Psychopathologie
Literatuur: Klinische Psychologie – Van der Molen, Simon & Van Lankveld (derde druk)
H12, 13, 14, 15, 20, 21 en 24
Hoofdstuk 12 – Depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen
De student reproduceert de verschijnselen en classificatie (DSM 5) van de verschillende
stemmingsstoornissen en brengt de genoemde epidemiologie en comorbiditeit in verband met de
beschreven stoornissen.
De student benoemt de theorieën over oorzaken en in stand houden en brengt deze in verband met de
beschreven stoornissen.
De student geeft aan welke psychologische behandelvormen bij de beschreven stoornissen inzetbaar zijn en
beredeneert waarom een behandelvorm aansluit.
Stemmingsstoornis = ontstemming is langdurig of extreem, er zijn andere symptomen aanwezig en
het dagelijks functioneren wordt bemoeilijkt
Paragraaf 1
Depressieve-stemmingsstoornissen:
Disruptieve-stemmingsdisregulatiestoornis
Depressieve stoornis
Persisterende depressieve stoornis
Premenstruele stemmingsstoornis
Depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie
Depressieve-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Bipolaire stoornissen:
Bipolaire I-stoornis
Bipolaire II-stoornis
Cyclothyme stoornis
Bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie
Bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Depressieve episode: onafgebroken periode van minstens twee weken symptomen die minstens
bestaan uit depressieve stemming of uit het verlies aan interesse of plezier.
Manische episode: aaneengesloten periode van minstens een week voortdurend een overdreven
uitgelaten of juist uiterst prikkelbare stemming heeft en er sprake is van toegenomen doelgerichte
activiteiten of energie. Bovendien moet het dagelijks functioneren aanzienlijk beperkt zijn.
Hypomane episode: dezelfde symptomen
als een manische periode, met dien
verstande dat de symptomen minimaal
slechts vier dagen aanwezig hoeven te zijn
en er geen grote beperkingen in het
dagelijks functioneren zijn.
Eerdere episoden dienen bij de
classificatie te worden betrokken
i.v.m. met diagnose van
1
, depressieve-stemmingsstoornis of bipolaire stoornis (manische of hypomane episode per
definitie bipolaire stoornis)
Paragraaf 2 – Depressieve-stemmingsstoornissen
Disruptieve-stemmingsdisregulatiestoornis
- Aanhoudende prikkelbare stemming en hevige driftbuien
- Diagnose alleen toekennen aan kinderen en jongeren tot achttien jaar en is toegevoegd aan
DSM-V om het te vaak stellen van de diagnose en overbehandeling van bipolaire-
stemmingsstoornissen bij deze leeftijdsgroep te voorkomen
Depressieve stoornis
- Depressieve stemming en/of verlies van interesse en plezier (anhedonie)
- Er mogen geen manische of hypomane episoden in voorgeschiedenis aanwezig zijn
- Slechts eenmaal depressieve stoornis -> eenmalige episode, minimaal één eerdere episode
geweest -> depressieve stoornis -> recidiverend. Om van afzonderlijke depressieve episoden
te spreken, moet er tussen twee episoden een periode van minstens twee aaneengesloten
maanden zijn waarin de klachten grotendeels afwezig zijn geweest.
DSM-V
Binnen een periode van twee weken zijn vijf of meer van de hierna genoemde symptomen
(bijna) dagelijks aanwezig geweest terwijl dat daarvoor niet het geval was.
Minstens een van de symptomen is ofwel een sombere stemming, ofwel verlies van interesse
of plezier (anhedonie).
o Sombere stemming die het grootste gedeelte van de dag aanhoudt
o Duidelijk minder interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten gedurende het
grootste gedeelte van de dag (anhedonie)
o Gewichtsverlies of -toename zonder dat een dieet wordt gevolgd, of een duidelijke
verandering in eetlust
o Insomnia of hypersomnia
o Gevoelens van rusteloosheid of geremd worden (ook door anderen waarneembaar)
o Vermoeid of minder energiek
o Gevoelens van waardeloosheid of schuldgevoelens
o Verminderde concentratie of besluiteloosheid
o Terugkomende gedachten aan de dood, suïcidegedachten of suïcidepoging of -plan
Persisterende depressieve stoornis (PSD) (voorheen onderscheid chronische depressieve stoornis
en dysthyme stoornis)
- Chronische stoornis met minimale duur van twee jaar
- Dysthyme syndroom: onvoldoende symptomen om te voldoen aan criteria van depressieve
stoornis
- Indien er sprake is of is geweest van depressieve stoornis -> ‘persisterende depressieve
stoornis met intermitterende depressieve episode, met huidige episode’ (klachten voldoen
nu aan criteria depressie) of ‘persisterende depressieve stoornis met intermitterende
depressieve episode, zonder huidige episode’ (klachten voldeden in verleden aan criteria
depressie)
- Lang depressief maar te weinig kenmerken voor een depressie
- Alleen chronische, episodische, subklinische depressieve symptomen, maar voldoen niet aan
depressieve episode
2
, DSM-V
Sombere stemming die minstens twee jaar, merendeel van de dagen, grootste deel van de
dag aanwezig is
Tijdens depressiviteit minstens twee van volgende kenmerken aanwezig:
o Gewichtsverlies of -toename zonder dat een dieet wordt gevolgd, of een duidelijke
verandering in eetlust
o Insomnia of hypersomnia
o Vermoeid of minder energiek
o Gering gevoel van eigenwaarde
o Verminderde concentratie of besluiteloosheid
o Gevoelens van hulpeloosheid
Gedurende periode van twee jaar zijn de kenmerken nooit langer dan twee maanden afwezig
geweest
Premenstruele dysfore stoornis (PMDS)
- Klachten in week voor menstruatie
- Voor een diagnose moet er prospectief gedurende twee symptomatische cycli dagelijks een
klachtenlijst worden bijgehouden
- Alleen als symptomen in afgelopen jaar aanwezig waren tijdens meeste menstruatiecycli
DSM-V
In laatste week voor menstruatie minstens vijf van volgende kenmerken aanwezig en nemen
af binnen een paar dagen na het begin van menstruatie:
o Een (of meer) van volgende symptomen:
Affectieve labiliteit
Prikkelbaarheid of boosheid
Sombere stemming
Gevoelens van hulpeloosheid
Angst
Spanning en/of het gevoel opgedraaid te zijn
o Plus een (of meer) van volgende symptomen:
Minder interesse in dagelijkse activiteiten
Moeite met concentreren
Lethargie (ziekelijke slaapzucht), vermoeid of gebrek aan energie
Meer of minder eetlust of overeten
Hypersomnia of insomnia
Overspoeld voelen door emoties of zichzelf niet in de hand hebben
Lichamelijke klachten
Depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie of een somatische aandoening
- Overmatig gebruik van alcohol en drugs (intoxicatie) of acuut stoppen met gebruik van deze
middelen (onthouding) kunnen rechtstreeks leiden tot ontstaan van een stemmingsstoornis.
Voorbeelden zijn middelen tegen hart- en vaatziekten, sedativa/hypnotica, steroïden en
hormoonpreparaten, stimulantia (en eetlustremmers), op het centrale zenuwstelsel gerichte
medicatie, analgetica (pijnstillers) en ontstekingsremmers, antibiotica en medicatie tegen
kankervorming.
- Vele lichamelijke ziekten kunnen ook verschijnselen van een stemmingsstoornis teweeg
brengen. Voorbeelden zijn neurologische ziekten, zoals Parkinson en ziekten van
hormoonvormende organen, zoals bij de schildklierfunctie-, bijnierschors- en
hypofysestoornissen. Ook infectieziekten, bijvoorbeeld de ziekte van Pfeiffer,
immuunsysteemziekten, reuma, vitaminetekorten (vb. B12) en kanker.
3
, 4
Literatuur: Klinische Psychologie – Van der Molen, Simon & Van Lankveld (derde druk)
H12, 13, 14, 15, 20, 21 en 24
Hoofdstuk 12 – Depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen
De student reproduceert de verschijnselen en classificatie (DSM 5) van de verschillende
stemmingsstoornissen en brengt de genoemde epidemiologie en comorbiditeit in verband met de
beschreven stoornissen.
De student benoemt de theorieën over oorzaken en in stand houden en brengt deze in verband met de
beschreven stoornissen.
De student geeft aan welke psychologische behandelvormen bij de beschreven stoornissen inzetbaar zijn en
beredeneert waarom een behandelvorm aansluit.
Stemmingsstoornis = ontstemming is langdurig of extreem, er zijn andere symptomen aanwezig en
het dagelijks functioneren wordt bemoeilijkt
Paragraaf 1
Depressieve-stemmingsstoornissen:
Disruptieve-stemmingsdisregulatiestoornis
Depressieve stoornis
Persisterende depressieve stoornis
Premenstruele stemmingsstoornis
Depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie
Depressieve-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Bipolaire stoornissen:
Bipolaire I-stoornis
Bipolaire II-stoornis
Cyclothyme stoornis
Bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie
Bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Depressieve episode: onafgebroken periode van minstens twee weken symptomen die minstens
bestaan uit depressieve stemming of uit het verlies aan interesse of plezier.
Manische episode: aaneengesloten periode van minstens een week voortdurend een overdreven
uitgelaten of juist uiterst prikkelbare stemming heeft en er sprake is van toegenomen doelgerichte
activiteiten of energie. Bovendien moet het dagelijks functioneren aanzienlijk beperkt zijn.
Hypomane episode: dezelfde symptomen
als een manische periode, met dien
verstande dat de symptomen minimaal
slechts vier dagen aanwezig hoeven te zijn
en er geen grote beperkingen in het
dagelijks functioneren zijn.
Eerdere episoden dienen bij de
classificatie te worden betrokken
i.v.m. met diagnose van
1
, depressieve-stemmingsstoornis of bipolaire stoornis (manische of hypomane episode per
definitie bipolaire stoornis)
Paragraaf 2 – Depressieve-stemmingsstoornissen
Disruptieve-stemmingsdisregulatiestoornis
- Aanhoudende prikkelbare stemming en hevige driftbuien
- Diagnose alleen toekennen aan kinderen en jongeren tot achttien jaar en is toegevoegd aan
DSM-V om het te vaak stellen van de diagnose en overbehandeling van bipolaire-
stemmingsstoornissen bij deze leeftijdsgroep te voorkomen
Depressieve stoornis
- Depressieve stemming en/of verlies van interesse en plezier (anhedonie)
- Er mogen geen manische of hypomane episoden in voorgeschiedenis aanwezig zijn
- Slechts eenmaal depressieve stoornis -> eenmalige episode, minimaal één eerdere episode
geweest -> depressieve stoornis -> recidiverend. Om van afzonderlijke depressieve episoden
te spreken, moet er tussen twee episoden een periode van minstens twee aaneengesloten
maanden zijn waarin de klachten grotendeels afwezig zijn geweest.
DSM-V
Binnen een periode van twee weken zijn vijf of meer van de hierna genoemde symptomen
(bijna) dagelijks aanwezig geweest terwijl dat daarvoor niet het geval was.
Minstens een van de symptomen is ofwel een sombere stemming, ofwel verlies van interesse
of plezier (anhedonie).
o Sombere stemming die het grootste gedeelte van de dag aanhoudt
o Duidelijk minder interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten gedurende het
grootste gedeelte van de dag (anhedonie)
o Gewichtsverlies of -toename zonder dat een dieet wordt gevolgd, of een duidelijke
verandering in eetlust
o Insomnia of hypersomnia
o Gevoelens van rusteloosheid of geremd worden (ook door anderen waarneembaar)
o Vermoeid of minder energiek
o Gevoelens van waardeloosheid of schuldgevoelens
o Verminderde concentratie of besluiteloosheid
o Terugkomende gedachten aan de dood, suïcidegedachten of suïcidepoging of -plan
Persisterende depressieve stoornis (PSD) (voorheen onderscheid chronische depressieve stoornis
en dysthyme stoornis)
- Chronische stoornis met minimale duur van twee jaar
- Dysthyme syndroom: onvoldoende symptomen om te voldoen aan criteria van depressieve
stoornis
- Indien er sprake is of is geweest van depressieve stoornis -> ‘persisterende depressieve
stoornis met intermitterende depressieve episode, met huidige episode’ (klachten voldoen
nu aan criteria depressie) of ‘persisterende depressieve stoornis met intermitterende
depressieve episode, zonder huidige episode’ (klachten voldeden in verleden aan criteria
depressie)
- Lang depressief maar te weinig kenmerken voor een depressie
- Alleen chronische, episodische, subklinische depressieve symptomen, maar voldoen niet aan
depressieve episode
2
, DSM-V
Sombere stemming die minstens twee jaar, merendeel van de dagen, grootste deel van de
dag aanwezig is
Tijdens depressiviteit minstens twee van volgende kenmerken aanwezig:
o Gewichtsverlies of -toename zonder dat een dieet wordt gevolgd, of een duidelijke
verandering in eetlust
o Insomnia of hypersomnia
o Vermoeid of minder energiek
o Gering gevoel van eigenwaarde
o Verminderde concentratie of besluiteloosheid
o Gevoelens van hulpeloosheid
Gedurende periode van twee jaar zijn de kenmerken nooit langer dan twee maanden afwezig
geweest
Premenstruele dysfore stoornis (PMDS)
- Klachten in week voor menstruatie
- Voor een diagnose moet er prospectief gedurende twee symptomatische cycli dagelijks een
klachtenlijst worden bijgehouden
- Alleen als symptomen in afgelopen jaar aanwezig waren tijdens meeste menstruatiecycli
DSM-V
In laatste week voor menstruatie minstens vijf van volgende kenmerken aanwezig en nemen
af binnen een paar dagen na het begin van menstruatie:
o Een (of meer) van volgende symptomen:
Affectieve labiliteit
Prikkelbaarheid of boosheid
Sombere stemming
Gevoelens van hulpeloosheid
Angst
Spanning en/of het gevoel opgedraaid te zijn
o Plus een (of meer) van volgende symptomen:
Minder interesse in dagelijkse activiteiten
Moeite met concentreren
Lethargie (ziekelijke slaapzucht), vermoeid of gebrek aan energie
Meer of minder eetlust of overeten
Hypersomnia of insomnia
Overspoeld voelen door emoties of zichzelf niet in de hand hebben
Lichamelijke klachten
Depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie of een somatische aandoening
- Overmatig gebruik van alcohol en drugs (intoxicatie) of acuut stoppen met gebruik van deze
middelen (onthouding) kunnen rechtstreeks leiden tot ontstaan van een stemmingsstoornis.
Voorbeelden zijn middelen tegen hart- en vaatziekten, sedativa/hypnotica, steroïden en
hormoonpreparaten, stimulantia (en eetlustremmers), op het centrale zenuwstelsel gerichte
medicatie, analgetica (pijnstillers) en ontstekingsremmers, antibiotica en medicatie tegen
kankervorming.
- Vele lichamelijke ziekten kunnen ook verschijnselen van een stemmingsstoornis teweeg
brengen. Voorbeelden zijn neurologische ziekten, zoals Parkinson en ziekten van
hormoonvormende organen, zoals bij de schildklierfunctie-, bijnierschors- en
hypofysestoornissen. Ook infectieziekten, bijvoorbeeld de ziekte van Pfeiffer,
immuunsysteemziekten, reuma, vitaminetekorten (vb. B12) en kanker.
3
, 4