Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 15 pages
Summary

Samenvatting Biologie vakinhoud II.2: Zintuigen

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 15 pages

Samenvatting biologie vakinhoud II.2: Zintuigen

Content preview

Biologie vakinhoud II.2: Zintuigen
1. De zintuigen
- Waarnemen  gebeurt door receptoren (= sensoren)
 Liggen meestal in gespecialiseerde organen = zintuigen
 Ontvangen prikkel + ‘vertalen’ het in impulsen  door centra in hersenschors verwerkt

- Prikkel steeds in één taal omgezet = elektriciteit
 'Vertalen' = bepaalde vorm van energie omgezet in elektrische energie

- Prikkel = pas omgezet in impuls wanneer prikkeldrempel van receptor bereikt wordt
 Wanneer prikkelsterkte toeneemt, ontstaan er per tijdseenheid meer impulsen
 Prikkelsterkte verhoogt  constateren toename van impulsfrequentie
 Let op: sterkte van elektriciteit van impuls neemt niet toe met toenemende prikkelsterkte!

- Op grond van specifieke prikkelgevoeligheid worden 4 typen receptoren onderscheiden:
o Chemische receptor = gevoelig voor verandering van chemische samenstelling rondom cellen
 Veroorzaakt door o.a. reuk- en smaakstoffen, koolstofdioxide, zuurstof en zuren
 Vb. smaakzintuigcellen op tong, reukzintuig in neus

o Mechanische receptor = geprikkeld door verandering van eigen celvorm
 Vormverandering treedt op o.i.v. mechanische krachten (druk, trillingen, trekspanning of
bewegingen van omringende vloeistof)
 Vb. pijn-, tast- en drukzintuigen in huid, bloeddruksensoren in wand van aorta

o Temperatuurreceptor = registreren temperatuurveranderingen
 In huid = zich warmte- en koudezintuigen
 Ook in centraal zenuwstelsel liggen temperatuurreceptoren (temperatuur bloed)

o Lichtreceptor (= fotosensoren) = licht is prikkel voor deze zintuigcellen
 Licht = vorm van elektromagnetische straling
 In lichaam komen ze maar op 1 plaats voor: in je ogen

- Elk type receptor is gevoelig voor bepaald soort prikkel = adequate prikkel
- Meeste receptoren liggen in organen die gespecialiseerd zijn in opvangen van adequate prikkels:
o Neus (reukzintuig): ruiken
o Oren (gehoorzintuig + evenwichtszintuig): horen + stand van hoofd en lichaam handhaven
o Tong (smaak- en tastzintuig): proeven, tast/druk, warmte/koude
o Huid (gevoelszintuig): huidgevoel, zoals druk, tast, warmte/koude, pijn, trillingen
o Ogen (gezichtszintuig): zien

A) De neus
- Boven in linker + rechter neusholte = reukslijmvlies
 Oppervlakte van ± 2,5 cm²
 Erin: 100 miljoen reukzintuigcellen = chemische receptoren
 Uitlopers van zintuigcellen lopen in bundeltjes naar reukzenuw in schedelholte

, - Vluchtige stoffen in ingeademde lucht lossen op in slijm van reukslijmvlies
 In opgeloste vorm gaan ze chemische verbinding aan met trilharen van zintuigcellen
 Gevormde verbinding vormt prikkel die door zintuigcellen in impulsen wordt omgezet
 Impulsen bereiken via reukzenuw het centrale zenuwstelsel

De neus en het reukslijmvlies
1) Hersenen
2) Reukzenuw
3) Neusholte
4) Geurstoffen
5) Reukkolf (uiteinde reukzenuw)
6) Zeefbeen
7) Uitlopers van reukzintuigcellen
8) Reukzintuigcel
9) Slijmvliescel
10) Slijm
11) Trilharen van de reukzintuigcel ⇒
= impulsrichting
12)
B) Het oor
- Oor = complex zintuig met binnenin 2 typen mechanische receptoren
 Geluidstrillingen + bewegingen van hoofd waargenomen

- Met oren kun je horen
 Buitenoor = prikkelopvangende gedeelte van oor
 Bestaat uit: oorschelp, uitwendige gehoorgang + trommelvlies

- In middenoor (= prikkelgeleidend) = holte met 3 gehoorbeentjes: hamer, aambeeld, stijgbeugel
 Zitten met beweeglijke gewrichtjes aan elkaar vast

- Trilling van trommelvlies brengt 3 beentjes achtereenvolgens in trilling
 Trilling = bij deze drievoudige overbrenging 20 x versterkt
 Zeer hard geluid beetje gedempt door klein spiertje aan trommelvlies

- Holte = ook trommelholte genoemd
 Met buitenwereld verbonden via buis van Eustachius  mond uit in keelholte
 Buis zorgt dat druk in middenoor gelijk is aan buitendruk

- Receptoren (= prikkelverwerkende) = in slakkenhuis in binnenoor
 Binnenoor staat met vlies in contact met middenoor
 Slakkenhuis = gevuld met vocht  trillingen naar zintuigcellen geleidt
 Trillingen omgezet in impulsen + via gehoorzenuw naar centrale zenuwstelsel doorgegeven

- In binnenoor = ook evenwichtszintuig
 Receptoren verspreid in 3 halvecirkelvormige kanalen in 3D structuur haaks op elkaar
 Kanalen = gevuld met vocht + op bepaalde plaatsen kristallen in = gehoorsteentjes (otolieten)

Document information

Study
Uploaded on
September 10, 2024
Number of pages
15
Written in
2021/2022
Type
Summary
$9.63

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
APUAstudent
4.0
(1)
Sold
52
Followers
0
Items
71
Last sold
2 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions