Art. BZ1: ‘Police officers’ punitiveness in the
context of the COVID-19 pandemic: the role of
fear, attribution and self-legitimacy’
1) Inleiding
Deze studie richt zich op de perceptie van politieagenten van overtreders van strafrechtelijke
sancties die zijn ingesteld als onderdeel van de COVID-19 -mitigatiewetgeving in India
Dit onderzoek draagt op verschillende manieren bij aan de literatuur over de bestraffende
houding van politieagenten
o Men put uit de conceptuele kaders en correlaten die gewoonlijk gebruikt worden in
traditioneel bestraffingsonderzoek dat getest is in andere delen van de wereld en
passen we ze aan de context van vergelijkbare en relevante variabelen voor COVID-19
scenario's
variabelen: angst voor misdaad/slachtofferschap, attributie aan criminaliteit…
o Men onderzoekt de relatie tussen de bestraffende attitudes van politieagenten en
hun percepties van zelflegitimiteit + de invloed daarvan op de steun van agenten voor
milde of hardere straffen voor het niet naleven van COVID-19 wetten
o Er is heel weinig onderzoek gedaan naar de bestraffende houding van politieagenten
in opkomende democratieën
1. Angst voor infectie en bestraffende attitudes
Strafgevoelens = gedeelde emotie van angst (voor zichzelf of plaatsvervangend)
Persoonlijk slachtofferschap wordt geassocieerd met angst voor criminaliteit;
slachtofferschap binnen gezin wordt geassocieerd met woede (als plaatsvervangende angst)
Verbanden tussen populaire stereotypen van daders en bestraffende attitudes: woede is vaak
geassocieerd met plaatsvervangende victimisaties
heeft implicaties voor eerstelijnswerkers (bv. politie)
2. Attributie voor misdaad en strafbaarheid
Klassieke theorieën suggereren dat daders zich rationeel inlaten met misdaad vanwege hun
vrije wil en een persoonlijke keuze: diegenen die geloven dat mensen uit vrije wil criminaliteit
plegen, vinden dat criminelen streng gestraft moeten worden
redenering is relevant voor het huidige onderzoek: het toeschrijven van niet-naleving van
COVID-19 wetten aan persoonlijke keuze is gerelateerd aan meer punitieve attitude en steun
voor zwaardere straffen
Empathie hangt negatief samen met punitiviteit: suggereert dat mensen die geloven dat de
oorzakelijke factoren voor het plegen van een misdaad buiten de controle van de dader
liggen, minder bestraffend zijn
context van COVID-19 infecties: factoren kunnen bv. angst zijn om baan te verliezen als ze
zich niet op het werk melden omdat ze zich niet goed voelen
3. Zelflegitimiteit en strafbaarheid
Politieagenten verwachten erkenning, respect en medewerking van de gemeenschap die ze
dienen: heeft gevolgen voor het prestige- en prestatiegevoel van agenten
Bronnen van zelflegitimiteit voor professionals
o Klanten: perceptie die agenten hebben van de houding van burgers
context of the COVID-19 pandemic: the role of
fear, attribution and self-legitimacy’
1) Inleiding
Deze studie richt zich op de perceptie van politieagenten van overtreders van strafrechtelijke
sancties die zijn ingesteld als onderdeel van de COVID-19 -mitigatiewetgeving in India
Dit onderzoek draagt op verschillende manieren bij aan de literatuur over de bestraffende
houding van politieagenten
o Men put uit de conceptuele kaders en correlaten die gewoonlijk gebruikt worden in
traditioneel bestraffingsonderzoek dat getest is in andere delen van de wereld en
passen we ze aan de context van vergelijkbare en relevante variabelen voor COVID-19
scenario's
variabelen: angst voor misdaad/slachtofferschap, attributie aan criminaliteit…
o Men onderzoekt de relatie tussen de bestraffende attitudes van politieagenten en
hun percepties van zelflegitimiteit + de invloed daarvan op de steun van agenten voor
milde of hardere straffen voor het niet naleven van COVID-19 wetten
o Er is heel weinig onderzoek gedaan naar de bestraffende houding van politieagenten
in opkomende democratieën
1. Angst voor infectie en bestraffende attitudes
Strafgevoelens = gedeelde emotie van angst (voor zichzelf of plaatsvervangend)
Persoonlijk slachtofferschap wordt geassocieerd met angst voor criminaliteit;
slachtofferschap binnen gezin wordt geassocieerd met woede (als plaatsvervangende angst)
Verbanden tussen populaire stereotypen van daders en bestraffende attitudes: woede is vaak
geassocieerd met plaatsvervangende victimisaties
heeft implicaties voor eerstelijnswerkers (bv. politie)
2. Attributie voor misdaad en strafbaarheid
Klassieke theorieën suggereren dat daders zich rationeel inlaten met misdaad vanwege hun
vrije wil en een persoonlijke keuze: diegenen die geloven dat mensen uit vrije wil criminaliteit
plegen, vinden dat criminelen streng gestraft moeten worden
redenering is relevant voor het huidige onderzoek: het toeschrijven van niet-naleving van
COVID-19 wetten aan persoonlijke keuze is gerelateerd aan meer punitieve attitude en steun
voor zwaardere straffen
Empathie hangt negatief samen met punitiviteit: suggereert dat mensen die geloven dat de
oorzakelijke factoren voor het plegen van een misdaad buiten de controle van de dader
liggen, minder bestraffend zijn
context van COVID-19 infecties: factoren kunnen bv. angst zijn om baan te verliezen als ze
zich niet op het werk melden omdat ze zich niet goed voelen
3. Zelflegitimiteit en strafbaarheid
Politieagenten verwachten erkenning, respect en medewerking van de gemeenschap die ze
dienen: heeft gevolgen voor het prestige- en prestatiegevoel van agenten
Bronnen van zelflegitimiteit voor professionals
o Klanten: perceptie die agenten hebben van de houding van burgers