Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 22 pages
Answers

uitwerkingen newton natuurkunde VWO4 K3

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 22 pages

uitwerkingen newton natuurkunde VWO4 K3

Content preview

K3 Kern- en deeltjesprocessen
Materie | vwo
Uitwerking basisboek
K3.1 INTRODUCTIE

1 [W] Deeltjestheorie

2 [W] Deeltjes versnellen en afbuigen

3 [W] Materie en straling



K3.2 ELEMENTAIRE DEELTJES

4 [W] Computersimulatie: Botsingsexperimenten

5 Waar of niet waar?
a Waar
b Niet waar: Na de ontdekkingen van Thomson, Rutherford en (vele) anderen is er sprake van drie elementaire
deeltjes: het elektron, het proton en het neutron.
c Niet waar: Het aantal protonen in de kern van een atoom is gelijk aan het aantal om de kern heen bewegende
elektronen.
d Niet waar: De kern bevat geen elektronen. Het aantal elektronen dat rondom de kern beweegt is gelijk aan het
aantal protonen in die kern.
e Waar
f Waar

6 Een atoom is opgebouwd uit een kleine zware kern van positief geladen protonen en ongeladen neutronen. De
protonen en neutronen hebben ongeveer dezelfde massa. Op ‘grote afstand’ daaromheen cirkelen de veel lichtere,
negatief geladen elektronen.

7 In het experiment van Rutherford wordt dun goudfolie beschoten met α -deeltjes uit een radioactieve bron. Uit dit
experiment blijkt dat de meeste α -deeltjes dwars door de goudatomen heen gaan en niet of slechts heel licht
worden afgebogen. Slechts 1 op de 8000 α -deeltjes botst tegen de kern van een goudatoom en wordt
teruggekaatst. Dat betekent dat deze kern heel klein is ten opzichte van het goudatoom en veel zwaarder is dan een
α -deeltje. Rondom de relatief zware kern van het goudatoom zit dus vooral lege ruimte.

8

,9
a Het eerste en het derde deeltje worden afgestoten door de kern, waardoor de baan van richting verandert. Het
tweede deeltje botst tegen de kern aan en kaatst terug. Het vierde deeltje ondervindt geen invloed van de kern
omdat het er op te grote afstand langs beweegt.




a Het positief geladen α -deeltje beweegt recht op de positief geladen kern af, en wordt door de (afstotende)
elektrische kracht eerst afgeremd tot stilstand en daarna weer in tegengestelde richting versneld. Er is dus niet
echt sprake van een ‘botsing’.
b Omdat de kern zo klein is in vergelijking tot het hele atoom zullen de meeste α -deeltjes helemaal geen kern
tegenkomen en dus gewoon rechtdoor bewegen. De paar α -deeltjes die de kern wel tegenkomen worden
hierdoor afgebogen zoals het 1e en 3e deeltje of zelfs teruggekaatst zoals het 2e deeltje.
c De oppervlakte van de dwarsdoorsnede van de kern is ongeveer 1/8000e deel van de oppervlakte van de
1
dwarsdoorsnede van het atoom. Voor de oppervlakte geldt dat A=π ∙ r 2, dus Akern = ∙A . Dat
8000 atoom
1 1 1
levert: r kern
2
= ∙r
8000 atoom
r atoom ≈ 100 ∙ r kern.
2
 r kern =
8000 √
∙r atoom  r kern ≈
100
∙ r atoom of



10
a Als de heliumkern alleen uit protonen zou bestaan zouden zowel de massa als de lading van een heliumkern
twee keer zo groot zijn als van een waterstofatoom. De verhouding tussen lading en massa blijft dan hetzelfde.
q
Omdat de verhouding voor de heliumkern anders is dan voor de waterstofkern zal er nog een deeltje (of
m
deeltjes) in de heliumkern aanwezig moeten zijn die dit verklaart.
q
d Omdat van de heliumkern 2 × zo klein is betekent dit dat de massa meer is toegenomen dan de lading. Er
m
zitten dus extra, ongeladen deeltjes in de heliumkern.
e De lading van de heliumkern is 2 × zo groot als de lading van de waterstofkern, dus er zitten 2 protonen in de
q
kern. Als 2 × zo klein is zal de massa van de heliumkern 4 × zo groot moeten zijn. Dan moeten er ook
m
2 neutronen in de heliumkern zitten.
f Koolstof heeft atoomnummer 6 en dus 6 protonen in de kern. Het aantal protonen in een koolstofkern is 6 × zo
q
groot als in een waterstofkern. Bij een tweemaal zo kleine verhouding moet de massa van de koolstofkern
m
12 × zo groot zijn, dus zitten er ook 6 neutronen in de koolstofkern.

, q
g Een C-14 kern heeft dezelfde lading als een C-12 kern, maar een grotere massa. De waarde van is dus
m
kleiner voor een C-14 kern.

11 Eigen antwoord van de leerling

Document information

Study
Uploaded on
October 16, 2019
Number of pages
22
Written in
2017/2018
Type
Answers
Person
Unknown
$4.12

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
333
Followers
220
Items
7
Last sold
1 day ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions