Samenvatting blok 4. Stofwisseling II
WEEK 1. ENDOCRINOLOGIE
Hoorcollege 1. Basisprincipes endocrinologie
Hormoon
Hormonen worden gemaakt in klieren. Deze komen terecht in de bloedbaan en werken op doelcellen
met receptoren. Cellen kunnen deze hormonen opnemen en hierdoor volgt een speciale reactie
binnen de cel. Hormonen kunnen ook binden aan receptoren en hiermee een signaaltransductie
opwekken met een effect. Alleen bij voldoende sensitiviteit ontstaat een actie.
Er is een specifieke hormoonreceptor-interactie. Dit zijn hele sterke bindingen en zijn erg specifiek
(er zijn weinig kruisreacties). Resultaat van de binding wordt bepaald door hormoon en receptor.
Hormonen worden in hele lage concentraties in bloed vervoerd.
- Peptiden en eiwitten: hydrofiel opgelost in bloed
- Steroïden, T3/T4: lipofiel transporteiwitten
o 99% gebonden (inactief), 1% vrije fractie (actief)
o Loskoppeling hormoon bij doelcellen
Uitscheiding hormonen
Circadiaans ritmes: hormonen worden niet altijd in dezelfde hoeveelheden afgegeven, maar deze
afgifte hangt samen met het moment van de dag. Bijv.: cortisol overdag hoger dan ’s nachts
- Kan worden gebruikt voor diagnostiek: bij tumor dan ’s avonds het cortisol meten.
LH en FSH patronen veranderen ook tijdens het leven: puberteit bijv.
Neurotransmitters worden rechtstreeks afgeleverd in zenuwuiteinde en worden dus maar een klein
stukje getransporteerd.
Endocriene systeem
Hormoon productie in de volgende weefsels:
- Hypofyse ACTH, GH, LH/FSH, prolactine, TSH
- Schildklier T3/T4, calcitonine
- Pancreas insuline, glucagon
- Ovaria oestradiol, AMH, inhibine
- Testis testosteron, AHM, inhibine
- Bijnier cortisol, aldosteron, adrenaline
- Bijschildklier PTH (parathormoon)
Daarnaast produceren vetweefsel, maag en andere weefsels ook hormonen.
Meettechnieken
Lage concentraties vereisen speciale versterkingstechnieken om een voldoende signaal te meten:
- Enzymatische versterking
- Luminescentie: lichtsignaal
- Fluorescentie
- Speciale voorbewerking en meettechniek
1
,Hypofyse-hypothalamus as:
Hypothalamus Hypofyse (voorkwab) Doelorgaan Reactie
TRH TSH Schildklier T3/T4
CRH ACTh Bijniercortex Cortisol
GnRH LH en FSH Gonaden Oestradiol en
testosteron
GHRH GH Lever IGF-1
Dopamine Prolactine Borst en andere
weefsel
Alleen dopamine heeft op prolactine inhiberende werking.
Feedbackmechanisme: reactie zorgt voor een negatieve/positieve feedback. Zo zorgt T3/T4 voor een
negatieve feedback op hypothalamus en hypofyse. Prolactine heeft juist een positieve feedback op
de hypothalamus voor productie van dopamine.
Receptormechanisme
Hormonen werken op cel via receptoren:
- Nucleaire receptor: via celmembraan migreren naar celkern vetachtige stoffen
- Enzymgekoppelde receptor: met behulp van second messenger (tyrosine-fosfaat) IGF-1
- G-protein gekoppelde receptor: met behulp van second messenger (cAMP) LH
Stress response systeem
CRH vanuit hypothalamus zorgt voor afgifte van ACTH van hypofyse. Dit stimuleert de bijnier tot
productie van cortisol. Dit komt in bloed terecht en zorgt voor de stress response. Daarnaast heeft
het een negatieve feedback hypofyse en hypothalamus.
Problemen:
- Teveel hormoon
o Teveel cortisol syndroom van Cushing
Klachten: bol gelaat, broze botten, spierzwakte
- Geen goede receptor-hormoon werking:
o Androgen insensitivity syndrome
Testis hormoon herkent receptor niet: XY-karyotype: interne testis, maar
vrouwelijke secundaire geslachtskenmerken
o T3-receptor mutatie: dwerggroei
o GH-receptor mutatie: dwerggroei
2
,Hoorcollege 2. Hypofysefunctie en -ziekte
Anatomie
De hypofyse is gelegen in het Turkse zadel (sella turcica). Om de hypofyse ligt
de sinus sphenoidalis. Op het MRI licht het neurohypofyse (achterkwab) op
zonder contrast. Ventraal hiervan ligt de adenohypofyse (voorkwab). Voor de
hypofysesteel ligt het chiasma opticum.
Sinus cavernosus = ruimte rondom hypofyse
Hierin lopen veneuze sinussen, de a. carotis interna en drie hersenzenuwen beiderzijds voor de
aansturing van de oogbewegingen: n. oculomotorius (N3), n. trochlearis (N4) en n. abducens (N6).
Embryologie
De hypofysevoorkwab ontstaat vanuit de primitieve mondholte (Rathke’s pouch). De achterkwab
ontstaat uit een deel van de hersenen (infundibulum).
- Voorkwab = adenohypofyse: portale systeem
- Achterkwab = neurohypofyse: neurale secretie – krijgen hun eigen arteriële bloed
o Daadwerkelijke productie in hypothalamus
Hypofyse hormonen:
- Voorkwab:
o GH: groeihormoon botten en spierweefsel
o Prolactine borstklier
o TSH schildklier
o ACTH bijnieren
o Gonadotrofines: LH en FSH testis/ovaria
- Achterkwab:
o Vasopressine (ADH) nieren (distale tubulus en verzamelbuis)
o Oxytocine baarmoeder en borstklier
Groeihormoon
Dit hormoon wordt pulsatiel afgegeven: basale GH-spiegels meten is nauwelijks zinnig. Deze pieken
treden vooral ’s nachts op. Vrouwen hebben een hogere waarde dan mannen en er is ook een
verschil tussen jong-oud in pulsamplitude: bij jonge mensen zijn deze pieken veel hoger.
Regulatie
Concentratie verandert in de loop van de dag:
- Verhoging
o Slaap en inspanning
o Vasten: hypoglykemie
o Aminozuren: arginine
- Verlaging:
o Postprandiaal: hyperglykemie en FFA (vrije vetzuren)
Sporten na maaltijd minder zinnig.
IGF-1 heeft het belangrijkste effect (minder dan GH zelf) op het lichaam.
3
, Prolactine en geslachtshormonen
Prolactine is vrijwel enige hormoon met negatieve feedback
op hypothalamus en hypofyse. In de periode dat vrouw
borstvoeding geeft, is de kans klein dat de vrouw zwanger
wordt, doordat prolactine (melkproductie) GnRH remt.
Hypofysepathologie
Hypofyseadenomen
Hypofysefunctie kan uitvallen bij hypofyseadenomen. Dit heet hypopituitarisme.
- Vrijwel altijd benigne tumoren uitgaande van één of meer hypofysaire celtypen
- Macro-adenoom > 1 cm – micro-adenoom < 1 cm
- Klachten ontstaan door:
o Lokaal ruimte-innemend proces
o Soms overproductie van één of meer hormonen
o Soms uitval van één of meer hormonen
Indeling in klinisch niet-functionerende hypofyseadenomen en wel functionerende
hypofyseadenomen. Er zijn meerdere soorten:
- 40%: prolactinoom
- 30%: klinisch niet-functionerend
- 20% :GH-producerend
- 10%: ACTH-producerend
- 1%: TSH-producerend
Hypofyse kan druk geven op chiasma opticum, waardoor het zicht wordt verminderd. Dit heet de
sneeuwpopconfiguratie (beeld op MRI).
Prolactine-producerend adenoom: prolactinoom
- Symptomen bij vrouwen: vaak microprolactinomen
o Amenorrhoe, infertiliteit
o Galactorrhoe (30%): afscheiding melk uit borsten
- Symptomen bij vrouwen: vaak macroprolactinomen
o Libidoverlies, impotentie, soms galactorrhoe
o Lokale verschijnselen: hoofdpijn, gezichtsvelddefect
- Hyperprolactinaemie heeft vaak andere oorzaken:
o Sterk verhoogd: macroprolactinoom
o Licht verhoogd:
Microprolactinoom
Groot (niet-functionerend) hypofyse adenoom
Fors gestoorde nierfunctie: minder afbraak
Primaire hyperthyreoïdie
Oestrogenen: zwangerschap, pil
Antidopaminerge medicatie: antipsychotica, antibraakmiddelen
- Therapie:
o Medicijnen: meestal goede controle en soms genezing mogelijk
= voorkeursbehandeling dopamine-achtige stof (Parkinsonmedicijnen)
o Hypofysechirurgie: als medicijnen niet voldoende helpen
4
WEEK 1. ENDOCRINOLOGIE
Hoorcollege 1. Basisprincipes endocrinologie
Hormoon
Hormonen worden gemaakt in klieren. Deze komen terecht in de bloedbaan en werken op doelcellen
met receptoren. Cellen kunnen deze hormonen opnemen en hierdoor volgt een speciale reactie
binnen de cel. Hormonen kunnen ook binden aan receptoren en hiermee een signaaltransductie
opwekken met een effect. Alleen bij voldoende sensitiviteit ontstaat een actie.
Er is een specifieke hormoonreceptor-interactie. Dit zijn hele sterke bindingen en zijn erg specifiek
(er zijn weinig kruisreacties). Resultaat van de binding wordt bepaald door hormoon en receptor.
Hormonen worden in hele lage concentraties in bloed vervoerd.
- Peptiden en eiwitten: hydrofiel opgelost in bloed
- Steroïden, T3/T4: lipofiel transporteiwitten
o 99% gebonden (inactief), 1% vrije fractie (actief)
o Loskoppeling hormoon bij doelcellen
Uitscheiding hormonen
Circadiaans ritmes: hormonen worden niet altijd in dezelfde hoeveelheden afgegeven, maar deze
afgifte hangt samen met het moment van de dag. Bijv.: cortisol overdag hoger dan ’s nachts
- Kan worden gebruikt voor diagnostiek: bij tumor dan ’s avonds het cortisol meten.
LH en FSH patronen veranderen ook tijdens het leven: puberteit bijv.
Neurotransmitters worden rechtstreeks afgeleverd in zenuwuiteinde en worden dus maar een klein
stukje getransporteerd.
Endocriene systeem
Hormoon productie in de volgende weefsels:
- Hypofyse ACTH, GH, LH/FSH, prolactine, TSH
- Schildklier T3/T4, calcitonine
- Pancreas insuline, glucagon
- Ovaria oestradiol, AMH, inhibine
- Testis testosteron, AHM, inhibine
- Bijnier cortisol, aldosteron, adrenaline
- Bijschildklier PTH (parathormoon)
Daarnaast produceren vetweefsel, maag en andere weefsels ook hormonen.
Meettechnieken
Lage concentraties vereisen speciale versterkingstechnieken om een voldoende signaal te meten:
- Enzymatische versterking
- Luminescentie: lichtsignaal
- Fluorescentie
- Speciale voorbewerking en meettechniek
1
,Hypofyse-hypothalamus as:
Hypothalamus Hypofyse (voorkwab) Doelorgaan Reactie
TRH TSH Schildklier T3/T4
CRH ACTh Bijniercortex Cortisol
GnRH LH en FSH Gonaden Oestradiol en
testosteron
GHRH GH Lever IGF-1
Dopamine Prolactine Borst en andere
weefsel
Alleen dopamine heeft op prolactine inhiberende werking.
Feedbackmechanisme: reactie zorgt voor een negatieve/positieve feedback. Zo zorgt T3/T4 voor een
negatieve feedback op hypothalamus en hypofyse. Prolactine heeft juist een positieve feedback op
de hypothalamus voor productie van dopamine.
Receptormechanisme
Hormonen werken op cel via receptoren:
- Nucleaire receptor: via celmembraan migreren naar celkern vetachtige stoffen
- Enzymgekoppelde receptor: met behulp van second messenger (tyrosine-fosfaat) IGF-1
- G-protein gekoppelde receptor: met behulp van second messenger (cAMP) LH
Stress response systeem
CRH vanuit hypothalamus zorgt voor afgifte van ACTH van hypofyse. Dit stimuleert de bijnier tot
productie van cortisol. Dit komt in bloed terecht en zorgt voor de stress response. Daarnaast heeft
het een negatieve feedback hypofyse en hypothalamus.
Problemen:
- Teveel hormoon
o Teveel cortisol syndroom van Cushing
Klachten: bol gelaat, broze botten, spierzwakte
- Geen goede receptor-hormoon werking:
o Androgen insensitivity syndrome
Testis hormoon herkent receptor niet: XY-karyotype: interne testis, maar
vrouwelijke secundaire geslachtskenmerken
o T3-receptor mutatie: dwerggroei
o GH-receptor mutatie: dwerggroei
2
,Hoorcollege 2. Hypofysefunctie en -ziekte
Anatomie
De hypofyse is gelegen in het Turkse zadel (sella turcica). Om de hypofyse ligt
de sinus sphenoidalis. Op het MRI licht het neurohypofyse (achterkwab) op
zonder contrast. Ventraal hiervan ligt de adenohypofyse (voorkwab). Voor de
hypofysesteel ligt het chiasma opticum.
Sinus cavernosus = ruimte rondom hypofyse
Hierin lopen veneuze sinussen, de a. carotis interna en drie hersenzenuwen beiderzijds voor de
aansturing van de oogbewegingen: n. oculomotorius (N3), n. trochlearis (N4) en n. abducens (N6).
Embryologie
De hypofysevoorkwab ontstaat vanuit de primitieve mondholte (Rathke’s pouch). De achterkwab
ontstaat uit een deel van de hersenen (infundibulum).
- Voorkwab = adenohypofyse: portale systeem
- Achterkwab = neurohypofyse: neurale secretie – krijgen hun eigen arteriële bloed
o Daadwerkelijke productie in hypothalamus
Hypofyse hormonen:
- Voorkwab:
o GH: groeihormoon botten en spierweefsel
o Prolactine borstklier
o TSH schildklier
o ACTH bijnieren
o Gonadotrofines: LH en FSH testis/ovaria
- Achterkwab:
o Vasopressine (ADH) nieren (distale tubulus en verzamelbuis)
o Oxytocine baarmoeder en borstklier
Groeihormoon
Dit hormoon wordt pulsatiel afgegeven: basale GH-spiegels meten is nauwelijks zinnig. Deze pieken
treden vooral ’s nachts op. Vrouwen hebben een hogere waarde dan mannen en er is ook een
verschil tussen jong-oud in pulsamplitude: bij jonge mensen zijn deze pieken veel hoger.
Regulatie
Concentratie verandert in de loop van de dag:
- Verhoging
o Slaap en inspanning
o Vasten: hypoglykemie
o Aminozuren: arginine
- Verlaging:
o Postprandiaal: hyperglykemie en FFA (vrije vetzuren)
Sporten na maaltijd minder zinnig.
IGF-1 heeft het belangrijkste effect (minder dan GH zelf) op het lichaam.
3
, Prolactine en geslachtshormonen
Prolactine is vrijwel enige hormoon met negatieve feedback
op hypothalamus en hypofyse. In de periode dat vrouw
borstvoeding geeft, is de kans klein dat de vrouw zwanger
wordt, doordat prolactine (melkproductie) GnRH remt.
Hypofysepathologie
Hypofyseadenomen
Hypofysefunctie kan uitvallen bij hypofyseadenomen. Dit heet hypopituitarisme.
- Vrijwel altijd benigne tumoren uitgaande van één of meer hypofysaire celtypen
- Macro-adenoom > 1 cm – micro-adenoom < 1 cm
- Klachten ontstaan door:
o Lokaal ruimte-innemend proces
o Soms overproductie van één of meer hormonen
o Soms uitval van één of meer hormonen
Indeling in klinisch niet-functionerende hypofyseadenomen en wel functionerende
hypofyseadenomen. Er zijn meerdere soorten:
- 40%: prolactinoom
- 30%: klinisch niet-functionerend
- 20% :GH-producerend
- 10%: ACTH-producerend
- 1%: TSH-producerend
Hypofyse kan druk geven op chiasma opticum, waardoor het zicht wordt verminderd. Dit heet de
sneeuwpopconfiguratie (beeld op MRI).
Prolactine-producerend adenoom: prolactinoom
- Symptomen bij vrouwen: vaak microprolactinomen
o Amenorrhoe, infertiliteit
o Galactorrhoe (30%): afscheiding melk uit borsten
- Symptomen bij vrouwen: vaak macroprolactinomen
o Libidoverlies, impotentie, soms galactorrhoe
o Lokale verschijnselen: hoofdpijn, gezichtsvelddefect
- Hyperprolactinaemie heeft vaak andere oorzaken:
o Sterk verhoogd: macroprolactinoom
o Licht verhoogd:
Microprolactinoom
Groot (niet-functionerend) hypofyse adenoom
Fors gestoorde nierfunctie: minder afbraak
Primaire hyperthyreoïdie
Oestrogenen: zwangerschap, pil
Antidopaminerge medicatie: antipsychotica, antibraakmiddelen
- Therapie:
o Medicijnen: meestal goede controle en soms genezing mogelijk
= voorkeursbehandeling dopamine-achtige stof (Parkinsonmedicijnen)
o Hypofysechirurgie: als medicijnen niet voldoende helpen
4