1 Inleiding
1.1 Kwalitatieve eisen voor een gebouw
De gebruiker staat centraal
1. Gezondheidsnoden van de gebruiker
2. Comfort van de gebruiker
2 soorten comfort:
1) Thermisch comfort: dat je ten alle tijden kan zeggen dat de living 20° is, ook in de winter.
-> als je dat niet kan garanderen heeft dat gevolgen voor de gezondheid van de gebruiker
2) Akoestisch comfort: akoestische isolatie tussen het ene appartement en het andere moet een
bepaalde waarde behalen
-> als dat niet is heeft dat een mentale gevolgen voor de gebruiker
Thermisch- en akoestisch comfort zijn 2 aspecten die met elkaar gelinkt zijn.
3) Voldoende ventilatie: in een woning kan een pollutie zitten (toxische stoffen: lijmen van de
meubels, ...) om die voldoende weg te diffusiëren moet je voldoende ventileren
-> verse lucht van buiten naar binnen, maar die verse lucht kan kouder zijn (bv kouder buiten
dan binnen, maar het moet)
-> ventilatie zorgt voor 20% van het volledige energetische verlies
Die comfort analyse komt vanuit een analyse dat gebeurd is bij de mensen (van 70% van de
mensen): statistisch gaan kijken
3. Duurzaamheid van de bouwconstructies (economisch / ecologisch / sociologisch)
o Economisch:
Het kan niet duurzaam zijn als het gebouw te duur is. Het moet zo optimaal nodig zijn. Men
moet een economisch plan maken op een midden- en lange termijn kijken hoeveel het
gebouw zal kosten.
bv. budget om het gebouw te onderhouden (veel beglazing -> kuisen)
o Ecologisch:
Materialen gebruiken die geen slechte impact hebben op het milieu (heel relatief: een
ranglijst en het varieert met de tijd en ook van regio/land)
o Sociologisch:
Wat is de functie van het gebouw? Heeft het gebouw een impact op de omgeving?
Bv. een rivier en je bouwt een gebouw met een brug -> sociologische impact op de omgeving
of bv. je hebt 5 mensen te werk gesteld vanuit de omgeving -> sociologische impact -> slecht
of goed? negatieve impact: slecht gebouwd dus trekt verkeerde mensen aan.
4
,1.1.1 Evolutie van de isolatienormen voor muren
Gevel bestaat uit: binnenmuur (structuur/akoestiek), spouw opgevuld met thermische isolatie en
gevelsteen
• Materiaal: beton = zwaar
Akoestiek en structuur zijn altijd vermengt met elkaar
• De spouw is gevuld met thermische isolatie
Thermische isolatie: extra laag op de gevel/structuur
Eigenschappen van structuur en akoestiek staan in relatie met elkaar.
Structuur en thermische isolatie staan naast elkaar.
• Niet misleiden thermische steen heeft geen nut. 1 functie van structuur: stabiliteit (liever zwaar
(ook goed op akoestisch vlak) dan thermisch (licht materiaal)).
Akoestiek: densiteit moet hoog genoeg zijn -> de dichtheid van de materialen
• Densiteiten moet je kennen: examen!!!!
De dichtheid van de structuur heeft een hoge densiteit
Materialen met een hoge densiteit hebben meer draagkracht en materialen met een lage
densiteit gaan gemakkelijk breken want de moleculen staan verder van elkaar.
Voor thermische isolatie hebben we een lage dichtheid (=> goed thermisch isolerend) nodig.
Molecules ver van elkaar -> goed thermisch en slecht akoestisch
Molecules dicht bij elkaar -> slecht thermisch en goed voor akoestisch en structuur
1.1.2 Evolutie van de isolatienormen voor daken
In een zadeldak gebruiken ze lichte structuren. Terug een dubbele constructie (net zoals vorige: 2
structuren en daartussen de spouw en die vullen we op met thermisch isolerende materialen). Hier
ook dubbele constructie, maar het verschil is dat het hier licht is.
• Een lichte dubbelwandige constructie moeten we altijd minerale wol gebruiken voor de spouw!
Verplicht!! Nooit een harde isolatie, stijve plaat er tussen steken!
5
, • Ook bij een stalen constructie, ook minerale wol gebruiken anders is de akoestische isolatie
enorm slecht.
Minerale wol gaat het geluid goed absorberen
1.2 Integraal bouwfysisch
Integraal ontwerpen of holistisch gaan ontwerpen: al die principes op hetzelfde moment toepassen.
Als je een materiaal kiest moet je weten hoe dat presteert op vlak van brand, akoestiek, ...
Beter renoveren = “Benoveren”
1.3 Integrale toepassing gevelschil vanuit constructief oogpunt
1. (Stabiliteit): structurele integriteit onder verschillende belastingen
2. Akoestisch: Isolatie
3. Winddichting: Windscherm
4. Waterdichtheid: Waterscherm
5. Thermisch: Isolatie
6. Luchtdichtheid: Luchtscherm (dampscherm)
6
1.1 Kwalitatieve eisen voor een gebouw
De gebruiker staat centraal
1. Gezondheidsnoden van de gebruiker
2. Comfort van de gebruiker
2 soorten comfort:
1) Thermisch comfort: dat je ten alle tijden kan zeggen dat de living 20° is, ook in de winter.
-> als je dat niet kan garanderen heeft dat gevolgen voor de gezondheid van de gebruiker
2) Akoestisch comfort: akoestische isolatie tussen het ene appartement en het andere moet een
bepaalde waarde behalen
-> als dat niet is heeft dat een mentale gevolgen voor de gebruiker
Thermisch- en akoestisch comfort zijn 2 aspecten die met elkaar gelinkt zijn.
3) Voldoende ventilatie: in een woning kan een pollutie zitten (toxische stoffen: lijmen van de
meubels, ...) om die voldoende weg te diffusiëren moet je voldoende ventileren
-> verse lucht van buiten naar binnen, maar die verse lucht kan kouder zijn (bv kouder buiten
dan binnen, maar het moet)
-> ventilatie zorgt voor 20% van het volledige energetische verlies
Die comfort analyse komt vanuit een analyse dat gebeurd is bij de mensen (van 70% van de
mensen): statistisch gaan kijken
3. Duurzaamheid van de bouwconstructies (economisch / ecologisch / sociologisch)
o Economisch:
Het kan niet duurzaam zijn als het gebouw te duur is. Het moet zo optimaal nodig zijn. Men
moet een economisch plan maken op een midden- en lange termijn kijken hoeveel het
gebouw zal kosten.
bv. budget om het gebouw te onderhouden (veel beglazing -> kuisen)
o Ecologisch:
Materialen gebruiken die geen slechte impact hebben op het milieu (heel relatief: een
ranglijst en het varieert met de tijd en ook van regio/land)
o Sociologisch:
Wat is de functie van het gebouw? Heeft het gebouw een impact op de omgeving?
Bv. een rivier en je bouwt een gebouw met een brug -> sociologische impact op de omgeving
of bv. je hebt 5 mensen te werk gesteld vanuit de omgeving -> sociologische impact -> slecht
of goed? negatieve impact: slecht gebouwd dus trekt verkeerde mensen aan.
4
,1.1.1 Evolutie van de isolatienormen voor muren
Gevel bestaat uit: binnenmuur (structuur/akoestiek), spouw opgevuld met thermische isolatie en
gevelsteen
• Materiaal: beton = zwaar
Akoestiek en structuur zijn altijd vermengt met elkaar
• De spouw is gevuld met thermische isolatie
Thermische isolatie: extra laag op de gevel/structuur
Eigenschappen van structuur en akoestiek staan in relatie met elkaar.
Structuur en thermische isolatie staan naast elkaar.
• Niet misleiden thermische steen heeft geen nut. 1 functie van structuur: stabiliteit (liever zwaar
(ook goed op akoestisch vlak) dan thermisch (licht materiaal)).
Akoestiek: densiteit moet hoog genoeg zijn -> de dichtheid van de materialen
• Densiteiten moet je kennen: examen!!!!
De dichtheid van de structuur heeft een hoge densiteit
Materialen met een hoge densiteit hebben meer draagkracht en materialen met een lage
densiteit gaan gemakkelijk breken want de moleculen staan verder van elkaar.
Voor thermische isolatie hebben we een lage dichtheid (=> goed thermisch isolerend) nodig.
Molecules ver van elkaar -> goed thermisch en slecht akoestisch
Molecules dicht bij elkaar -> slecht thermisch en goed voor akoestisch en structuur
1.1.2 Evolutie van de isolatienormen voor daken
In een zadeldak gebruiken ze lichte structuren. Terug een dubbele constructie (net zoals vorige: 2
structuren en daartussen de spouw en die vullen we op met thermisch isolerende materialen). Hier
ook dubbele constructie, maar het verschil is dat het hier licht is.
• Een lichte dubbelwandige constructie moeten we altijd minerale wol gebruiken voor de spouw!
Verplicht!! Nooit een harde isolatie, stijve plaat er tussen steken!
5
, • Ook bij een stalen constructie, ook minerale wol gebruiken anders is de akoestische isolatie
enorm slecht.
Minerale wol gaat het geluid goed absorberen
1.2 Integraal bouwfysisch
Integraal ontwerpen of holistisch gaan ontwerpen: al die principes op hetzelfde moment toepassen.
Als je een materiaal kiest moet je weten hoe dat presteert op vlak van brand, akoestiek, ...
Beter renoveren = “Benoveren”
1.3 Integrale toepassing gevelschil vanuit constructief oogpunt
1. (Stabiliteit): structurele integriteit onder verschillende belastingen
2. Akoestisch: Isolatie
3. Winddichting: Windscherm
4. Waterdichtheid: Waterscherm
5. Thermisch: Isolatie
6. Luchtdichtheid: Luchtscherm (dampscherm)
6