• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 24 pages
Summary

Samenvatting Fysiologie - Blok 1.1 - H2, H3.3, H5, H6, H12 en H13

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 24 pages

Samenvatting Fysiologie van het 1e blok van de studie Voeding en Diëtetiek Deze samenvatting bestaat uit de hoofdstukken 2, 3.3, 5, 6, 12 en 13

Content preview

Samenvatting Fysiologie – Blok
1.1
Hoofdstuk 2: Energievoorziening

Inleiding
 Stofwisseling zorgt voor de opbouw, instandhouding en afbraak van cellen en
weefsels.
 Stofwisseling zorgt ook voor de energie die nodig is voor de verschillende
levensprocessen.
 Ander woord voor stofwisseling = metabolisme.
 Celmetabolisme vindt plaats in het binnenste van de cel (hert cytoplasma)

Twee typen stofwisselingsprocessen
1. Anabole processen
- Weefselopbouwend
- Bijvoorbeeld: De aanmaak van stoffen, cellen of cel onderdelen
- Kosten energie
2. Katabole processen
- Weefsel afbrekend (afbraak van stoffen of cellen)
- Energie komt vrij  deze energie kan weer voor anabole processen worden
gebruikt.

 In periode van groei: Is de aanmaak van cellen groter dan de afbraak.
 Bij volwassenen is dit in evenwicht
 Op hogere leeftijd is de afbraak groter dan de aanmaak.
 Regeneratie: Proces van nieuwvorming als reactie op beschadigingen.
 Het regeneratievermogen hangt samen met:
- Het soort weefsel: epitheel herstelt sneller dan zenuwweefsel.
- Leeftijd: op latere leeftijd neemt het regeneratievermogen af.


Ruststofwisseling
 Ruststofwisseling: De hoeveelheid benodigde energie voor het ‘in standhouden’ van
ons lichaam.
- De hoeveelheid verbruikte energie in volledige rust, bij een
omgevingstemperatuur van 20 graden.
 Basaalmetabolisme: De minimale hoeveelheid energie die nodig is om de vegetatieve
processen (processen bij het constant houden van het interne milieu) te
onderhouden.
- Vaak moeilijk te meten.




1

,Factoren die het rustmetabolisme beïnvloeden:
1. Dag- en nachtritme
- Rustmetabolisme overdag hoger dan ‘s nachts
2. Lichaamsgrootte
- Een groter lichaam bevat meer cellen dan een kleiner lichaam  vergt dus meer
energie.
- Als de lichaamsgrootte toeneemt, neemt het lichaamsoppervlak per kilogram
lichaamsgewicht echter af.
3. Lichaamssamenstelling
- Rustmetabolisme is hoger bij iemand met meer spieren dan vet.
4. Sekse
- Vrouwen hebben een lager rustmetabolisme dan vrouwen.
- Vrouwen zijn gemiddeld kleiner en hebben een hoger vetpercentage.
- Hormonale verschillen  tijdens zwangerschap is het rustmetabolisme verhoogd.
5. Leeftijd
- Kinderen hebben een hoog rustmetabolisme  verhoogde energiebehoefte in de
groei.
- Als je ouder wordt neemt het rustmetabolisme af  vermindering van het aantal
actieve cellen  actief weefsel wordt meestal vervangen door vetweefsel.
6. Voeding
- Na het nuttigen van een maaltijd is de stofwisseling verhoogd.


Energie
 Als een mens beweegt gebeurd dit door samentrekking van één of meer
skeletspieren  energie voor nodig

Adenosine-trifosfaat/ creatinefosfaat
 ATP = belangrijkste energierijke fosfaat.
 Voor alle processen die energie kosten is ATP essentieel.
 Als bijvoorbeeld een spier energie nodig heeft:
- Van het ATP wordt één fosfaatgroep afgebroken. ATP wordt ADP  hierdoor
komt energie vrij. (Eerste direct te gebruiken energie)
- (Van ADP kan nog een fosfaatgroep afsplitsen, namelijk AMP)
- Energie uit ATP is genoeg voor maar een paar seconden spieractiviteit.
 Tweede direct te gebruiken energie fosfaat in de spiercel = creatinefosfaat (CP)
- Van het CP-molecuul wordt een fosfaatgroep afgesplitst  energie komt vrij
 De voorraad ATP en CP in een spier samen is voldoende voor ongeveer 10 seconden
van maximale inspanning.
 ATP en CP samen = de fosfaatpool (voorraad = zeer beperkt)
 Resynthese: Het opnieuw opbouwen van ATP uit ADP en CP uit creatine
- Synthese = opbouw en re = opnieuw




2

, Creatine
 Extra creatine inname maakt dat de fosfaat-‘brandstoftank’ in de spieren groter
wordt.
- De voorraad CP neemt toe en de resynthese verbetert.
- Nadeel: toename in lichaamsgewicht en toename blessures

Energiesystemen
1. De fosfaatpool (anaëroob a-lactische systeem): De voorraad ATP en CP
 Anaëroob systeem (systeem zonder zuurstof)
 Voorraad voldoende voor korte periode
- 20 – 30 seconden bij lichte inspanning
- 10 – 12 seconden bij zware inspanning
2. Het lactische systeem (anaëroob lactische systeem)
 Anaëroob systeem (systeem zonder zuurstof)
 Vaak melkzuursysteem genoemd
 Heeft wat seconden nodig om op gang te komen
 Na 10 – 30 seconden wordt het grootste deel van de energie geleverd door het
lactische systeem.
 Bij lichte inspanning bereikt het na ongeveer 45 seconden zijn maximum
 Bij dit systeem komt lactaat vrij  restproduct van de verbranding van glucose
zonder (voldoende) zuurstof.
3. Het zuurstofsysteem (aërobe systeem)
 Geleidelijk neemt het zuurstofsysteem de resynthese van energierijke fosfaten over.
 Na 2 tot 3 minuten is het zuurstofsysteem helemaal op gang gekomen en levert het
alle, voor deze lichte inspanning benodigde energie.
 Er is zuurstof nodig


 Lichaam kan alleen aan energie komen door het afbreken van brandstoffen
- Koolhydraten, vetten, eiwitten en alcohol
- Grootste gedeelte van de energie komt vrij in de vorm van warmte  wordt
gebruikt om lichaamstemperatuur te handhaven.
- De rest van de energie wordt in ons lichaam gebruikt voor de resynthese en de
opslag van energierijke verbindingen.
 Bij verbranding is zuurstof nodig
 Onder invloed van zonne-energie kan het lichaam vitamine D aan maken.

Enzymen
 Maken het mogelijk dat reacties kunnen verlopen bij relatief lage temperaturen.
 Enzymen nemen niet zelf deel aan de reactie, ze maken het alleen mogelijk dat een
reactie (eerder/ beter) kan verlopen.
 Enzymen zijn (bio-)katalysoren
 Verschillende enzymen passen slechts op één of enkele reacties (= specificiteit van de
enzymen)
- Daarom ook vele verschillende enzymen aanwezig in ons lichaam.




3

Connected book
 image
I.L.D. Houtman, H.F.P.M. Schlatmann Fysiologie voor de sportpraktijk
Publisher: maart 2016 ISBN: 9789036813075 Edition: 7

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H2, h3.3, h5, h6, h12 en h13
Uploaded on
October 16, 2019
Number of pages
24
Written in
2018/2019
Type
Summary
$5.75
Purchased by 0 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
shschut
3.7
(39)
Sold
119
Followers
92
Items
45
Last sold
1 year ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions