VEROUDERING
,H1: DEMENTIES/ DEPRESSIE / DELIER
DE GERIATRISCHE PATIËNT
Geriatrische evaluatie / comprehensive geriatric assessment (CGA) =
Een multidimensioneel interdisciplinair diagnostisch process voor het in kaart brengen van de medische,
psychologische en functionele mogelijkheden van kwetsbare (frêle) ouderen
Doel: ontwikkeling van een gecoördineerd en geïntegreerd plan voor behandeling en LT-opvolging
DEMENTIE
INLEIDING
Dementie is geen ziekte, maar een syndroom met verschillende oorzaken. En verschillende kenmerken:
Zowel cognitief al functioneel moeten aangetast
zijn
Door vergrijzing van de bevolking gaat het aantal ouderen met dementie ook blijven stijgen
1/3 van alle 85-jarigen krijgen dementie
,EXAMINEREN
Anamnese: wat zijn klachten, tijdsevolutie, …
Heteroanamnese: anosognosie -> patiënt heeft geen inzicht in eigen aftakeling
Screeningsinstrumenten
- Mini-mental-status examination: onderdelen
• Oriëntatie in tijd en ruimte
• Inprentingsvermogen
• Aandacht en werkgeheugen
• Geheugen
• Taal
NEURO-PSYCHOLOGISCH ONDERZOEK
Sensorisch geheugen: info die u aangeboden
wordt die u ziet of hoort bv telefoonnummer
blijft maar paar seconden hangen maar kan
gecontroleerd of automatisch opgeslagen
worden in het LT-geheugen
Langetermijngeheugen:
Procedurele geheugen: geheugen voor
allerlei handelingen (bv hoe breek je een ei)
Declaratieve geheugen:
- Episodisch: geheugen dat alles omvat van
facts en figures (wat heb je op het nieuws
gezien…)
- Semantisch geheugen: alles wat met
taalinhoud en – begrip te maken heeft
Geheugen testen:
Auditief geheugentest: 15 verschillende woorden horen en zo veel mogelijk proberen na te zeggen
- Na elke poging worden er meer woorden onthouden
- Geheugendeficit: geen leercurve, na de 5 pogingen weet de patiënt maar even veel woorden
als na de 1e
Sterke verstrooibaarheid/vragen moeten herhalen
Tijdens onderzoek een eenvoudige taak niet kunnen afwerken bv een optelsom of aftreksom
Abstract denken: het denken over zaken die je niet kan zien
Stoornissen in de fasie, de praxie en de gnosie
Afasie = stoornissen in het spreken en het begrijpen vd taal => testen door benoemtaak
- Woordvindingsmoeilijkheden
- Parafasieën: woorden gebruiken die op elkaar lijken maar iets anders betekenen (lat en kat)
, - Gestoorde benoeming
Praxie = Stoornissen in het uitvoeren van eenvoudige en complexere bewegingen; aan- en uitkleden
zich wassen, eten
Agnosie = verlies van het vermogen om personen, voorwerpen, geluiden, geur etc te herkennen
Executieve functies = planmatig handelen, mentale flexibiliteit
- Stroop test: blauw rood geel groen
Een belangrijk teken van AD is verandering in de tijd in de mate van functioneren.
Al jaren voordat de klinische diagnose AD wordt gesteld, functioneren mensen op een lager niveau.
Naarmate AD voortschrijdt, neemt het vermogen om alledaagse handelingen te verrichten af
Vermogen om normale activiteiten te verrichten neemt af in de predementiefase
Traag progressief en bij normaal bewustzijn
- Belangrijk in de differentieel diagnose
Gedragsveranderingen
- Humeurschommelingen
- Decorumverlies
- Paranoide of psychotische kenmerken
- Angst, apathie, wanen, depressie, hallucinaties, misidentificatie, slapeloosheid
- Agitatie, roepgedrag, huilen, vloeken, agressie, herhaald vragen, rusteloosheid, motorische
onrust
OORZAKEN DEMENTIE