ONGEMASKEERDE
Beginnen met het beste oor.
Ken je het beste oor niet? => neemt
luchtgeleidingsdrempels op 1000Hz voor L en
R.
Altijd starten op 30 dB HL!
Rechts 1000Hz op 30 dB HL en daarna links
hetzelfde.
Gehoord op 30 dB? Ga je verder met 5 up, 10 down.
5 up, 10 down: gehoord = 10 dB zachter, niet gehoord = 5 dB zachter.
Niet gehoord op 30 dB? Ga je 20 dB luider. Dan wel gehoord? Starten met 5
up, 10 down.
Nog steeds niet gehoord op die 50 dB, dan ga je in stapjes van 10 dB stijgen tot
er reactie komt.
Drempel vastleggen als de patiënt 2 maal reageert op dezelfde en laagste
intensiteit! (enter)
Het oor met de beste (laagste) drempel is het beste oor.
STEL: R = 5 dB HL op 1000Hz, L = 0 dB op 1000Hz
Nu ga je dus verder met het linker oor.
Start met 2000Hz op het BESTE OOR en doet hetzelfde als daarnet.
Daarna 4000Hz en 8000Hz. Dan 500Hz, 250Hz en 125Hz.
Nu zijn alle drempels bepaald voor het beste oor, daarna ga je het andere oor
doen.
! BELANGRIJK: 1000Hz moet je hertesten bij het oor waarmee je in het begin mee
gestart bent.
Andere oor test je dus ook (1000Hz), 2000Hz, 4000Hz, 8000Hz, 500Hz,
250Hz en 125Hz.
Tussenfrequenties: enkel als het verschil tussen de twee aanliggende drempels
20 dB is of meer.
NU heb je de luchtgeleidingsdrempels bepaald voor linker- en rechteroor.
Hierna doe je de beengeleidingsdrempels. (past dit aan bij stimulus)
Start opnieuw met het beste oor.
Start op 1000Hz op 30 dB HL. Dan 2000Hz en 4000Hz.
Tot slotte 500Hz en 250Hz
! 8000Hz en 125 Hz doen we niet voor beengeleiding.
Je herhaalt exact hetzelfde voor het andere oor. 1000Hz, 2000Hz, 4000Hz,
500Hz en 250Hz.