22-23
ARCHITECTURALE
CONTEXT
DIRK GIJSEMANS
LUNE DERDIN
,H1: NEOCLASSICISME EN
REVOLUTIONAIREN
INLEIDING
1
,BAROK
Periode: 1615-1715
- Kerk = grote macht
- Eerste klemmen voor de moderne architectuur
- Adhv de katholieke giften = kerkelijke schatkist gevuld
ALGEMENE KENMERKEN
- Van evenwicht (Renaissance) naar samenballing (Barok):
• 1 synthetisch geheel van schilder/ beeldhouw en bouwkunst
- Van kalme rust (Rss) naar onstuimige beweging (B)
- Druk, breed, theatraal, asymmetrisch
- Diagonalen
- Sterke contrasten
- Pracht en praal
- Triomfantelijke, gespierde uitdrukking van katholieke hervorming (contrareformatie) +
vorstelijk absolutisme
1; Evenwicht (San Lorenzo,
Brunelleschi, Firenze (1400))
2; Samenballing (Sant’Ignazio,
Grassi & Moderno, Rome
(1600))
1; Rust en symmetrie (Laatste
avondmaal, Da Vinci, Milaan (
1495))
2; beweging en assymetrie (De
hemelvaart van Maria, Rubens,
Antwerpen (1625))
Diagonalen
2
, Triomfantelijk (Trevi Fontein, Bernini, Rome (1732))
STIJLFIGUREN
- Vrije toepassing van de Renaissance vormen:
• Zuilen met verdikte banden of geschroefd (Salamonische zuil)
• Doorbroken frontons
• Afwisseling segment- en driehoekige frontons
• Overmatig zware lijsten
- Specifieke barok elementen:
• Sterk uitspringende delen en golvende lijnen (convexe en concave muren, ellipsvormige
grondplannen, …)
• Vol beeldhouwwerk dat het bouwkundig kader doorbreekt
• Golvende steunberen met voluten
• Cartouche en ronde/ @
- Onstuimige vaart naar omhoog, eerder opgaande lijnen dan horizontaal evenwicht
(Renaissance)
• Kolossale Orde (2 of meer bouwlagen)
• Koepels en torens
3
ARCHITECTURALE
CONTEXT
DIRK GIJSEMANS
LUNE DERDIN
,H1: NEOCLASSICISME EN
REVOLUTIONAIREN
INLEIDING
1
,BAROK
Periode: 1615-1715
- Kerk = grote macht
- Eerste klemmen voor de moderne architectuur
- Adhv de katholieke giften = kerkelijke schatkist gevuld
ALGEMENE KENMERKEN
- Van evenwicht (Renaissance) naar samenballing (Barok):
• 1 synthetisch geheel van schilder/ beeldhouw en bouwkunst
- Van kalme rust (Rss) naar onstuimige beweging (B)
- Druk, breed, theatraal, asymmetrisch
- Diagonalen
- Sterke contrasten
- Pracht en praal
- Triomfantelijke, gespierde uitdrukking van katholieke hervorming (contrareformatie) +
vorstelijk absolutisme
1; Evenwicht (San Lorenzo,
Brunelleschi, Firenze (1400))
2; Samenballing (Sant’Ignazio,
Grassi & Moderno, Rome
(1600))
1; Rust en symmetrie (Laatste
avondmaal, Da Vinci, Milaan (
1495))
2; beweging en assymetrie (De
hemelvaart van Maria, Rubens,
Antwerpen (1625))
Diagonalen
2
, Triomfantelijk (Trevi Fontein, Bernini, Rome (1732))
STIJLFIGUREN
- Vrije toepassing van de Renaissance vormen:
• Zuilen met verdikte banden of geschroefd (Salamonische zuil)
• Doorbroken frontons
• Afwisseling segment- en driehoekige frontons
• Overmatig zware lijsten
- Specifieke barok elementen:
• Sterk uitspringende delen en golvende lijnen (convexe en concave muren, ellipsvormige
grondplannen, …)
• Vol beeldhouwwerk dat het bouwkundig kader doorbreekt
• Golvende steunberen met voluten
• Cartouche en ronde/ @
- Onstuimige vaart naar omhoog, eerder opgaande lijnen dan horizontaal evenwicht
(Renaissance)
• Kolossale Orde (2 of meer bouwlagen)
• Koepels en torens
3