Biologie vakinhoud II.2: Hormonale regulatie
- Hormoonstelsel (endocriene stelsel) werkt met chemische boodschapperstoffen = hormonen
Hormonen = vaak eiwitten + meeste worden in hormoonklieren gemaakt
Klieren geven hormoon af aan bloed
- Bloed behoort tot inwendige milieu, vandaar term 'endocrien' (letterlijk 'afgifte naar binnen')
Hormoonklieren worden vaak endocriene klieren genoemd
- Hormoonstelsel werkt nauw samen met zenuwstelsel vooral bij groei + stofwisseling
Ook werking + ontwikkeling van voortplantingsorganen = sterk beïnvloed door hormonen
- Besturing door zenuwstelsel gaat razendsnel; hormonale regulatie gebeurt trager
Effecten die hormonen teweegbrengen van (veel) langere duur
Veel hormonen = geproduceerd door hormoonklieren, maar er zijn ook weefselhormonen
Belangrijke hormoonklieren
1) Pijnappelklier (in middelhersenen)
2) Hypofyse
3) Schildklier
4) Bijnier
5) Eilandjes van Langerhans (in alvleesklier)
6) Ovaria (eierstokken)
7) Testes (teelballen)
1. Algemene werking van hormonen
- Door aantal hormoonklieren = meer dan 1 hormoon gemaakt
Kan gebeuren dat er op bepaald moment 10 verschillende hormonen circuleren in bloed
Bij elk hormoon hoort minstens 1 doelwitorgaan (of doelwitweefsel) dat ervoor gevoelig is
- Celmembraan van cellen van doelwitorgaan hebben receptoren waaraan hormoon kan hechten
Hormoon kan invloed uitoefenen op celstofwisseling
Alleen cellen beïnvloed die geschikte receptor hebben
- Op grond van hun werking kun je hormonen in 2 groepen indelen:
o Steroïden steroïdhormonen = chemisch verwant aan cholesterol
o Peptidehormonen = meestal (poly)peptiden + soms ‘omgebouwde’ aminozuren
(aminozuurderivaten)
- Vb. van steroïdhormonen = geslachtshormonen + bijnierschorshormonen
Steroïden = niet oplosbaar in water waterafstotend
Worden voor transport in (waterige) bloed gebonden aan bepaalde bloedeiwitten
, - Steroïden dringen eenvoudig door celmembraan van doelwitorganen heen + binden in
cytoplasma aan bepaald eiwitmolecuul
Dit eiwitmolecuul = receptor voor hormoon
Hormoon-receptor-complex dringt door tot in kern, waar zich DNA bevindt
Complex gaat op plaatsen binding aan met DNA kan genexpressie stimuleren of remmen
Genexpressie leidt tot aanmaak van bepaalde eiwitten, zoals enzymen, die
stofwisselingsproces beïnvloeden
Zo stuurt hormoon-receptor-complex activiteiten van cel aan
- Anti-diuretisch hormoon (ADH), oxytocine + insuline = vb. van peptidehormonen
Oplosbaar in water + kan celmembraan van hun doelwitcellen niet passeren
Vanaf buitenkant van celmembraan oefent hormoon invloed uit op celmetabolisme
Deze invloed kan stimulerend of remmend zijn
- Hormoon (= procesfirst messenger) bindt aan gevoelige receptor in celmembraan
Binding = startsein voor reeks opeenvolgende reacties in cel
Eindresultaat = toename van cAMP (cyclisch adenosinemonofosfaat) gevormd uit ATP
cAMP (= second messenger) heeft invloed op celactiviteit, bv. veranderde enzymactiviteit
- Wanneer hormoon remmend is, zullen er juist minder cAMP's gevormd worden
Celactiviteit neemt af
Hele proces van signaal opvangen - membraanreceptor, signaaloverdrachten +
signaalverwerking (in DNA) = signaalcascade
- Er zijn hormonen die van aminozuren zijn afgeleid bv. adrenaline + schildklierhormoon
Hormonen werken volgens hetzelfde principe als peptidehormonen
Binden aan receptor in celmembraan van doelwitcel + veroorzaken dezelfde kettingreacties
- Pas op: hormonen zijn geen enzymen; ze zijn zelf niet in staat bepaalde chemische reacties te
versnellen of te vertragen
- Hormoonstelsel (endocriene stelsel) werkt met chemische boodschapperstoffen = hormonen
Hormonen = vaak eiwitten + meeste worden in hormoonklieren gemaakt
Klieren geven hormoon af aan bloed
- Bloed behoort tot inwendige milieu, vandaar term 'endocrien' (letterlijk 'afgifte naar binnen')
Hormoonklieren worden vaak endocriene klieren genoemd
- Hormoonstelsel werkt nauw samen met zenuwstelsel vooral bij groei + stofwisseling
Ook werking + ontwikkeling van voortplantingsorganen = sterk beïnvloed door hormonen
- Besturing door zenuwstelsel gaat razendsnel; hormonale regulatie gebeurt trager
Effecten die hormonen teweegbrengen van (veel) langere duur
Veel hormonen = geproduceerd door hormoonklieren, maar er zijn ook weefselhormonen
Belangrijke hormoonklieren
1) Pijnappelklier (in middelhersenen)
2) Hypofyse
3) Schildklier
4) Bijnier
5) Eilandjes van Langerhans (in alvleesklier)
6) Ovaria (eierstokken)
7) Testes (teelballen)
1. Algemene werking van hormonen
- Door aantal hormoonklieren = meer dan 1 hormoon gemaakt
Kan gebeuren dat er op bepaald moment 10 verschillende hormonen circuleren in bloed
Bij elk hormoon hoort minstens 1 doelwitorgaan (of doelwitweefsel) dat ervoor gevoelig is
- Celmembraan van cellen van doelwitorgaan hebben receptoren waaraan hormoon kan hechten
Hormoon kan invloed uitoefenen op celstofwisseling
Alleen cellen beïnvloed die geschikte receptor hebben
- Op grond van hun werking kun je hormonen in 2 groepen indelen:
o Steroïden steroïdhormonen = chemisch verwant aan cholesterol
o Peptidehormonen = meestal (poly)peptiden + soms ‘omgebouwde’ aminozuren
(aminozuurderivaten)
- Vb. van steroïdhormonen = geslachtshormonen + bijnierschorshormonen
Steroïden = niet oplosbaar in water waterafstotend
Worden voor transport in (waterige) bloed gebonden aan bepaalde bloedeiwitten
, - Steroïden dringen eenvoudig door celmembraan van doelwitorganen heen + binden in
cytoplasma aan bepaald eiwitmolecuul
Dit eiwitmolecuul = receptor voor hormoon
Hormoon-receptor-complex dringt door tot in kern, waar zich DNA bevindt
Complex gaat op plaatsen binding aan met DNA kan genexpressie stimuleren of remmen
Genexpressie leidt tot aanmaak van bepaalde eiwitten, zoals enzymen, die
stofwisselingsproces beïnvloeden
Zo stuurt hormoon-receptor-complex activiteiten van cel aan
- Anti-diuretisch hormoon (ADH), oxytocine + insuline = vb. van peptidehormonen
Oplosbaar in water + kan celmembraan van hun doelwitcellen niet passeren
Vanaf buitenkant van celmembraan oefent hormoon invloed uit op celmetabolisme
Deze invloed kan stimulerend of remmend zijn
- Hormoon (= procesfirst messenger) bindt aan gevoelige receptor in celmembraan
Binding = startsein voor reeks opeenvolgende reacties in cel
Eindresultaat = toename van cAMP (cyclisch adenosinemonofosfaat) gevormd uit ATP
cAMP (= second messenger) heeft invloed op celactiviteit, bv. veranderde enzymactiviteit
- Wanneer hormoon remmend is, zullen er juist minder cAMP's gevormd worden
Celactiviteit neemt af
Hele proces van signaal opvangen - membraanreceptor, signaaloverdrachten +
signaalverwerking (in DNA) = signaalcascade
- Er zijn hormonen die van aminozuren zijn afgeleid bv. adrenaline + schildklierhormoon
Hormonen werken volgens hetzelfde principe als peptidehormonen
Binden aan receptor in celmembraan van doelwitcel + veroorzaken dezelfde kettingreacties
- Pas op: hormonen zijn geen enzymen; ze zijn zelf niet in staat bepaalde chemische reacties te
versnellen of te vertragen