PPT 16: GEIT
Domesticatie geit
- 3de langst gedomesticeerde dier na hond en schaap
- in bergachtige gebieden van West-Azië: 8000 BC
- 3 soorten wilde geiten (onderling onbeperkt vruchtbaar): leven in zomer boven
boomgrens, vaak tweelingen
o Bezoargeit
bezoar: steen gevormd in ingewanden geit
‘geneeskracht’geneeskracht’
na 1800 niet meer gebruikt door gevaarlijke
namaakstenen
o Alpensteenbok
o Schroefhoorngeit
Domesticatie geit
- nog soberder dan schapen in voedselbehoeften
- voorliefde voor schors en bladeren
- vroeger ingezet om kreupelhout te ontschorsen landbouwgronden winnen die
later door schapen begraasd worden
- dorre streken: werken erosie en woestijnvorming in de hand
- groot adaptatievermogen: gedijen in koude streken, zoals Scandinavië tot hete
dorre gebieden zoals Sahara
Verschil geiten en schapen
GEITEN SCHAPEN
hoornen verticaal gericht hoornen spiraalvormig en neerwaarts
(horizontaal)
bokken hebben klieren aan hoorn- en geen geurklieren
staartbasis die bokkengeur veroorzaakt
(spuiten urine in dekseizoen)
meestal kinbaard of sik geen sik
korte geitenstaart naar boven gericht vetstaart omlaag gericht
geen preorbita diepe groef in traanbeen onder oogkas
door preorbitale traanklier
mekkeren blaten
Geit in een notendop
- herkauwer (4 magen)
- evenhoevige
- onderfamilie Caprinae (Bokken of Beitachtigen) bij de Bovidae (Holhoornigen)
- koe v/d arme man: licht verteerbare melk (3L/dag)
- bok/geit of sik/lam/hamel
- wordt 15-18 jaar oud
- oudste geit: 22 jaar en 5 maanden
- seizoensgebonden voortplanting met gemiddeld 2-2,5 lammeren
- drachtduur: 5 maand
- jonge geiten gepaard vanaf 7 maand
- veel individueler dan schapen, grillig en wispelturig, in gemengde kudden nemen
assertieve geiten de leiding
- uitzonderlijk goede bergbeklimmers
- wereldwijd: 460 miljoen geiten
Wereldwijd geitenbestand
1
Domesticatie geit
- 3de langst gedomesticeerde dier na hond en schaap
- in bergachtige gebieden van West-Azië: 8000 BC
- 3 soorten wilde geiten (onderling onbeperkt vruchtbaar): leven in zomer boven
boomgrens, vaak tweelingen
o Bezoargeit
bezoar: steen gevormd in ingewanden geit
‘geneeskracht’geneeskracht’
na 1800 niet meer gebruikt door gevaarlijke
namaakstenen
o Alpensteenbok
o Schroefhoorngeit
Domesticatie geit
- nog soberder dan schapen in voedselbehoeften
- voorliefde voor schors en bladeren
- vroeger ingezet om kreupelhout te ontschorsen landbouwgronden winnen die
later door schapen begraasd worden
- dorre streken: werken erosie en woestijnvorming in de hand
- groot adaptatievermogen: gedijen in koude streken, zoals Scandinavië tot hete
dorre gebieden zoals Sahara
Verschil geiten en schapen
GEITEN SCHAPEN
hoornen verticaal gericht hoornen spiraalvormig en neerwaarts
(horizontaal)
bokken hebben klieren aan hoorn- en geen geurklieren
staartbasis die bokkengeur veroorzaakt
(spuiten urine in dekseizoen)
meestal kinbaard of sik geen sik
korte geitenstaart naar boven gericht vetstaart omlaag gericht
geen preorbita diepe groef in traanbeen onder oogkas
door preorbitale traanklier
mekkeren blaten
Geit in een notendop
- herkauwer (4 magen)
- evenhoevige
- onderfamilie Caprinae (Bokken of Beitachtigen) bij de Bovidae (Holhoornigen)
- koe v/d arme man: licht verteerbare melk (3L/dag)
- bok/geit of sik/lam/hamel
- wordt 15-18 jaar oud
- oudste geit: 22 jaar en 5 maanden
- seizoensgebonden voortplanting met gemiddeld 2-2,5 lammeren
- drachtduur: 5 maand
- jonge geiten gepaard vanaf 7 maand
- veel individueler dan schapen, grillig en wispelturig, in gemengde kudden nemen
assertieve geiten de leiding
- uitzonderlijk goede bergbeklimmers
- wereldwijd: 460 miljoen geiten
Wereldwijd geitenbestand
1