Classificaties gebaseerd op fylogenetische relaties, staan borg voor grootst mogelijk
voorspellende waarde m.b.t. de kenmerken van de geclassificeerde organismen
1. Classificatie
- Ordenen/indelen van voorwerpen in deelverzamelingen is nuttig omdat dit het opzoeken +
terugvinden vergemakkelijkt
- Classificeren = levende wezens ordenen of indelen in deelverzamelingen; men gaat daarbij uit
van natuurlijke verwantschappen
- Om studie van organismen te vereenvoudigen gegroepeerd o.b.v. hun overeenkomsten +
verschillen
Resulteert in eenvoudige ordening/classificatie
- Biodiversiteit = de verscheidenheid aan soorten organismen
Belangrijk aspect voor dynamisch gezonde ecosystemen
A) Taxonomie, systematiek en fylogenie
1) Taxonomie
- Taxonomie = de wetenschap die zich bezighoudt met de classificatie, de nomenclatuur en
identificatie van levende organismen
- Taxon = organismen met gemeenschappelijke kenmerken
Bv. taxon "Mammalia": walvissen, vleermuizen, paarden en mensen
2) Systematiek
- Systematiek = tak van de biologie, die a.h.v. relevante kenmerken en eigenschappen,
rangschikkingen voorstelt die een idee geven van mogelijke verwantschappen en gradaties in
bouw
- Systematiek steunt op gegevens uit:
o Paleontologie
o Morfologie
o Embryologie
o Fysiologie
o Ethologie
o Chemische structuur
o Aardrijkskundige verspreiding van organismen
- Systematiek = de studie van de evolutieve relaties en verwantschappen van verschillende
organismen
Systematicus reconstrueert fylogenese van organisme = organismen evolutief verwant?
- Carl Linnaeus:
Grondslag voor hedendaagse systematiek
Inventariseren + binominale naamgeving gebruiken om organisme te benoemen
o Latijn: geslachtsnaam (genus) + soortnaam (species) bv. Homo sapiens
o Geen misverstanden ontstaan over welk organisme bestudeerd werd
o Verwantschapsbanden worden meteen duidelijk
o Geslachten familie orde klasse stam/fylum rijk
, 3) Fylogenie
- Fylogenie = domein binnen biologie waar systematici ontstaan van + verwantschappen tussen
organismen en groepen van organismen bestudeert
Gebaseerd op aanwijzingen
Via boomstructuur diverse evolutionaire relaties weergeven
- Voordeel van fylogenetische classificatie
Toont onderliggende biologische processen die verantwoordelijk zijn voor verscheidenheid
aan organismen
- Aangetoond: alle huidige soorten hebben een gemeenschappelijke oorsprong (wortels boom)
- Gebruik van fylogenie voor classificatiedoeleinden = relatief recent
a) Een stamboom ‘lezen’
- Fylogenetische stamboom = cladogram geeft evolutieve verwantschappen weer tussen
organismen of groepen van organismen, die men taxa noemt
- Toppen van boom = nakomelingen
- Knopen = gemeenschappelijke voorouder
- Nakomelingen die afstammen van dezelfde knoop vormen zustergroepen. De andere zijn
buitengroepen:
- Alle levende + uitgestorven organismen hebben welbepaalde plaats in deze ene fylogenie
“tree of life”
- Classificaties gebaseerd op fylogenetische relaties, staan borg voor grootst mogelijk
voorspellende waarde m.b.t. de kenmerken van de geclassificeerde organismen