Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 21 pages
Summary

Samenvatting GELD & KREDIET (SCORE: 16/20)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 21 pages

Samenvatting Geld & Krediet, bij het instuderen van deze samenvatting heb ik zelf een score behaalt van 16/20. Deze samenvatting studeert gemakkelijk en is overzichtelijk. Het is ook handig om deze samenvatting af te printen en notities neer te schrijven tijden de les op dit document

Content preview

Geld en krediet samenvatting
Debetkaart: Een betaalkaart waarmee een betaling of geldafhaling vrijwel onmiddellijk van
je zichtrekening gaat of "gedebiteerd" wordt.

Kredietkaart: een betaalkaart waarbij je betalingen en je geldafhalingen niet onmiddellijk
van je rekening worden gedebiteerd. Je kan onder 0 gaan (consumentenkrediet). Gemakkelijk
buiten in buiteland. Geld gaat eraf op het einde van de maand. Alles wordt bijgehouden op
uitgavenstatuut

Prepaidkaart: Je moet eerst een bedrag op de kaart opladen voordat je het kan uitgeven.
(Geen consumentenkrediet)

NBB: National bank of Belgium (print)
ECB: European Central Bank (zegt hoeveel)

Kasreservecoëfficiënt: beschrijft hoeveel geld de bank effectief in kas moet hebben. Dit
wordt bepaald door ervaring. Hoe minder %, hoe beter voor de bank. (BV 20%) (KRC)

Consumentenkrediet: een lening op het geld van iemand anders + interest.

Geldcreatie via kredietverlening
Je hebt bijvoorbeeld 10K bankbiljetten dat Meneer A op de zichtrekening A zet.

Bank A
Bank kluis: 10K Zichtrekening A: 10K
KRC: 2K
= 8K krediet interest
 8K die ze mogen uitlenen, hoe meer ze mogen uitlenen, hoe beter natuurlijk. Is meer
interest voor de bank.
Bank A
Bank kluis: 8K Zichtrekening B: 8K
KRC: 1.6K

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bank Z
Bank kluis: 8K Zichtrekening A: 8K
KRC: 1.6K
=6.4 krediet interest
 6,4 K die ze mogen uitlenen, hoe meer ze mogen uitlenen, hoe beter natuurlijk. Is meer
interest voor de bank.
Bank Z
Bank kluis: 1.6K Zichtrekening B: 6.4K

,Wat als ze hun geld terug willen?
Fiduciair geld/ Giraal geld = vermogensbeheer in goede trouw (vertrouwen)

Giraal geld: geld die overgemaakt wordt elektronisch  overschrijvingen, betalingen, …
(mensen hebben vertrouwen in de bank)

Fiduciair geld: Contant geld, dit wordt uitgegeven door de overheid waarvan de waarde
gegarandeerd wordt door het vertrouwen van de mensen in de stabiliteit ervan.

Geen vertrouwen = Run on bank (wilt zeggen dat iedereen hun geld gaat afhalen van de
spaarrekening.)

Toekomstige waarde van een geldbedrag
Je geld is nu meer waard door:
 Inflatie  nu kan je bijvoorbeeld meer, dan binnen 3 jaar
 Investeren, beleggen  laten opbrengen
 Ongeduld nu > toekomst

Roerende voorheffing: De roerende voorheffing is een belasting op inkomsten uit roerende
goederen zoals spaarrekeningen, obligaties en aandelen. Concreet is het een taks op
intresten en dividenden.

Voorbeelden
1
Je belegt 2K euro gedurende 5 jaar aan 3%, hoeveel is dat geworden na 5 jaar?
Toekomstigewaarde= Huidige waarde*(1+0,03)^5

2
Je wilt weten wat je huidige waarde was. Huidigewaarde= toekomstigewaarde/(1+0,03)^5

3
2023 (nu) 2024 2025 2026
10K 10400 10816 11248,64
 400 interest  416 interest  432,64 interest
Geen roerende voorheffing (nu)

Financiele (intermediatie = tussenpersoon)
Je bent iemand die veel heeft gespaard en niet weet wat te doen met je geld (surplus), dan
heb je twee mogelijkheden.

Surplus: Mensen die teveel geld hebben en niet weten wat er mee te doen.
Deficit: Mensen die een lening willen

Directe financiering
De surplus kiest voor rechtstreeks. Dit wel zeggen dat er geen tussenpersoon is zoals de
bank. Dit kan bijvoorbeeld dat de spaarder rechtstreeks aandelen of obligaties aankoopt bij
de investeerder (deficit). (belegger kiest dus zelf waar zijn geld naartoe gaat)

, Indirecte financiering
Dit is met een tussenpersoon (de bank). De bedrijven of mensen die leningen willen doen dit
bij de bank die fondsen/deposito’s opnemen bij de spaarder. (of spaarrekening zelf)

De bank heeft zeer veel winst hierop. Als jij je geld overlaat aan de bank dan krijg jij hier 0,5%
rente op, maar de bank die dan een lening heeft aan iemand anders vraagt hier 5% rente op.
Dus de bank heeft hier 4,5% winst op. De overheid wilt dit tegen gaan door de staatsbon.

Document information

Study
Uploaded on
June 18, 2024
Number of pages
21
Written in
2023/2024
Type
Summary
$10.61

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
6
Followers
1
Items
11
Last sold
5 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions