• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 72 pages
Summary

Samenvatting Aantekeningen hc en wc persoonlijkheidsstoornissen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 72 pages

uitgebreide en overzichtelijke samenvatting van de aantekeningen van de hoorcolleges en werkcolleges van persoonlijkheidsstoornissen met toelichting van de docent. Alle belangrijke informatie staat op een overzichtelijke manier beschreven en belangrijke begrippen zijn dikgedrukt. Ook staat er extra informatie uit de DSM-5. Bevat ook uitgebreide samenvatting van het de online documentaire (hc5) over Dialectical Behavior Therapy bij borderline. Dit vak wordt in de major of minor van klinische psychologie aan de Tilburg universiteit gegeven. Het gaat om de colleges van het jaar

Content preview

Persoonlijkheidsstoornissen
1. Introductie
Leerdoelen cursus
1. De symptomen van de 10 stoornissen weten uit de DSM, DSM geschiedenis, epidemiologie,
gender, leeftijd en cultuur.
2. In staat zijn uit een verhaal te herkennen welke stoornis de patiënt heeft aan de hand van de
criteria van de DSM-5.
3. Associëren van de persoonlijkheidsstoornissen met elkaar tot ‘Axis-I-stoornissen’, vooral voor de
stoornissen die veel overlap hebben met elkaar.
4. Etiologie van de 5 PS en clusters begrijpen, inclusief risicofactoren en hun verloop op
neurobiologisch, of cognitief door traumatische ervaring in de jeugd. Zijn beschreven in
verschillende theoretische modellen van persoonlijkheidsstoornissen.
5. Een casusformulering analyseren van een PS-patiënt die gebruik maakt van kennis over het
alternatieve DSM-5 model.
6. Alternatieve hybride dimensionale-categorische model en het inhoudelijke categorische DSM-5
model evalueren (essay)
7. Focus, inhoud en effecten van psychologische interventies voor PSen begrijpen (incl
schematherapie of dialectische gedragstherapie voor borderline) en relateren aan elkaar en aan
onderliggende theoretische modellen die etiologie van PS beschrijven.



Voorbeeldvragen leerdoelen
 Wat is een PS?
 Welke specifieke PS bestaan er en hoe beschrijven we deze?
 Wat is de prevalentie van de PS?
 Hoe stabiel zijn PS over tijd? Hoe ontwikkelen ze zich?
 Wat is de oorzaak van een PS? Waarom ontwikkelen sommige mensen een PS?
 Wat zijn de consequenties van een PS voor iemand die dit heeft?
 Welke (effectieve) interventies bestaan er?
 Wat zijn potentiele risicofactoren om een PS te ontwikkelen?
 Waar focussen de volgende interventies op? Met name schema therapie, maar ook
Mentalization-based Therapy, Cognitive Behavioral Therapy and Dialectical Behavior Therapy?
 Hoe zijn de PS in de DSM-5 en eerdere versier gepresenteerd?
 Zijn er bij PS dimensionele en categorische entiteiten?
 Hoe relateren theoretische modellen die PS verklaren – voornamelijk neurobiologisch, cognitief
en interpersoonlijke modellen – zich tot elkaar en tot bestaande interventies?
 Hoe zijn PS gerelateerd aan gender, leeftijd en cultuur?
 Zijn zijn PS gerelateerd aan andere mentale stoornissen, zoals angst en depressie?

,Persoonlijkheid
Duurzaam patroon van waarnemen en denken over de omgeving en zichzelf in een breed scala van
sociale en persoonlijke contexten.
Hoe mensen zich gedragen en hoe ze denken in een bepaalde situatie. In het persoonlijke leven,
werk en sociale settingen.

Het verschil met een PS is dat je bij een stoornis belemmering hebt in het dagelijks leven.
De overeenkomst is dat persoonlijkheid stabiel is en door de tijd blijft.


Persoonlijkheidsstoornis DSM-5 criteria
A. Duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen dat duidelijk afwijkt van wat binnen
de cultuur van de betrokkene wordt verwacht. Dit patroon komt in twee of meer van de volgende
terreinen tot uiting:

 Cognitie
Manieren hoe je jezelf, anderen en situaties ziet.
 Emotie
Intensiteit, passendheid, labiliteit van emotionele respons. Te sterk/zwam of ongepast
 Interpersoonlijk functioneren
Hoe reageer je op anderen? Intimiteit en wederkerigheid.
 Impulscontrole
te weinig controle, of juist te rigide


B. Het duurzame patroon is inflexibel en komt tot uiting in een breed scala van persoonlijke en
sociale situaties.

C. Het duurzame patroon veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale
of beroepsmatige functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. Het patroon is stabiel en van lange duur, en het begin ervan kan worden herleid tot op zijn laatst
de adolescentie of jongvolwassen leeftijd.


Exclusie criteria DSM-5
E. Het duurzake patroon kan niet beter worden verklaard als een uiting of gevolg van een andere
psychische stoornis.

F. Het duurzame patroon kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een
middel (drug of medicatie) of aan een somatische aandoening (zoals schedeltrauma).

Persoonlijkheidstrekken die bijvoorbeeld door stressoren (bv. verhuizing, overlijden partner)

,Verschillende persoonlijkheidsstoornissen
Deze PS worden in de hoorcolleges besproken:

 Antisociale PS
 Borderline PS
 Vermijdende PS
 Afhankelijke PS
 Schizotypische PS

Deze PS worden in de werkgroepen besproken:

 Narcistische PS
 Histrionische PS
 OCPS
 Paranoïde PS
 Schizoïde PS



DSM-1 tm DSM5
Er zijn stoornissen verdwenen en er zijn stoornissen die een andere naam hebben gekregen in de
verschillende edities. Vroeger communiceerden mensen onderling niet over bepaalde PS. De DSM is
er om dingen op verschillende manieren te doen te verminderen.
DSM3 gaat echt om de feiten, de namen en symptomen van stoornissen. Het is meer methodisch.
Vanaf DSM3 zijn er grote verschuivingen:

 Passief-agressief, in de WO1 en WO2 is het onderzoek vooruit gegaan, omdat er tijd en geld in
gestopt werd om veteranen weer terug te kunnen sturen naar oorlogsgebied. Deze stoornis werd
gezien als zogenaamd moeite met het hebben met gezag. Maar het kwam alleen in specifieke
situaties voor, mensen met deze stoornis wilden niet alles niet doen. Het kwam ook erg vaak
samen voor met een andere stoornis. Deze stoornis is niet meer erkend in de DSM-5.
 Cyclotinisch, zijn mild depressieve klachten en is daarom weggehaald uit de DSM-5.
 OCD, is ook verandert over tijd. Valt sinds de DSM-5 niet meer onder de angststoornissen.



Hoe kom je nou op een bepaalde stoornis?
Door verschillende fasen te doorlopen kom je op een bepaalde stoornis:

 Observaties
Je observeert dezelfde set van symptomen in verschillende individuen.
 Introductie en inductie
Je geeft namen aan een symptoomset (syndromen) in de vorm van een psychiatrische diagnose.
 Testen
In grote groepen patiënten en gezonde mensen kijken of het valide is. Is er echt onderliggend
aan die symptomen een naam aan te geven? Dit is een belangrijke fase!
 Evaluatie
Als er een nieuwe DSM wordt gemaakt is deze fase belangrijk. Wat is er uit de testen gekomen?
Wat weten we nu en wat moet eruit? Met veel deskundigen overleggen.

, Het maken van een beslissing (testfase)
Empirische evidentie is het belangrijkst.
Daarnaast is validiteit en klinische bruikbaarheid voor een diagnose belangrijk:

 Is het syndroom een entiteit die is gescheiden van andere syndromen en normaliteit?
 Conceptuele bewijs (klinische beschrijving en demografische kenmerken)
 Antecedent bewijs (familiaire aggregatie en precipiterende factoren)
 Concurrerend bewijs (psychologische tests)
 Voorspellend bewijs (diagnostische consistentie over tijd, respons op behandeling)
 Neurowetenschappelijk bewijs (genetica, cognitieve neurowetenschap)

Verandering DSM4 naar DSM5 (evaluatie fase)
Assen naar medisch handboek
In de DSM4 werd er gesproken over assen:

 In as 1 zaten alle stoornissen die geen PS vormen.
 In as 2 werd bekeken of er ook sprake was van een persoonlijkheidsstoornis, er werd gekeken of
het iets chronisch was.
 As 3 en 4 kijken we naar medische condities.
 As 5 is een schaal om te kijken naar een algehele welzijn score.

In de DSM-5 zijn de assen weg. Mensen kijken niet standaard naar as 2, ze zijn meer gelijk getrokken
naar de algemene stoornissen. DSM-5 moest meer lijken op een medisch handboek.

Medische wetenschap
Het sluit meer aan bij de medische wetenschap, door te kijken naar de neurobiologie.

Theoretisch perspectief
Theoretisch perspectief is een bril waardoor je kijkt naar een stoornis. Alle perspectieven hebben
wat opbouwende informatie. Het is maar een bril.

Alternatieve/ experimentele model
Ze wilden graag terug van 10 naar 5 PS. Wat is genoeg evidentie? Waar heb je genoeg informatie
over?  ze weten nog niet welke ze willen houden in de toekomst. In de DSM-5 zijn al een aantal PS
geschrapt. In het alternatieve model willen ze de histonische, narcistische, afhankelijke, parnoïde en
schizoïde PS schrappen.


Voorbeeld
Schitzotypisch is genetisch gerelateerd aan schizofrenie. Neurobiologische risicofactoren overlappen.
Het komt niet zo vaak voor met schizofrenie als dat het met andere persoonlijkheidsstoornissen te
maken heeft. Dit spreekt het tegen. Dit zegt de data op dit moment en zorgt voor discussie hoe je het
gaat categoriseren en communiceren.
Met een dimensioneel model ga je wat meer kijken naar een eigenschappenpatroon om te kijken
hoe extreem het is bij iemand. Hiermee erken je dat mensen in het model minder extreem kunnen
scoren.

Document information

Study
Uploaded on
March 25, 2019
File latest updated on
March 25, 2019
Number of pages
72
Written in
2018/2019
Type
Summary
$6.34

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
85
Followers
71
Items
5
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions