Hoofdstuk 1: Achtergrond en wettelijk kader
Theorie
Pacioli = de grondlegger van het boekhouden
De jaarrekening = balans, resultatenrekening en toelichting
Wie is er geïnteresseerd in de boekhouding?
- Aandeelhouders - Overheden en andere regulerende instanties
- Leidinggevenden - Concurrenten
- Schuldeisers - Beleggingsvennootschappen, wisselagenten, …
- Klanten en personeel - Milieubewegingen, …
Welk schema moet men toepassen; verkort of volledig?
Het volledige schema moet toegepast worden door vennootschappen die op balansdatum
van het laatste afgesloten boekjaar meer dan één van de volgende criteria overschrijden
+ de vennootschappen moeten niet beursgenoteerd zijn.
Overschrijden van meer dan één criterium heeft pas gevolgen als dit zich twee
opeenvolgende boekjaren voordoet
- Jaargemiddelde personeelsbestand = 50
- Jaaromzet, exclusief BTW = 9 000 000
- Balanstotaal = 4 500 000
Microvennootschappen = kleine vennootschappen met rechtspersoonlijkheid
- Geen moeder of dochtervennootschap
- Jaargemiddelde personeelsbestand = 10
- Jaaromzet, exclusief BTW = 700 000
- Balanstotaal = 350 000
Microschema is gelijk aan het verkorte schema wat betreft de balans en de
resultatenrekening maar heeft aanzienlijk minder toelichtingen.
1
,Moeder- en dochtervennootschappen
Als een vennootschap een moedervennootschap is, dan worden de criteria inzake omzet en
balanstotaal berekend op geconsolideerde basis.
- Personeel: werknemers worden opgeteld
- Jaaromzet exclusief btw: consolidatie uitvoeren
- Balanstotaal: consolidatie uitvoeren
Als de consolidatie niet wordt uitgevoerd, worden de grensbedragen inzake balanstotaal en
jaaromzet vermeerderd met 20% (10,8 miljoen en 5,4 miljoen)
De geconsolideerde bedragen verkrijgen we door de optelsom te maken van de omzet van
elke onderneming en die te verminderen met de intercompany-omzet (van 2 miljoen).
Als er meer dan 2 criteria overschreden zijn zullen alle moeders in de consolidatiekring
groot genoemd worden. Voor elke dochteronderneming die geen moeder is worden de
criteria op individuele basis bepaald.
Consortium
Als de vennootschap met één of meerdere andere vennootschappen een consortium vormt,
wordt elk van deze vennootschappen beschouwd als een moedervennootschap
Consortium
= Wanneer een onderneming en één of meerdere andere ondernemingen onder centrale
leiding staan. Dit is het geval als hun bestuursorganen in meerderheid bestaan uit dezelfde
personen of wanneer hun aandelen in meerderheid worden gehouden door dezelfde
personen.
2
, Hoofdstuk 2: Algemeen aanvaarde boekhoudprincipes
Theorie
Grondslagen waarop iedere boekhouding steunt (buco):
- Ondernemingsentiteit
- Uitdrukking in geldwaarde
- Bestendigheid
- Continuïteit (een onderneming blijft draaien)
Vaststellen gebeurtenissen (nvvt):
- Verantwoordingsstukken (documenten)
- Volledigheid (alles bruto)
- Niet-compensatie
- Matching-principe (K en O toekennen aan de juiste periode)
Vaststellen waarde (ivor):
- Principe van de individuele waardering
- Principe van de voorzichtigheid (niet overschatten)
- Principe van de objectiviteit (bv erfenis, moet objectief geschat worden)
- Principe van de relevantie
Aan welke regels moet rapportering voeldoen (pvg):
- Principe van de periodiciteit (rapporteren per jaar of per kwartaal)
- Principe van de vergelijkbaarheid (cijfers moeten kunnen vergeleken worden)
- Principe van getrouw beeld (cijfers moeten correct zijn)
3