MODULE Plan a Voyage 2 (PV2)
HAND-OUT 2
WATER IN DE ATMOSFEER
Dampspanning
Verticaal evenwicht
Mist
Wolken
Neerslag
MARITIEM INSTITUUT "WILLEM BARENTSZ" METEOROLOGIE
-1-
, MODULE Plan a Voyage 2 (PV2)
2.1 Het water in de atmosfeer
2.1.1 Water komt in drie aggregatietoestanden voor in de atmosfeer, te weten:
1: vast ijs, sneeuw
2: vloeibaar water
3: gas waterdamp
Eén van de gassen die dus in de atmosfeer voorkomen is waterdamp. Dit
komt in wisselende hoeveelheden voor, boven zee meer dan boven land, hoe
hoger in de atmosfeer, hoe minder.
2.1.2 Dampspanning
Definitie: het is de afzonderlijke druk van een gas in een mengsel. Voor ons is
het dus de druk van waterdamp in de atmosfeer.
Boven een wateroppervlak van een bepaalde temperatuur heerst een
bepaalde maximum dampspanning (E) Het blijkt dat de dampdruk toe neemt
als de temperatuur van de lucht toeneemt. Met andere woorden, als de
temperatuur van de lucht toeneemt, past er meer waterdamp in de lucht.
Verder blijkt dat boven onderkoeld water (temperatuur < 0°C) de
dampspanning groter is dan boven ijs. Dit komt doordat de watermoleculen
meer energie nodig hebben om te kunnen ontsnappen uit ijs dan uit
onderkoeld water.
Verder blijkt dat de vervuiling van water een negatieve invloed heeft op de
dampspanning van waterdamp vlak boven het water.
In een dun laagje lucht vlak boven het water stelt zich de maximale dampdruk
in (E). Daarboven heerst een andere dampdruk (e) behorende bij die lucht
(met een bepaalde temperatuur).
2.1.3 Relatieve vochtigheid
Dit is de verhouding tussen de heersende waterdampspanning en de
maximale waterdampspanning in procenten: (e/E) x 100%
Bij een lage luchtvochtigheid zit er dus relatief weinig waterdamp in de lucht,
bij een hoge luchtvochtigheid zit er relatief veel waterdamp in de lucht. Boven
100% komt in de natuur vrijwel nooit voor.
2.1.4 Dauwpuntstemperatuur.
Dat is de temperatuur waarbij bij een heersende waterdampspanning,
condensatie optreedt. Men neme een hoeveelheid lucht, sluit dit af van de
buitenwereld en gaat de ruimte afkoelen. Doordat de temperatuur afneemt
past er minder waterdamp in de lucht, waardoor de vochtigheid gaat
toenemen tot op een bepaald moment deze is gestegen tot 100%. De
temperatuur waarbij dit gebeurt is de dauwpuntstemperatuur.
MARITIEM INSTITUUT "WILLEM BARENTSZ" METEOROLOGIE
-2-
HAND-OUT 2
WATER IN DE ATMOSFEER
Dampspanning
Verticaal evenwicht
Mist
Wolken
Neerslag
MARITIEM INSTITUUT "WILLEM BARENTSZ" METEOROLOGIE
-1-
, MODULE Plan a Voyage 2 (PV2)
2.1 Het water in de atmosfeer
2.1.1 Water komt in drie aggregatietoestanden voor in de atmosfeer, te weten:
1: vast ijs, sneeuw
2: vloeibaar water
3: gas waterdamp
Eén van de gassen die dus in de atmosfeer voorkomen is waterdamp. Dit
komt in wisselende hoeveelheden voor, boven zee meer dan boven land, hoe
hoger in de atmosfeer, hoe minder.
2.1.2 Dampspanning
Definitie: het is de afzonderlijke druk van een gas in een mengsel. Voor ons is
het dus de druk van waterdamp in de atmosfeer.
Boven een wateroppervlak van een bepaalde temperatuur heerst een
bepaalde maximum dampspanning (E) Het blijkt dat de dampdruk toe neemt
als de temperatuur van de lucht toeneemt. Met andere woorden, als de
temperatuur van de lucht toeneemt, past er meer waterdamp in de lucht.
Verder blijkt dat boven onderkoeld water (temperatuur < 0°C) de
dampspanning groter is dan boven ijs. Dit komt doordat de watermoleculen
meer energie nodig hebben om te kunnen ontsnappen uit ijs dan uit
onderkoeld water.
Verder blijkt dat de vervuiling van water een negatieve invloed heeft op de
dampspanning van waterdamp vlak boven het water.
In een dun laagje lucht vlak boven het water stelt zich de maximale dampdruk
in (E). Daarboven heerst een andere dampdruk (e) behorende bij die lucht
(met een bepaalde temperatuur).
2.1.3 Relatieve vochtigheid
Dit is de verhouding tussen de heersende waterdampspanning en de
maximale waterdampspanning in procenten: (e/E) x 100%
Bij een lage luchtvochtigheid zit er dus relatief weinig waterdamp in de lucht,
bij een hoge luchtvochtigheid zit er relatief veel waterdamp in de lucht. Boven
100% komt in de natuur vrijwel nooit voor.
2.1.4 Dauwpuntstemperatuur.
Dat is de temperatuur waarbij bij een heersende waterdampspanning,
condensatie optreedt. Men neme een hoeveelheid lucht, sluit dit af van de
buitenwereld en gaat de ruimte afkoelen. Doordat de temperatuur afneemt
past er minder waterdamp in de lucht, waardoor de vochtigheid gaat
toenemen tot op een bepaald moment deze is gestegen tot 100%. De
temperatuur waarbij dit gebeurt is de dauwpuntstemperatuur.
MARITIEM INSTITUUT "WILLEM BARENTSZ" METEOROLOGIE
-2-