Afschrijvingen - stappenplan
Bv. Ik kocht een machine van 200 000 euro 3 jaar geleden (deze boekhouding gaat over jaar 3) en ga
de machine 4 jaar gebruiken – afschrijving per jaar = 50 000
Het proces van afschrijven wordt opgesplitst in
- Begin boekjaar
- Einde boekjaar
Begin boekjaar 1/01: Ik moet opnieuw de rekeningen openen en ik moet dus de afschrijvingen van
de vorige jaren opnieuw overnemen.
Ik open de rekening 23 IMU en debiteer 100 000 (hoeveel de machine op dit moment waard is) – ik
ga deze rekening direct afsluiten – ik ga de rekening opsplitsen in kleinere rekeningen - en crediteer
dus 100 000.
Ik open de rekening 23.0 (aanschaffingswaarde) en debiteer 200 000
Ik open de rekening 23.9 (geboekte afschrijvingen) en crediteer 100 000
Journaal:
Ik geef de transacties van 23, 23.0 en 23.9 weer.
D.w.z.
23.0: gedebiteerd voor 200 000
23: gecrediteerd voor 100 000
23.9: gecrediteerd voor 100 000
Rekeningen: 2X (algemene rekening vaste activa), 2X.0 (aanschafwaarde), 2X.9 (geboekte
afschrijvingen)
Einde boekjaar 31/12: Ik moet de afschrijving van dit jaar doorvoeren.
Dit betekent dat er voor dit jaar 50 000 moet afgeschreven worden.
Ik neem rekening 23.9 (geboekte afschrijvingen) en crediteer 50 000.
Ik open de rekening 6302 (kostenrekening) en debiteer 50 000.
Want voor de resultatenrekening is het belangrijk dat ik weet dat ik dit jaar 50 000 verlies had door
de machine.
Ik sluit rekeningen 23.9 en 23.0 af door tegen te boeken. – ik ga nu weer naar overkoepelende
rekening 23.
Ik neem rekening 23 en debiteer 50 000 want de machine is na afschrijving 3 nog maar 50 000 waard.
Journaal:
In het journaal komt de transactie van de rekening van de kostenrekening en de geboekte
afschrijvingen.
D.w.z.
Kostenrekening: gedebiteerd voor 50 000
23.9: gecrediteerd voor 50 000
Bv. Ik kocht een machine van 200 000 euro 3 jaar geleden (deze boekhouding gaat over jaar 3) en ga
de machine 4 jaar gebruiken – afschrijving per jaar = 50 000
Het proces van afschrijven wordt opgesplitst in
- Begin boekjaar
- Einde boekjaar
Begin boekjaar 1/01: Ik moet opnieuw de rekeningen openen en ik moet dus de afschrijvingen van
de vorige jaren opnieuw overnemen.
Ik open de rekening 23 IMU en debiteer 100 000 (hoeveel de machine op dit moment waard is) – ik
ga deze rekening direct afsluiten – ik ga de rekening opsplitsen in kleinere rekeningen - en crediteer
dus 100 000.
Ik open de rekening 23.0 (aanschaffingswaarde) en debiteer 200 000
Ik open de rekening 23.9 (geboekte afschrijvingen) en crediteer 100 000
Journaal:
Ik geef de transacties van 23, 23.0 en 23.9 weer.
D.w.z.
23.0: gedebiteerd voor 200 000
23: gecrediteerd voor 100 000
23.9: gecrediteerd voor 100 000
Rekeningen: 2X (algemene rekening vaste activa), 2X.0 (aanschafwaarde), 2X.9 (geboekte
afschrijvingen)
Einde boekjaar 31/12: Ik moet de afschrijving van dit jaar doorvoeren.
Dit betekent dat er voor dit jaar 50 000 moet afgeschreven worden.
Ik neem rekening 23.9 (geboekte afschrijvingen) en crediteer 50 000.
Ik open de rekening 6302 (kostenrekening) en debiteer 50 000.
Want voor de resultatenrekening is het belangrijk dat ik weet dat ik dit jaar 50 000 verlies had door
de machine.
Ik sluit rekeningen 23.9 en 23.0 af door tegen te boeken. – ik ga nu weer naar overkoepelende
rekening 23.
Ik neem rekening 23 en debiteer 50 000 want de machine is na afschrijving 3 nog maar 50 000 waard.
Journaal:
In het journaal komt de transactie van de rekening van de kostenrekening en de geboekte
afschrijvingen.
D.w.z.
Kostenrekening: gedebiteerd voor 50 000
23.9: gecrediteerd voor 50 000