Inhoudstabel:
Examen:
• Openboek
• Eerste deel examen: 5 statements en aangeven als het waar/niet waar is + waarom
o Vb. “De som van de fouten van de eerste en tweede soort is altijd 1” ➔ verkeerd,
want ….
• Tweede deel: Je krijgt een context en moet op 1 A4 uitleggen hoe je het zou aanpakken om
een waardevol onderzoeksproject op te zetten. Structuur van in de les volgen. Vb. hoe
steekproef georganiseerd?, Hoeveel hypotheses, hoe groot steekproef, welke toetsen om
validiteit en garanditeit te waarborgen.
• Derde deel: 3 stukjes output van een data-analyse ➔ Zul je moeten interpreteren
• Slaagpercentage (eerste jaar): 45 procent
• Boek ‘social research methods (4e editie)’, andere voorbeelden (gratis download)
Context van communicatie onderzoek: niet statistisch
Vanaf 1950 gegevensverzameling door middel van:
• Telefoon/face2face/post surveys(=postal surveys) (surveys die met de post worden
meegestuurd) ➔ geïnitieerd door commercie (waarom kopen mensen bepaalde mensen en
waarom andere niet)
• Interviews/focusgroepen
• Deelname (vroeger veel meer vrijwillige deelname)
• Veld/Labo experimenten
Tegenwoordig: dat alles plus
• eSurveys (vb. QualTrics)
• Internetgebaseerde interviews/focusgroepen (voordelen: vb. grotere groepen kunnen
samengebracht worden, internationaal)
• Analyse van sociale mediaberichten (sentimentanalyse, opinion mining) (vb. je kunt op
twitter allerlei dingen downloaden als onderzoeker)
• eExperimenten met mechanische turken(= mechanical turks) (mensen die je heel goedkoop
kunt inhuren om deel te nemen aan je onderzoek, ze zijn gescreend en doen dat heel
betrouwbaar)
• Eye tracking ➔ kijkt wat ogen doen
• Big data analyse ➔ Alles wat we doen wordt opgeslagen, ze gaan met deze data aan de slag
• Predictive modeling ➔ Iemand heeft een nieuwe app ontwikkelt en wil weten wat hij moet
doen om succesvol te zijn in de markt en hoe groot dat succes zal zijn.
,Tegenwoordig moet je heel snel data verzamelen. Gemiddeld gezien moet je rekenen op een week of
2 weken om data te verzamelen. Na een dag of 4 reminder sturen. We schakelen een veldwerkbureau
in Bylendi (uit Leuven, hebben panels van respondenten)/ Dynata (Amerikaans).
Internetdatacollectie gebeurt heel snel in een week heb je al snel 1000 a 2000 respondenten.
Te vermijden risico’s:
1. Oversimplificatie:
• Communicatie onderzoekscontext is complex
• Trap niet in een vereenvoudigingsval
• Oppervlakkigheid is niet academisch
2. Altijd sneller:
• Instant gratification geldt ook voor onderzoekers
• Grondig onderzoek kost tijd
• Vermijd gedeeltelijk oppervlakkig 'onderzoek'
Doel van de lessen
Een duidelijk onderzoeksdoel kunnen definiëren:
• Het huidige kennisniveau begrijpen
• Testbare onderzoeksvraag/hypothese kunnen formuleren (zo concreet mogelijk)
• Afvragen wat hoort er allemaal bij een bepaald onderwerp
Kies een onderzoeksmethode/ontwerp dat antwoord geeft op een:
• Betrouwbaar (=Reliable) (zelfde uitkomsten wanneer het onderzoek herhaald wordt) &
• Valide manier (=Valid) (het meet wat het moet meten, moeilijker dan betrouwbaarheid om
aan te tonen)
Als iets niet betrouwbaar is dan is het sowieso ook niet valide
In staat zijn om :
• Gegevens op de juiste manier analyseren
• Bevindingen rapporteren aan de wetenschappelijke of bedrijfsgemeenschap
• Houd er steeds rekening mee: ander doelpubliek = andere schrijfstijl
Communicatieonderzoek is complex: bijvoorbeeld de meest voorkomende onderzoeksfouten in
surveys:
• Sampling error (1)
• Non-sampling error (2)
• Non-response error (3)
• Response error (4)
• Researcher error (5)
• Problem definition (6)
, • Population definition error (7)
• Sample design error (8)
• Questionnaire error (9)
• Structure error (10)
• Language error (ambiguous, leading, assumptive, etc.) (11)
• Measurement/scale error (12)
• Data analysis error (13)
• Reporting error (14)
• Interviewer error (15)
• Questioning error (16)
• Cheating error (17)
• Population definition error (18)
• Respondent error (19)
➔Onthoud dat er veel zijn
Als je dus voor je masterproef een survey doet moet je hierop anticiperen, leren we in deze
cursus
Academisch versus toegepast onderzoek
Academisch onderzoek (Academic) Toegepast onderzoek (Applied)
methodes Consumentenonderzoek
Marketingonderzoek
Werknemersonderzoek
Ontwikkeling van nieuwe producten
Stemonderzoek
Gezondheidszorg onderzoek
Mobiliteitsonderzoek
Churn-onderzoek
➔Wat academisch onderzocht wordt gaat vaak naar de marketing als het relevant is
➔Af en toe gaat er ook iets van de marketing (probleem in de praktijk) naar academisch onderzoek
Academisch Com. Onderzoek Toegepast onderzoek (internetgestuurd):
Representatieve steekproef Ad hoc steekproef
Transparante en open codering Twijfelachtige gegevensverwerking
Betrouwbare constructen Constructies niet getest, bijv. peilingen
valide modellen & ontwerpen Geen validatie nodig
Juiste statistische analyse Alleen getallen, geen tests
Kritische interpretatie Subjectieve interpretatie
Gestandaardiseerde info distributie Gemeenschapsgerichte informatie
➔In een academisch rapport staat er hoe alles gecodeerd wordt, academisch is altijd veel langer
Academisch ➔ altijd significantieniveau , praktijk niet
Gebruik internet als ‘bron van gegevens’ maar houd academische standaarden
, Tabel 1: Academisch onderzoeksmodel: domein waarin we literatuuronderzoek doen ➔ hypothese
maken ➔ onderzoeksdesign ➔ data verzamelen ➔ data-analyse
Tabel 2: Toegepast onderzoeksmodel: ‘organizational issue’ = willen beter weten dan de concurrentie
weten hoe iets eruit ziet ➔ ‘Analyse constraints & context’ = weten we daar nog niet genoeg over en
is er budget voor ➔ dan een partij zoeken dat dat wil onderzoeken ➔ partij stelt project voor en
zegt hoeveel het kost ➔ moeten goedkeuren en beoordelen als het toegevoegde waarde heeft
Spelers in de waardeketen voor toegepast onderzoek
Je hebt een aantal consulting bedrijven die goed zijn in het uitschrijven van projecten (vb. the big
five) ➔ die gaan opzoek hoe ze data kunnen verzamelen ➔ er komt ook software aan te pas ➔
hierna rapporten opstellen
Impact: hoe academici en hun werk een verschil maken
• Dit onderdeel niet in detail kennen
The Impact of the Social Sciences project