1. Inleiding: gezinsbeleid
Genderongelijkheid = groot thema binnen de gezinspedagogiek
Historische inleiding
Reeks historische pamfletten, heel typisch vrouw aan de haard die moet zorgen
voor het perfecte gezinnetje met de man als broodwinner
20e eeuw: eeuw van de huisvrouw
o Na WOII moest het land opnieuw worden opgebouwd -> huisvrouw = want
mannen moesten werken
o Vrouwen worden weggehouden van de arbeidsmarkt
o Taak van de huisvrouw: moreel hooghouden om een zedige maatschappij te
(her)bekomen
Katholieke partijen: Aandacht voor de 3 K’s:
Kerk, Keuken en Kinderen
Socialistische partijen:
Sociale strijd voor hogere lonen (bij mannen) zou in het gedrang kunnen komen
wanneer vrouwen zouden mogen gaan werken
o Minder budget beschikbaar, dus ook geen loonsverhoging mogelijk
o Later dan aan de leiding van grote vrouwenrechtenbewegingen; kantelpunt!
Liberale partijen:
Vertegenwoordiging van de werkgevers die baat hadden bij lage lonen van
vrouwen
o Vrouwen werden per definitie klaargestoomd om een gezin te hebben, niets
anders
Nog geen grote aanwezigheid van elektrische luxeartikelen -> vrouwen hadden
handen vol met huishouden te regelen
Tijdens WOII
o Tijdelijke kentering
Mannen gingen naar het front dus moesten vrouwen aan de slag
Vrouwen werden ingezet op de arbeidsmarkt wanneer nodig zonder volwaardige
positie (geen gelijke rechten)
Demografische ontwikkeling
Na WOII: 2 tendensen:
Vergrijzing
o Aandeel ouderen (65+) groeit, kunnen nietmeer worden ingezet op de
arbeidsmarkt
Kosten sociale zekerheid = groeien
o Mede door grote medische vooruitgang dus mensen worden ouder
Ontgroening
o Nataliteit daalt!
o Wereldwijd worden minder kinderen geboren = statistisch minder (jonge)
werkkrachten
Sociale zekerheid krijgt minder geld binnen door minder jonge werkkrachten
o Minder schouders om sociale lasten te dragen? -> opzoek naar meer schouders
(werkkrachten) = vrouwen opeens toch goed genoeg
Genderongelijkheid = groot thema binnen de gezinspedagogiek
Historische inleiding
Reeks historische pamfletten, heel typisch vrouw aan de haard die moet zorgen
voor het perfecte gezinnetje met de man als broodwinner
20e eeuw: eeuw van de huisvrouw
o Na WOII moest het land opnieuw worden opgebouwd -> huisvrouw = want
mannen moesten werken
o Vrouwen worden weggehouden van de arbeidsmarkt
o Taak van de huisvrouw: moreel hooghouden om een zedige maatschappij te
(her)bekomen
Katholieke partijen: Aandacht voor de 3 K’s:
Kerk, Keuken en Kinderen
Socialistische partijen:
Sociale strijd voor hogere lonen (bij mannen) zou in het gedrang kunnen komen
wanneer vrouwen zouden mogen gaan werken
o Minder budget beschikbaar, dus ook geen loonsverhoging mogelijk
o Later dan aan de leiding van grote vrouwenrechtenbewegingen; kantelpunt!
Liberale partijen:
Vertegenwoordiging van de werkgevers die baat hadden bij lage lonen van
vrouwen
o Vrouwen werden per definitie klaargestoomd om een gezin te hebben, niets
anders
Nog geen grote aanwezigheid van elektrische luxeartikelen -> vrouwen hadden
handen vol met huishouden te regelen
Tijdens WOII
o Tijdelijke kentering
Mannen gingen naar het front dus moesten vrouwen aan de slag
Vrouwen werden ingezet op de arbeidsmarkt wanneer nodig zonder volwaardige
positie (geen gelijke rechten)
Demografische ontwikkeling
Na WOII: 2 tendensen:
Vergrijzing
o Aandeel ouderen (65+) groeit, kunnen nietmeer worden ingezet op de
arbeidsmarkt
Kosten sociale zekerheid = groeien
o Mede door grote medische vooruitgang dus mensen worden ouder
Ontgroening
o Nataliteit daalt!
o Wereldwijd worden minder kinderen geboren = statistisch minder (jonge)
werkkrachten
Sociale zekerheid krijgt minder geld binnen door minder jonge werkkrachten
o Minder schouders om sociale lasten te dragen? -> opzoek naar meer schouders
(werkkrachten) = vrouwen opeens toch goed genoeg