Art. Assisenprocedure in België: blinde
middeleeuwse machine van veroordelingen
Uitgangspunt: volgens advocaat Jean Flamme worden er geen ernstige pogingen gedaan om de oude
en verstarde assisenprocedure echt te moderniseren
1. Inleiding
Mondeling karakter in assisenprocedure: juryleden en rechters kunnen innerlijke overtuiging
enkel gronden op gegevens waarvan ze op zitting kennis hebben gekregen en waarover
partijen vrij tegenspraak hebben kunnen voeren => onderzoek wordt nog eens overgedaan
ter zitting
Internationaal Strafhof hanteert zeer gemoderniseerd en gemengd systeem: strafbundel
(product van vooronderzoek) blijft levendig aanwezig als schriftelijke bewijsvoering
= verschil met assisenprocedure: dikwijls zeer uitgebreide strafbundel verdwijnt naar
achtergrond tijdens proces => blijft voor juryleden onbekend => kunnen nooit over alle
elementen beschikken om overtuiging te vormen
Begrip ‘innerlijke overtuiging’ (gezworenen waren volledig vrij in vorming van overtuiging en
moesten die niet motiveren) is afgeschaft
opvallend: men blijft er wel nog melding van maken
Angelsaksische en internationale strafprocedures: partijen ontvangen elke dag letterlijke
opname van wat er ter zitting is gezegd: is essentieel ter vrijwaring van rechten van partijen
niet in België
Oraliteitsbeginsel dateert vanuit tijd dat meeste mensen analfabeet waren
2. Buitensporige macht voorzitter
Art.281, §2 Sv.
Machten zijn discretionair (=> voorzitter onderscheidt zich van elke andere rechter): is
volledig vrij in uitoefening van machten + beoordeelt alleen ‘in eer en geweten’ of een door
een partij gevorderde maatregel
o Geen andere begrenzing dan formele verbodsbepalingen => perfect recept voor
mogelijkheid tot partijdigheid en oneerlijk proces
o Beklaagde voor zwaarste misdaden (moord, genocide…) beschikt over minder
garanties dan beklaagde voor mindere misdrijven: tegen beslissing bestaat een
enkele beroepsmogelijkheid
Ook discretionaire bevoegdheden in beoordeling ten gronde over zeer belangrijke middelen
in rechte van nietigheid en onontvankelijkheid
3. Duidelijk inquisitoir
Art.301 Sv.
Voorzitter kan arbitrair getuigen of vragen weigeren
Techniek van cross-examination (beste manier om waarheid te achterhalen): voorzitter zetelt
er alleen als ‘arbiter’ om te waken over eerlijke verloop van ondervraging
Angelsaksische recht: uitvoerige rechtspraak die bepaalt welke soort vragen geweigerd
kan worden
Ons recht gaat ervan uit dat getuige niet liegt, maar is absolute illusie => moet aan
tegenverhoor onderworpen worden (aan tegenpartij wordt meest mogelijke vrijheid gegeven
om verhaal te ‘checken’ en te confronteren met andere elementen
Veel voorzitters stellen ‘leading questions’ en trachten soms zelfs ondervraagde te
intimideren
wordt blijkbaar courant gebruikt door gerechtelijke politie: getuigen worden ondervraagd
middeleeuwse machine van veroordelingen
Uitgangspunt: volgens advocaat Jean Flamme worden er geen ernstige pogingen gedaan om de oude
en verstarde assisenprocedure echt te moderniseren
1. Inleiding
Mondeling karakter in assisenprocedure: juryleden en rechters kunnen innerlijke overtuiging
enkel gronden op gegevens waarvan ze op zitting kennis hebben gekregen en waarover
partijen vrij tegenspraak hebben kunnen voeren => onderzoek wordt nog eens overgedaan
ter zitting
Internationaal Strafhof hanteert zeer gemoderniseerd en gemengd systeem: strafbundel
(product van vooronderzoek) blijft levendig aanwezig als schriftelijke bewijsvoering
= verschil met assisenprocedure: dikwijls zeer uitgebreide strafbundel verdwijnt naar
achtergrond tijdens proces => blijft voor juryleden onbekend => kunnen nooit over alle
elementen beschikken om overtuiging te vormen
Begrip ‘innerlijke overtuiging’ (gezworenen waren volledig vrij in vorming van overtuiging en
moesten die niet motiveren) is afgeschaft
opvallend: men blijft er wel nog melding van maken
Angelsaksische en internationale strafprocedures: partijen ontvangen elke dag letterlijke
opname van wat er ter zitting is gezegd: is essentieel ter vrijwaring van rechten van partijen
niet in België
Oraliteitsbeginsel dateert vanuit tijd dat meeste mensen analfabeet waren
2. Buitensporige macht voorzitter
Art.281, §2 Sv.
Machten zijn discretionair (=> voorzitter onderscheidt zich van elke andere rechter): is
volledig vrij in uitoefening van machten + beoordeelt alleen ‘in eer en geweten’ of een door
een partij gevorderde maatregel
o Geen andere begrenzing dan formele verbodsbepalingen => perfect recept voor
mogelijkheid tot partijdigheid en oneerlijk proces
o Beklaagde voor zwaarste misdaden (moord, genocide…) beschikt over minder
garanties dan beklaagde voor mindere misdrijven: tegen beslissing bestaat een
enkele beroepsmogelijkheid
Ook discretionaire bevoegdheden in beoordeling ten gronde over zeer belangrijke middelen
in rechte van nietigheid en onontvankelijkheid
3. Duidelijk inquisitoir
Art.301 Sv.
Voorzitter kan arbitrair getuigen of vragen weigeren
Techniek van cross-examination (beste manier om waarheid te achterhalen): voorzitter zetelt
er alleen als ‘arbiter’ om te waken over eerlijke verloop van ondervraging
Angelsaksische recht: uitvoerige rechtspraak die bepaalt welke soort vragen geweigerd
kan worden
Ons recht gaat ervan uit dat getuige niet liegt, maar is absolute illusie => moet aan
tegenverhoor onderworpen worden (aan tegenpartij wordt meest mogelijke vrijheid gegeven
om verhaal te ‘checken’ en te confronteren met andere elementen
Veel voorzitters stellen ‘leading questions’ en trachten soms zelfs ondervraagde te
intimideren
wordt blijkbaar courant gebruikt door gerechtelijke politie: getuigen worden ondervraagd