lOMoARcPSD|535833
Kwalitatieve data-analyse
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()
, lOMoARcPSD|535833
METHODOLOGIE DEEL 3: SAMENVATTING kwalitatief deel
Kwalitatieve data-analyse
De onderzoekscyclus:
6 fundamentele keuzes
o Deductief >< inductief
Deductief: van algemeen naar specifiek: van een theorie die empirisch getoetst wordt
Inductief: van specifiek naar algemeen: van empirie naar theorie
o Eenmalig >< iteratief
Eenmalig: onderzoekscyclus wordt eenmalig doorlopen met slechts 1 dataverzameling
Iteratief: cyclisch proces met een dialoog tussen theorie en empirie (meerdere
dataverzamelingen)
o Beschrijvend >< verklarend
Beschrijvend: beschrijving van 1 of beperkt aantal variabelen en hun onderling verband,
zonder naar verklaringen te streven
Verklarend: streeft uitdrukkelijk naar het vaststellen van causale relaties
o Objectief >< subjectief
Objectief: feiten bestuderen en waarden zo veel mogelijk uitschakelen (neutrale
onderzoeker)
Subjectief: scheiding tussen feiten en waarden wordt opgegeven uitdrukkelijk de
bedoeling om waarden van de onderzoeker te laten meespelen
o Kwantitatief >< kwalitatief
Kwantitatief: grote aantallen, aselecte steekproef, statistiek, generalisering naar populatie
Kwalitatief: kleinere steekproeven, analyse in de diepte, doelgerichte steekproef
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()
, lOMoARcPSD|535833
o Fundamenteel >< praktijkgericht
Fundamenteel: theoretische kennis vergroten
Praktijkgericht: bijdragen aan de oplossing van een praktisch probleem (sociaal, beleid, ...)
Onderzoeksvoorstel
o Doel: anderen informeren over de studie, overtuigen (promotor etc.), hulpmiddel onderzoeker
o Probleemstelling
Onderzoeksdoelstelling
Onderzoeksvragen (verschil normatief >< empirisch): 4 criteria: klaar en duidelijk, ethisch
toelaatbaar, haalbaar, ingebed in wetenschappelijke literatuur
o Literatuurstudie
Kort en kritisch overzicht van wal al bekend is over de onderzoeksvragen
Ofwel zo weinig mogelijk literatuur (inzichten moeten opborrelen uit de data)
Ofwel zo veel mogelijk literatuur (deductief: warm water niet opnieuw uitvinden)
o Conceptueel kader
Belangrijkste concepten en hun verband wordt weergegeven
“bril” waardoor de empirische data zal worden bekeken
Deductief-eenmalig: vooraf uitgewerkt conceptueel kader >< inductief-iteratief: meer
beperkt conceptueel kader
Concepten, variabelen, verbanden (positief/negatief), hypothesen, …
o Onderzoeksopzet
Keuze steekproeftrekking, dataverzameling en data-analyse
o Planning
Schema overtuigt voor de haalbaarheid van het onderzoek
Flexibel hulpmiddel
Onderzoekspraktijk
o In de praktijk: continue wisselwerking literatuurstudie, probleemstelling en conceptueel kader (bij
inductief loopt dit nog door tot dataverzameling en data-analyse)
o Eigenlijk empirisch onderzoek: vrij gestructureerd (deductief) >< moeilijk voorspelbaar verloop
(inductief)
o Rapportage = eindrapport wordt doorheen het hele proces geschreven
Eindrapport
o Rapportage mondt uit in het eindrapport: begrijpbare presentatie van de resultaten
o Verschillen met onderzoeksvoorstel: situering in de tijd, uitgebreidheid (eindrapport veel
uitgebreider)
o Structuur
Literatuurstudie, onderzoeksvragen en conceptueel kader worden naast elkaar geplaatst
Methodensectie: ~onderzoeksopzet (maar preciezer en concreter)
Resultaten: presentatie van de data en hun interpretatie en analyse
Besluit: (kort) antwoord op de onderzoeksvraag
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()
, lOMoARcPSD|535833
Data-analyse is proberen begrijpen wat er in uw data gebeurt
o Eén manier om dat te doen is via een conceptueel kader: Voor je de data gaat verzamelen maak je
een tentatief (voorlopig) conceptueel kader. Daarna begin je interviews af te nemen en begint het
conceptueel kader gedetailleerder en duidelijker te worden. Het is misschien allemaal
ingewikkelder dan je eerst dacht
o De aanpak van data-analyse hangt af van het gekozen paradigma (post positivistisch,
constructivistisch of kritisch). Er is wel een elementair proces dat altijd terugkomt en dat bestaat uit
twee componenten:
Afbreken
Coderen, labelen
Je gaat de data in stukken knippen en je trekt die uit elkaar.
Daarna plak je er labeltjes op en ga je coderen
Opbouwen
Verbinden
Je gaat de data terug met elkaar verbinden om tot constructen en concepten en
uiteindelijk een theorie te komen
Concepten en variabelen worden uiteindelijk theorieën en verhalen
4 hoofddoelen van data-analyse (Tesch): karakteristieken van de taal ontdekken, regelmatigheden
ontdekken, de betekenis van een tekst/handeling begrijpen, en reflectie
o Op basis van deze typologieën construeert hij een continuüm van analysemogelijkheden: van heel
gefromaliseerd (bijna kwantitatief) tot een extreem met nagenoeg geen methode. Maar hij
onderscheidt 10 principes die op de meeste analysemethoden van toepassing zijn
Cyclisch proces
Systematisch: analyseproces speelt zich af op een geordende wijze en eindigt wanneer
nieuwe data geen nieuwe inzichten meer geven
Reflexiviteit met o.a. behulp van memo’s
Segmentering: data wordt opgedeeld in relevante en betekenisvolle eenheden
Inductie
Constante vergelijking (conceptuele gelijkenissen en patronen ontdekken)
Flexibel: data wordt gewijzigd en verfijnd totdat er een bevredigend systeem is ontwikkeld
(data is voorlopig)
Eclectisch: er bestaat niet één juiste weg voor de data-analyse
Vakmanschap: vereist veel methodologische kennis en intellectuele competenties
Het resultaat van de analyse is een vorm van synthese op hoger niveau (substantiële
theorie)
De gekozen benadering in deze cursus
o Grounded theory
o Aangevuld met de analysemethode van Miles & Huberman (nadruk op gebruik van grafische
voorstellingen)
Uitganspunten van Grounded Theory:
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()
Kwalitatieve data-analyse
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()
, lOMoARcPSD|535833
METHODOLOGIE DEEL 3: SAMENVATTING kwalitatief deel
Kwalitatieve data-analyse
De onderzoekscyclus:
6 fundamentele keuzes
o Deductief >< inductief
Deductief: van algemeen naar specifiek: van een theorie die empirisch getoetst wordt
Inductief: van specifiek naar algemeen: van empirie naar theorie
o Eenmalig >< iteratief
Eenmalig: onderzoekscyclus wordt eenmalig doorlopen met slechts 1 dataverzameling
Iteratief: cyclisch proces met een dialoog tussen theorie en empirie (meerdere
dataverzamelingen)
o Beschrijvend >< verklarend
Beschrijvend: beschrijving van 1 of beperkt aantal variabelen en hun onderling verband,
zonder naar verklaringen te streven
Verklarend: streeft uitdrukkelijk naar het vaststellen van causale relaties
o Objectief >< subjectief
Objectief: feiten bestuderen en waarden zo veel mogelijk uitschakelen (neutrale
onderzoeker)
Subjectief: scheiding tussen feiten en waarden wordt opgegeven uitdrukkelijk de
bedoeling om waarden van de onderzoeker te laten meespelen
o Kwantitatief >< kwalitatief
Kwantitatief: grote aantallen, aselecte steekproef, statistiek, generalisering naar populatie
Kwalitatief: kleinere steekproeven, analyse in de diepte, doelgerichte steekproef
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()
, lOMoARcPSD|535833
o Fundamenteel >< praktijkgericht
Fundamenteel: theoretische kennis vergroten
Praktijkgericht: bijdragen aan de oplossing van een praktisch probleem (sociaal, beleid, ...)
Onderzoeksvoorstel
o Doel: anderen informeren over de studie, overtuigen (promotor etc.), hulpmiddel onderzoeker
o Probleemstelling
Onderzoeksdoelstelling
Onderzoeksvragen (verschil normatief >< empirisch): 4 criteria: klaar en duidelijk, ethisch
toelaatbaar, haalbaar, ingebed in wetenschappelijke literatuur
o Literatuurstudie
Kort en kritisch overzicht van wal al bekend is over de onderzoeksvragen
Ofwel zo weinig mogelijk literatuur (inzichten moeten opborrelen uit de data)
Ofwel zo veel mogelijk literatuur (deductief: warm water niet opnieuw uitvinden)
o Conceptueel kader
Belangrijkste concepten en hun verband wordt weergegeven
“bril” waardoor de empirische data zal worden bekeken
Deductief-eenmalig: vooraf uitgewerkt conceptueel kader >< inductief-iteratief: meer
beperkt conceptueel kader
Concepten, variabelen, verbanden (positief/negatief), hypothesen, …
o Onderzoeksopzet
Keuze steekproeftrekking, dataverzameling en data-analyse
o Planning
Schema overtuigt voor de haalbaarheid van het onderzoek
Flexibel hulpmiddel
Onderzoekspraktijk
o In de praktijk: continue wisselwerking literatuurstudie, probleemstelling en conceptueel kader (bij
inductief loopt dit nog door tot dataverzameling en data-analyse)
o Eigenlijk empirisch onderzoek: vrij gestructureerd (deductief) >< moeilijk voorspelbaar verloop
(inductief)
o Rapportage = eindrapport wordt doorheen het hele proces geschreven
Eindrapport
o Rapportage mondt uit in het eindrapport: begrijpbare presentatie van de resultaten
o Verschillen met onderzoeksvoorstel: situering in de tijd, uitgebreidheid (eindrapport veel
uitgebreider)
o Structuur
Literatuurstudie, onderzoeksvragen en conceptueel kader worden naast elkaar geplaatst
Methodensectie: ~onderzoeksopzet (maar preciezer en concreter)
Resultaten: presentatie van de data en hun interpretatie en analyse
Besluit: (kort) antwoord op de onderzoeksvraag
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()
, lOMoARcPSD|535833
Data-analyse is proberen begrijpen wat er in uw data gebeurt
o Eén manier om dat te doen is via een conceptueel kader: Voor je de data gaat verzamelen maak je
een tentatief (voorlopig) conceptueel kader. Daarna begin je interviews af te nemen en begint het
conceptueel kader gedetailleerder en duidelijker te worden. Het is misschien allemaal
ingewikkelder dan je eerst dacht
o De aanpak van data-analyse hangt af van het gekozen paradigma (post positivistisch,
constructivistisch of kritisch). Er is wel een elementair proces dat altijd terugkomt en dat bestaat uit
twee componenten:
Afbreken
Coderen, labelen
Je gaat de data in stukken knippen en je trekt die uit elkaar.
Daarna plak je er labeltjes op en ga je coderen
Opbouwen
Verbinden
Je gaat de data terug met elkaar verbinden om tot constructen en concepten en
uiteindelijk een theorie te komen
Concepten en variabelen worden uiteindelijk theorieën en verhalen
4 hoofddoelen van data-analyse (Tesch): karakteristieken van de taal ontdekken, regelmatigheden
ontdekken, de betekenis van een tekst/handeling begrijpen, en reflectie
o Op basis van deze typologieën construeert hij een continuüm van analysemogelijkheden: van heel
gefromaliseerd (bijna kwantitatief) tot een extreem met nagenoeg geen methode. Maar hij
onderscheidt 10 principes die op de meeste analysemethoden van toepassing zijn
Cyclisch proces
Systematisch: analyseproces speelt zich af op een geordende wijze en eindigt wanneer
nieuwe data geen nieuwe inzichten meer geven
Reflexiviteit met o.a. behulp van memo’s
Segmentering: data wordt opgedeeld in relevante en betekenisvolle eenheden
Inductie
Constante vergelijking (conceptuele gelijkenissen en patronen ontdekken)
Flexibel: data wordt gewijzigd en verfijnd totdat er een bevredigend systeem is ontwikkeld
(data is voorlopig)
Eclectisch: er bestaat niet één juiste weg voor de data-analyse
Vakmanschap: vereist veel methodologische kennis en intellectuele competenties
Het resultaat van de analyse is een vorm van synthese op hoger niveau (substantiële
theorie)
De gekozen benadering in deze cursus
o Grounded theory
o Aangevuld met de analysemethode van Miles & Huberman (nadruk op gebruik van grafische
voorstellingen)
Uitganspunten van Grounded Theory:
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door Matilde Inghelram ()