Stappen voor naamgeving
Vb: TM_21_WA_LB_GENERIEKE WAND STABILITEIT BUITENMUUR
• TM staat voor de initialen van de organisatie/bureau dat het object
gemaakt heeft. In dit geval is dit Thomas More
▪ Mijn naam (SB)
• De 21 staat voor de classificatie (zie hier onder)
▪ Code van een element volgens de Classificatietabel
• WA staal voor de categorie, in die geval is dit WALL
• LB staat voor de methode van plaatsing. In dit geval is dit Level Based. Alle
elementen die je nu aanmaakt hebben bijna allemaal LB.
• Daarna plaats je de omschrijving die je zelf vrij invult.
1e coderingselement: Organisatie/Bureau
TM = Thomas More
C3A = C3A, een opleidingscentrum in Gent.
FD = Frederik Deketelaere. Dit is mijn voornaam en achternaam. Vanaf nu zal je aan
elke wand, vloer of dak dat je zelf maakt je eigen initialen toevoegen. Heb je 3 letters,
dan houd je de eerste twee.
Bijvoorbeeld: Tom Van Waes wordt dan TW.
2e coderingselement: Element Classificatie
De classificatie is een code die toegekend wordt aan elk element.
De classificatie gebeurt aan de hand van de BB-SFB codering. Dit is een internationaal
coderingssysteem dat elke bouwelement aanduidt met 2 cijfers. Deze kun je ook
terugvinden in de template die je meegekregen hebt (onder drafting views).
Soms kunnen de codes ook nog verfijnd worden met een extra cijfer na de 2 cijfers,
gevolgd door een punt:
CAAD BIM 1 - Classificatietabel
3e coderingselement: categorie
WA = WALL
FL = FLOOR
,RO = ROOF
De volledige lijst vind je hier:
CAAD BIM 1 - Afkortingen Categorieën.
4e coderingselement: Plaatsingsmethode
Voorlopig moet je alleen LB toepassen.
Later zul je nog andere plaatsingsmethoden moeten gebruiken, deze vind je hier:
CAAD-BIM 1 - Plaatsingsmethoden
Overzicht
Op Revit
Project browser ➔ Architectural ➔ Drafting views ➔ SfB codering (Tonen van
Classificatietabel)
,WALLS AND FLOORS
Structurele wanden → houden gebouw recht + bestaan uit: beton, steen, hout (1 materiaal)
Architecturale wanden → maken gebouw wind- en waterdicht + dragen niet bij tot stabiliteit
(binnenafwerking is ook architecturaal)
!! binnenbepleistering moet je als aparte wand modeleren (niet instellen als laag van wand)
Generieke wanden → wand zonder materiaal toe te voegen (in vroeg ontwerpproces)
Kan later vervangen worden door gedetailleerde wand
Structurele wanden staan op funderingsplaat, NIET op architecturale vloer
Architecturale wanden staan WEL op architecturale vloer
VOLGORDE VAN PLAATSING
1) Architecturale buitenwand
2) Funderingsvloer
3) Structurele buitenwand
4) Architecturale vloer
!! eerst diktes van muren instellen voor andere muren of vloeren geplaatst worden
4 TYPES VOORGEPROGRAMMEERDE WANDEN
- 21.2 = buitenwand structuur
- 22.1 = binnenwand architectuur
- 22.2 = binnenwand structuur
- 41 = buitenwand architectuur
STRUCTURELE WANDEN
!! altijd “Wall: Architectural” kiezen / op “Wall” klikken
Properties instellen
o Location line = binnen of buiten
o Base constraint = onderste level = 0…
o Top constraint = bovenste level = 10…
o Base offset = hoogte boven/onder onderste level = = - dikte van architecturale vloer
o Top offset = hoogte boven/onder bovenste level = 0
ARCHITECTURALE WANDEN
, !! altijd “Wall: Architectural” kiezen / op “Wall” klikken
Properties instellen
o Location line = binnen of buiten
o Base constraint = onderste level = 0…
o Top constraint = bovenste level = 10…
o Base offset = hoogte boven/onder onderste level = - dikte van architecturale vloer
o Top offset = hoogte boven/onder bovenste level = - dikte van architecturale en
funderingsvloer
MATERIAAL VAN WANDEN INSTELLEN
1) Op pijltje klikken om voorgeprogrammeerde wand met juiste SFBcode te selecteren
2) Initialen + naam veranderen veranderen
o Naam van lagen in vet + dikte van laag
3) WRAP???
4) Materiaal instellen
5) “layers below wrap” en “layers above wrap”???
!! 1 laag tussen core boundaries
!! max 1 structure layer bij structurele wand + GEEN structure layer bij architecturale wand
NIEUWE WAND
Als je een wand met zelfde SFB code als bestaande wand wil maken met andere materialen
EERST duplicate, DAN materialen aanpassen
STRUCTURELE BINNENWAND
!! altijd “Wall: Architectural” kiezen / op “Wall” klikken
Properties instellen
o Location line = binnen of buiten
o Base constraint = onderste level = 0…
o Top constraint = bovenste level = 10…
o Base offset = hoogte boven/onder onderste level = - dikte van architecturale vloer
o Top offset = hoogte boven/onder bovenste level = - dikte van architecturale en
funderingsvloer
!! muur en architecturale vloer joinen + op “switch join order” klikken
TYPES VLOEREN
- 13 = funderingsvloer → NOOIT boven grond (onder level)
- 23 = structurele vloer verdieping → onder level
- 43 = architecturale vloer → op betonvloer onder level