Virology intro
Origin of viruses
Virus = vergif in Latijn verwijst naar besmettelijk agens dat zeer klein is en slechts 1 type
nucleïnezuur bevat
Virussen zijn opgebouwd uit verschillende onderdelen
- Nucleoproteïne
o Sommige RNA (influenza), andere DNA
o Zowel ds als ss
- Eiwitten gecodeerd in genoom
- Capsid (eiwitmantel) vormt samen met nucleair materiaal een nucleocapsid
o Gaat bepaalde cellen herkennen
- Envelope (lipide dubbellaag) niet bij alle virussen
o Transmembraaneiwitten en glycoproteïnen aanwezig
o Wordt gestolen van gastheercel die geïnfecteerd is
- GEEN organellen!!
Dmitri Ivanovsky’s 1892
Beschreef een niet-bacterieel pathogeen infectieuze agentia na wegfilteren bacteriën.
Virussen zijn ingewikkelde samenstellingen van moleculen (eiwitten, lipiden, KHD,
nucleïnezuren). Meeste virussen overleven niet lang buiten gastheer kunnen zich niet
zelfstandig voortplanten en zijn dus geen levende wezens (gebrek aan autonomie = kunnen
geen vrije energie bewaren)
Hebben daarentegen wel genoom, kunnen adapteren en hebben verschillende levenscycli.
Een virus kan je dus beschouwen als een cellulaire parasiet, het viruspartikel kan je
beschouwen als een eitje dat overgegeven wordt naar een andere cel zorgen dat genoom
beschermd is, in bepaalde cel komt en zich daar kan vermeerderen
- Geen respiratie, excretie, sensitiviteit, groei of metabool actief
- Wel beweging en reproductie
Definitie virus TWIO!!
Belangrijkste: virussen zijn subcellulaire, niet-levende, infectieuze entiteiten waarvan het
genoom bestaat uit nucleïnezuren. Ze zijn verplicht in een gastheercel te repliceren mbv het
metabolisme en ribosomen om een pool van componenten te vormen die samen VIRONEN
vormen doen dienst om genoom te beschermen en over te brengen naar andere cellen
- Gebruikt alles in gastheercel om zich te vermeerderen
Voorbeeld sputnik virus
Grote virussen die een complex vormen parasitaire virussen die misbruik maken van een
systeem (interageert met binnenkant groot eiwit)
- Gaat cellen infecteren ontstaan grote virussen met daarin kleine parasitaire deeltjes
Karakteristieken virus TWIO!!
1. Kleine infectieuze agentia verschillend in grootte (20-400nm)
2. Bestaan altijd uit nucleïnezuren en hebben eiwitmantel sommige extra een envelope
3. DNA of RNA
4. Kunnen niet repliceren op inerte media gastheercellen nodig
5. Meeste hebben affiniteit voor bepaald celtype niet alle cellen in lichaam infecteren
o Bepaald ziekte en ziekteverschijnselen
, Structure of viruses
Virion = fysische en chemische samenstelling
- Nucleïnezuursequentie omgeven door eiwitmantel (partikel) met vermogen om
gastheercellen te infecteren en daar te repliceren waardoor voortdurende overleving
Virus = naast biofysische eigenschappen extra karakteristieken die tot uiting komen wanneer
het een gastheercel infecteert
- Verschillende functionele activiteiten die het een biologische entiteit maken
Verschil tussen virus en mineraal niet zichtbaar want geen verschil in kristalstructuur
Capsid = schild van eiwitten dat genoom omsluit
- Sterk geordende kristalstructuur door schikking van gelijkaardige eiwitverbindingen
o Als eiwitten tot expressie komen vormen de driehoekig vlak enorm stabiel
- Samenstelling gebeurd spontaan
o Voordeel ook gelijk nadeel kristalstructuur beperkt in vormverandering anders
niet meer stabiel
- 2 vormen
Icosahedrale symmetrie Helicale symmetrie
Nucleocapsid = verpakte vorm van genoom in capsid
Elke subeenheid is samengesteld uit gevouwen polypeptideketen(s) subeenheden
vormen samen protomeren (structurele eenheden)
- Capsomeer (morfologische eenheid) = eigenschappen zoals uitsteeksels op opp
komen vaak overeen met groepen eiwitsubeenheden geordend rond symmetrie as
Capsidvirussen sterkste!
Bij veel soorten virussen wordt het nucleocapsid bedekt door een envelope bestaande uit
glycoproteïnen in een lipide dubbellaag
- Gaat virus vaak stelen van plasmamembraan glycoproteïnen belangrijk voor binding
met celreceptoren en induceren van beschermende immuunrespons
- Moet intact zijn om infectiviteit te behouden
Envelopvirussen extreem gevoelig aan uitdroging! Heel makkelijk niet infectieus te maken
mbv lipide oplosmiddelen! Voordeel van envelope is dat virus kan ontsnappen aan
immuniteit door buitenkant steeds te veranderen. Virus zelf heeft namelijk geen
correctiemechanisme want genetische variatie gebeurd op niveau van genoom.
Tegument/matrix = amorfe massa van eiwitten tussen nucleocapsid en envelope zorgt
voor extra stevigheid en helpt bij overname cel door bepaalde processen stop te zetten
Origin of viruses
Virus = vergif in Latijn verwijst naar besmettelijk agens dat zeer klein is en slechts 1 type
nucleïnezuur bevat
Virussen zijn opgebouwd uit verschillende onderdelen
- Nucleoproteïne
o Sommige RNA (influenza), andere DNA
o Zowel ds als ss
- Eiwitten gecodeerd in genoom
- Capsid (eiwitmantel) vormt samen met nucleair materiaal een nucleocapsid
o Gaat bepaalde cellen herkennen
- Envelope (lipide dubbellaag) niet bij alle virussen
o Transmembraaneiwitten en glycoproteïnen aanwezig
o Wordt gestolen van gastheercel die geïnfecteerd is
- GEEN organellen!!
Dmitri Ivanovsky’s 1892
Beschreef een niet-bacterieel pathogeen infectieuze agentia na wegfilteren bacteriën.
Virussen zijn ingewikkelde samenstellingen van moleculen (eiwitten, lipiden, KHD,
nucleïnezuren). Meeste virussen overleven niet lang buiten gastheer kunnen zich niet
zelfstandig voortplanten en zijn dus geen levende wezens (gebrek aan autonomie = kunnen
geen vrije energie bewaren)
Hebben daarentegen wel genoom, kunnen adapteren en hebben verschillende levenscycli.
Een virus kan je dus beschouwen als een cellulaire parasiet, het viruspartikel kan je
beschouwen als een eitje dat overgegeven wordt naar een andere cel zorgen dat genoom
beschermd is, in bepaalde cel komt en zich daar kan vermeerderen
- Geen respiratie, excretie, sensitiviteit, groei of metabool actief
- Wel beweging en reproductie
Definitie virus TWIO!!
Belangrijkste: virussen zijn subcellulaire, niet-levende, infectieuze entiteiten waarvan het
genoom bestaat uit nucleïnezuren. Ze zijn verplicht in een gastheercel te repliceren mbv het
metabolisme en ribosomen om een pool van componenten te vormen die samen VIRONEN
vormen doen dienst om genoom te beschermen en over te brengen naar andere cellen
- Gebruikt alles in gastheercel om zich te vermeerderen
Voorbeeld sputnik virus
Grote virussen die een complex vormen parasitaire virussen die misbruik maken van een
systeem (interageert met binnenkant groot eiwit)
- Gaat cellen infecteren ontstaan grote virussen met daarin kleine parasitaire deeltjes
Karakteristieken virus TWIO!!
1. Kleine infectieuze agentia verschillend in grootte (20-400nm)
2. Bestaan altijd uit nucleïnezuren en hebben eiwitmantel sommige extra een envelope
3. DNA of RNA
4. Kunnen niet repliceren op inerte media gastheercellen nodig
5. Meeste hebben affiniteit voor bepaald celtype niet alle cellen in lichaam infecteren
o Bepaald ziekte en ziekteverschijnselen
, Structure of viruses
Virion = fysische en chemische samenstelling
- Nucleïnezuursequentie omgeven door eiwitmantel (partikel) met vermogen om
gastheercellen te infecteren en daar te repliceren waardoor voortdurende overleving
Virus = naast biofysische eigenschappen extra karakteristieken die tot uiting komen wanneer
het een gastheercel infecteert
- Verschillende functionele activiteiten die het een biologische entiteit maken
Verschil tussen virus en mineraal niet zichtbaar want geen verschil in kristalstructuur
Capsid = schild van eiwitten dat genoom omsluit
- Sterk geordende kristalstructuur door schikking van gelijkaardige eiwitverbindingen
o Als eiwitten tot expressie komen vormen de driehoekig vlak enorm stabiel
- Samenstelling gebeurd spontaan
o Voordeel ook gelijk nadeel kristalstructuur beperkt in vormverandering anders
niet meer stabiel
- 2 vormen
Icosahedrale symmetrie Helicale symmetrie
Nucleocapsid = verpakte vorm van genoom in capsid
Elke subeenheid is samengesteld uit gevouwen polypeptideketen(s) subeenheden
vormen samen protomeren (structurele eenheden)
- Capsomeer (morfologische eenheid) = eigenschappen zoals uitsteeksels op opp
komen vaak overeen met groepen eiwitsubeenheden geordend rond symmetrie as
Capsidvirussen sterkste!
Bij veel soorten virussen wordt het nucleocapsid bedekt door een envelope bestaande uit
glycoproteïnen in een lipide dubbellaag
- Gaat virus vaak stelen van plasmamembraan glycoproteïnen belangrijk voor binding
met celreceptoren en induceren van beschermende immuunrespons
- Moet intact zijn om infectiviteit te behouden
Envelopvirussen extreem gevoelig aan uitdroging! Heel makkelijk niet infectieus te maken
mbv lipide oplosmiddelen! Voordeel van envelope is dat virus kan ontsnappen aan
immuniteit door buitenkant steeds te veranderen. Virus zelf heeft namelijk geen
correctiemechanisme want genetische variatie gebeurd op niveau van genoom.
Tegument/matrix = amorfe massa van eiwitten tussen nucleocapsid en envelope zorgt
voor extra stevigheid en helpt bij overname cel door bepaalde processen stop te zetten