WG 4 EUG
Poë van Looveren (S1007402)
Oefententamen
1. Simulation
A. What does the reform of the Posted Workers Directive tells us about the formal and informal
powers of the different institutions when it comes to initiating new legislation? (please read the
introduction to the simulation).
Formeel gezien kan de Europese Commissie een voorstel doen. Het Europees Parlement en de Raad van
Ministers doen dan de eerste lezing. De Raad gaat dan in een vergadering peilen wat de mening van de
lidstaten is. Dit is de Coreper vergadering. Er wordt daarna in de vorm van co-besluitvorming met de Raad
en het Europees Parlement besloten over het voorstel. De Raad kan dmv QMV het besluit teniet doen of
door laten gaan.
Informeel gezien probeert de Raad wel te luisteren naar haar lidstaten en tot een compromis te komen.
B. Several Member States felt that the subsidiarity principle was breached by the Commission’s
proposal to amend the Posted Workers directive. What is meant by this principle?
Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat beleid eigenlijk zo dicht mogelijk bij de burgers moet worden
gemaakt. Zo kan beter naar de burgers worden geluisterd.
C. Besides the Presidency, both the European Commission and the General Secretariat of the
Council of Minister can play a role in finding consensus between Member States. What important
“resource” or “asset” do both have to fulfill this role?
To what extent did the Commission or General Secretariat used this asset during the simulation?
De Europese Commissie kan verduidelijking geven bij bepaalde punten. Ook hielp de Commissie mee op
het gebied van consensus door technische assistentie te geven met betrekking tot de transitie aan
lidstaten die ernaar vragen.
De voorzitter hielp vooral in de informele momenten. Hij ging dan samen zitten met lidstaten, om zo tot
nieuwe voorstellen te komen. Hierdoor zijn we uiteindelijk tot een voorstel gekomen waar een
meerderheid voor was.
D. Neo-functionalists and Liberal Intergovernmentalists have a somewhat different understanding of
how consensus is reached in the Council of Ministers. What kind of processes and factors do
these two theories stresses about how consensus is reached? [This was explicitly discussed during
the lecture on the Council].
Which theory, in your view, best describes the way consensus was reached during the simulation
Het neo-functionalisme is een theorie die de rol van de natiestaat ondermijnt. Het focust op het gehele
proces van de EU integratie. Het gaat erom dat samenwerking leidt tot nieuwe samenwerking. Dit wordt
ook wel het mechanisme van spill-over genoemd. Er zijn drie soorten spill-over: functionele, politieke en
culturele. Functionele spill-over houdt in dat bij nieuwe samenwerking je weer tot nieuwe problemen
komt waarvoor weer nieuwe samenwerking nodig is. Bij politieke spill-over verschuift succes van
samenwerking als er nieuwe belangen in het spel komen op het supranationale niveau voor het vinden
van oplossingen van problemen. Samenwerking leidt dan tot meer socialisatie in plaats van nationalisatie
Poë van Looveren (S1007402)
Oefententamen
1. Simulation
A. What does the reform of the Posted Workers Directive tells us about the formal and informal
powers of the different institutions when it comes to initiating new legislation? (please read the
introduction to the simulation).
Formeel gezien kan de Europese Commissie een voorstel doen. Het Europees Parlement en de Raad van
Ministers doen dan de eerste lezing. De Raad gaat dan in een vergadering peilen wat de mening van de
lidstaten is. Dit is de Coreper vergadering. Er wordt daarna in de vorm van co-besluitvorming met de Raad
en het Europees Parlement besloten over het voorstel. De Raad kan dmv QMV het besluit teniet doen of
door laten gaan.
Informeel gezien probeert de Raad wel te luisteren naar haar lidstaten en tot een compromis te komen.
B. Several Member States felt that the subsidiarity principle was breached by the Commission’s
proposal to amend the Posted Workers directive. What is meant by this principle?
Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat beleid eigenlijk zo dicht mogelijk bij de burgers moet worden
gemaakt. Zo kan beter naar de burgers worden geluisterd.
C. Besides the Presidency, both the European Commission and the General Secretariat of the
Council of Minister can play a role in finding consensus between Member States. What important
“resource” or “asset” do both have to fulfill this role?
To what extent did the Commission or General Secretariat used this asset during the simulation?
De Europese Commissie kan verduidelijking geven bij bepaalde punten. Ook hielp de Commissie mee op
het gebied van consensus door technische assistentie te geven met betrekking tot de transitie aan
lidstaten die ernaar vragen.
De voorzitter hielp vooral in de informele momenten. Hij ging dan samen zitten met lidstaten, om zo tot
nieuwe voorstellen te komen. Hierdoor zijn we uiteindelijk tot een voorstel gekomen waar een
meerderheid voor was.
D. Neo-functionalists and Liberal Intergovernmentalists have a somewhat different understanding of
how consensus is reached in the Council of Ministers. What kind of processes and factors do
these two theories stresses about how consensus is reached? [This was explicitly discussed during
the lecture on the Council].
Which theory, in your view, best describes the way consensus was reached during the simulation
Het neo-functionalisme is een theorie die de rol van de natiestaat ondermijnt. Het focust op het gehele
proces van de EU integratie. Het gaat erom dat samenwerking leidt tot nieuwe samenwerking. Dit wordt
ook wel het mechanisme van spill-over genoemd. Er zijn drie soorten spill-over: functionele, politieke en
culturele. Functionele spill-over houdt in dat bij nieuwe samenwerking je weer tot nieuwe problemen
komt waarvoor weer nieuwe samenwerking nodig is. Bij politieke spill-over verschuift succes van
samenwerking als er nieuwe belangen in het spel komen op het supranationale niveau voor het vinden
van oplossingen van problemen. Samenwerking leidt dan tot meer socialisatie in plaats van nationalisatie