§ 1. Definitie en (“wettelijk”) statuut
- De term ‘politieke partijen’ is niet grondWETTELIJK geregeld – in GW van 1830 werd het niet in de
wet opgenomen.
- We hebben slechts 2 kamers – kamers kunnen monocameraal of bicameraal georganiseerd
worden – vanaf 2014 ‘politieke partijen’ wel vermeld in GW
o Art 103 GW : gaat over partijen die burgerlijke rechtsvorderingen kunnen instellen – dit
gaat niet over politieke partijen
o Enige wat in GW geregeld was, waren wetten over financieren en de controle over
verkiezingsuitgave die door beide kamers behandeld worden
- Waarom was er geen wettelijke regeling in 1830?
o Er was geen traditie – er was geen sprake van partijen noch in parlement, noch in
Nationaal congres : er waren wel ‘facties’ (= groep gelijkgestemde mensen met
vrijheidsideeën die gezamenlijke ideologie vertegenwoordigden)
o 2 grote ‘facties’ op dat moment : katholieken en liberalen/de loge
- In elke stad waren er ‘loges’ – mensen met dezelfde ideeën verenigden zich en debatteerden over
politiek – men organiseerde zich in loges ≠ politieke partij
- Mensen binnen de loges noemen zich vrijdenkers omdat ze de niet geopenbaarde wijsheden als
waarheid aanschouwen
- Ook binnen de kerk was er strikte hiërarchie : paus verkondigde wat gedaan moet worden +
aartsbisschop verkondigde wat standpunt moest zijn van katholieken en de kerk
- Er zijn reeds bestaande structuren (liberalen en katholieken) – waarom dan nood aan nieuwe
structuren of politieke partijen?
o Voordelen :
▪ nieuwe partijen waren makkelijk op te richten
▪ ze waren vrij in hun partijorganisatie
▪ ze waren moeilijk vervolgbaar omdat politieke partij niet ‘wettelijk’ geregeld is en ze dus
eigenlijk bijgevolg niet bestaan (ook vakbonden konden niet vervolgd worden)
o Nadelen :
▪ Moeilijk om politieke partij te volgen, desondanks zij radicale (racistische) opvattingen
kunnen hebben
▪ Partijen kan democratische rechtsstaat bestrijdt
▪ Corruptie van partijen : bv “Agusta-Dassault’ : Minister van defensie liet zich veel betalen
om leger materiaal aan te kopen – minister vertoonde corruptie – hierdoor was er een
beperking en controle op de verkiezingsuitgaven, de financiering en boekhouding van
partijen
- De RVS regelde de financiering van verkiezingsuitgave en de partijfinanciering
- Art 150 GW : politieke misdrijven moeten voor HVA berecht worden en dus bijgevolg door de
jury/het volk
o Jury waar oorspronkelijk betere klasse inzat werd als maar volkser door de evolutie in het
stemrecht – betere klasse kreeg schrik van jury want zouden extreem links/rechts kunnen
stemmen
- Toch was er een wettelijke ingreep via de kieswetgeving die door democratisering werd
ondersteund
, o Kiesdrempel : partij moet minimum aantal stemmen hebben om verkozen te worden
(traditionele partijen die dit initieel hebben ingevoerd verliezen zo aan aanzien) - men wou
hiermee vermijden dat er heel kleine en nutteloze partijtjes werden opgericht
o Kiesomschrijving : groep mensen die voor dezelfde politici stemmen – per gemeente waren er
gemeentelijsten met politici waar men op kon stemmen
o Lijststem : deze stemmen worden verdeeld over de kandidaten op de lijst – partij kiest zelf
wie ze in parlement wil – binnen partij wordt er autonoom besloten aan welke politici
stemmen worden toebedeeld = democratische legitimering
- Een politieke partij is GEEN politieke instelling, volgens het Cass. Arrest van 2003 is het slechts
een MEDIUM
Tekst op Ufora want komt op EX !! = voorbeeld van rechtshistorische interpretatie
o Arrest ging over ‘Vlaams Blok’ : ze werden zogezegd vervolgd – probleem : het kan niet want ze
bestonden niet – binnen Vlaams Blok waren er 3 VZW die wel rechtspersoonlijkheid hadden en
bijgevolg wel veroordeeld en vervolgd konden worden – men vond dat hun discussie/standpunt
inging tegen de rechtsstaat
o Art 150 : drukpersmisdrijven die door xenofobie of racisme zijn ingegeven worden niet voor HVA
berecht, maar wel voor de correctionele rechtbank – dit artikel vermeld niet wat een politiek
misdrijf is
o Als zaak voor correctionele komt dat is het NIET OM die vordert – zaak is aanhangig gemaakt
door burgerlijke partij – tijdens dat proces zetelde ‘UNIA’ die de gelijke kansen van mensen
waakte en de strijd tegen racisme aanging + ook LIGA mensenrechten aanwezig
o Vlaams Blok niet tevreden omdat ze berecht worden voor een foutieve rechtbank - burgerlijke
partij niet tevreden (gaan naar HVB) – HVC deed uitspraak en zei dat ze niet bevoegd waren
aangezien het om politiek misdrijf ging
o HVC had moeite om ‘politiek misdrijf’ te definiëren want als het politiek misdrijf is zou het naar
HVA moeten
o OM adviseert het Hof over wat hij de juiste toepassing van een politiek misdrijf vindt –
Timperman (lid OM) concludeerde dat HVB zich heeft vergist en het weldegelijk naar
correctionele rechtbank moet en het dus niet om politiek misdrijf gaat – VZW’s zijn veroordeeld
geweest door HVB Gent
o HVC interpreteert ‘politiek misdrijf’ als rechtstreekse aanslag op een instelling of als het op zich al
een misdrijf is (bv moord op koning) – WAT IS NU POLITIEKE INSTELLING? : definitie die in arrest
worden gegeven is niet correct – het is slechts opsomming
- Een “partij’
o Het is een stukje ‘pars’ waarin mensen zich verenigen
o Het zijn ideologisch gelijkgezinden (gelijkaardig mens- en wereldbeeld)
o Partij heeft machtswil (op wetgevend, uitvoerend en soms rechterlijk vlak)
- Partijstelsels :
o Tweepartijenstelsel : zorgt voor stabiliteit + meestal weinig verschillen tussen 2 kampen
o Meerpartijenstelsel : er is nood aan coalities en kartels– dit zorgt voor flexibiliteit en minder
regeringsbestendigheid
▪ Verschil tussen coalitie en kartel : coalitie is NA verkiezingen afspraken maken tussen
partijen/ kartel is VOOR verkiezingen afspraken maken