100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Persoonlijkheidspsychologie

Rating
-
Sold
6
Pages
55
Uploaded on
17-07-2024
Written in
2023/2024

Ruim geslaagd van de eerste poging.

Institution
Course

Content preview

2023- 2024




persoonlijkheidspsychologie
HOC + WPO
JOANA FERNANDES SARABANDO

,Hoorcollege:
1. PERSOONLIJKHEIDSTHEORIEËN
De persoonlijkheidspsychologie bestaat uit veel verschillende klassieke theoretische oriëntaties:

• Psychodynamische theorieën; Freud & Horney
• Humanistische/existentiële theorieën; Rogers
• Dispositionelen theorieën; Allport, McCrae & Costa
• Biologisch/evolutionair; Eysenck
• Leer- en cognitieve theorieën; Mischel

Persoonlijkheid is een patroon van relatief permanente karaktertrekken en unieke kenmerken die zowel
voor consistentie ALS individualiteit zorgen in het gedrag van een persoon.

*Karaktertrekken zijn relatief permanent; daarmee wordt bedoeld dat men niet verwacht dat mensen
veranderen, maar dat het wel mogelijk is; psycholoog, trauma,…

Het woord persona is latijns voor “masker”; rol in theater → de façade die je doet voor mensen tijdens dat
toneelstuk.

Trekken zijn:

- Consistent over tijd
- Zorgen voor individuele verschillen in gedrag
- Zorgen voor stabiliteit over situaties

Kenmerken zijn unieke kwaliteite = proces over hoe je informatie verwerkt; temperament (openstaan voor
nieuwe prikkels of niet), intelligentie.

Theorie: een set van gerelateerde veronderstellingen die wetenschappers toelaten om op basis van logisch
deductief redeneren testbare hypotheses te formuleren. Theorie is niet hetzelfde als menswijsheid, een theorie
is empirisch getoetst/bewezen en daarbij worden dingen schematisch onderzocht.

Theorie is verwant met: Maar verschillend:
Speculatie Theorie moet verbonden worden aan empirische
data en wetenschap. Speculatie= enkel volkswijsheid.
Hypothese Specidiek vermoeden dat kan getest worden aan de
hand van een wetenschappelijke methode; Is minder
algemeen dan een theorie maar een theorie brengt
speculaties om in hypotheses (verwantheid)
Taxonomie Classificatie volgens natuurlijke relaties.
Classificatiesysteem die niet vertrekt vanuit
hypotheses, theorieën vertrekken altijd vanuit
hypotheses.
Er bestaan meerdere persoonlijkheidstheorieën omwille van verschillende persoonlijke achtergronden
(ervaringen tijdens kindertijd, interpersoonlijke relaties), verschillende filosofische oriëntaties, verschillende
date gekozen voor observatie, unieke kijk op de wereld.

Psychologie van de wetenschap: empirische studie van het wetenschappelijk denken en gedrag van een
wetenschapper. De persoonlijkheden en de psychologie van verschillende theoretici beïnvloedt de aard van de
theorieën die ze ontwikkelen.




1

, Criteria voor een goede theorie
Genereert ondezoek Zowel beschrijvend als bevestigend voor hypotheses.
Voorziet kader en zorgt dat het evolueert
Is falsifieerbaar Als het niet weerlegbaar is, is het een speculatie.
Moet gecontroleerd kunnen worden
Organiseert gekende data Het moet betekenis kunnen geven in een bestaand
kader
Leidt handelen Praktisch hulpmiddel die leidraad vormt voor
onderzoeker
Is intern consistent Is homogeen; alles moet meetbaar zijn, alles moet
omgezet worden in operationele definities
Is spaarzaam Niet complexer dan noodzakelijk is



Er zijn verschillende dimensies voor concepten over de mensheid:

• Deterministisch – vrije keuze
• Pessimisme – optimisme
• Causaliteit – teologie (gedrag verklaren o.b.v. verleden – doelen die mensen stellen)
• Bewuste – onbewuste determinanten van gedrag
• Biologische – sociale invloeden op persoonlijkheid
• Individualiteit – similariteit

*Freud had een deterministische kijken

Onderzoek doen naar persoonlijkheidstheorieën:

- Moet onderzoek genereren:
o Theorie geeft betekenis aan data
o Data komt voort uit onderzoek ontworpen om hypotheses te testen afgeleid uit theorie
- Systematische observaties
o Predicties zijn consistent en accuraat
- Empirische criteria meetinstrumenten:
o Betrouwbaarheid
▪ Consistentie van het meten
• consistentie over tijd (test-hertest-betrouwbaarheid)
• onderlinge samenhang tussen 2 dezelfde concepten (interne consistentie)
o validiteit:
▪ construct validiteit: meet het wat het beoogd te meten= accuraatheid van de test
• convergerend: overeenkomst met al bestaande construct voor hetzelfde
• divergerend: niet overeenkomen met bestaande constructen voor andere
dingen
• discriminant: waarbij je onderscheid kan maken tussen 2 groepen:
introvert – extravert
▪ predictieve validiteit: de mate waarop het iets voorspelt




2

, 2. FREUD 1856-1939
Freud: staat bekend als de grondlegger van psychoanalyse. Hierbij is de essentie: het onderdrukken van
herrinneringen uit de kindertijd.

A. CASUS

Professor Ross Cheit krijgt te horen dat neef bij een koor gaat. Is hierdoor heel gespannen en depressief.
Herrinnert zich PLOTS seksueel misbruik door beheerder van koor waar hij als kind naartoe ging. Bevestigd na
objectief onderzoek. Schuldige in 1994 gearresteerd.

B. PSYCHOANALYTHISCHE THEORIE

Psychoanalyse: de methode die Freud toepaste bij de behandeling van psychische stoornissen.

Psychoanalytische theorie: de persoonlijkheistheorie van Freud

- Bouwstenen: seks en agressie; in die tijdperk mocht je niet over seks en agressie praten en hij
focuste zich EXACT daar op.
- Verspreid door toegewijse groep
- Briljante taal: hij kon zijn ideeën goed verkopen, omdat hij een briljante schrijver was.

C. BIOGRAFIE FREU D

- Freiberg 1856 → Wenen (grootste deel leven) → verdreven door nazi’s → Londen → 1939 dood
- Oudste van 8
- Bestudeerde hysterie: verlamming zonder medische verklaring, volgens Freud veroorzaakt door het
niet kunnen uiten van een verlangen naar een ouder familielid, later → oedipus-/elektracomplex
o Verleidingstheorie → oedipuscomplex
- Ontwikkelde internationale aanhang

Bij Freud is er vooral sprake van causaliteit als het gaat over zijn persoonlijkheid. Als we kijken naar zijn huis,
is het vooral gedecoreert met antieke en originele kunstwerken. Hij zegt zelf ook dat er vooral archeologie in
zijn huis is en zo verwijst hij ook naar zijn eigen werkwijze. Hij werkt met het onbewuste aan de hand van
symbolen, herrinneringen,…

D. NIVEAUS MENTALE LEVEN

- Het bewuste → ego
o Bewustzijn
▪ Mentale leven dat direct beschikbaar is
▪ Speelt beperkte rol
o =hersenprocessen waarvan we bewust zijn, komt voort uit perceptie van externe stimuli of
dingen waarvan het niet de bedoeling is dat ze naar boven komen
o = enige niveau van leven dat direct beschikbaar is
- Het voorbewuste → superego; niet altijd aanwezig, maar vrij toegankelijk
o Niet in bewustzijn aanwezig, maar kan het worden/zijn
o = informatie in hersenen voor wanneer ze nodig zijn, herrinneringen die je naar boven kan
brengen als je je best doet
- Het onbewuste → id
o = alle hersenprocessen die buiten het bewustzijn omgaan (hartslag, ademhaling,…)
o Buiten bewustzijn
▪ Driften & instincten
▪ Enkel indirect/onrechtstreeks gekend
o 2 bronnen van onbewuste processen

3

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 17, 2024
Number of pages
55
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$8.26
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
joanafsarabando

Get to know the seller

Seller avatar
joanafsarabando Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
3 year
Number of followers
1
Documents
4
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions