WC 11
Vraag 1
Objectvrijstelling voor de rente: toerekenbaar aan de vi. Geen heffing in Nederland. Binnenlandse
situatie in België: vi en B SA zitten in België.
1. Is sprake van een vi? Ja ogv art 7 verdrag
2. Mag België 27% heffen? Max 10%.
3. Art 11 lid 5: België mag niet heffen als de vi in België gelegen is. Art 11 is niet van toepassing.
4. Laatste zin art 11 lid 5: dan zijn art 7 of 14 van toepassing. Hier een vi en dus art 7: België mag
heffen.
Je begint en eindigt met art 7.
Vraag 2 – Japanse royalty arrest (moet gaan om drie landen)
Objectvrijstelling geldt. De derde staat ziet alleen de rentebetaling aan A NV.
1. Interestheffing: max 10% ogv art 11 lid 2.
2. Japans royalty arrest: wie moet zorgdragen voor de verrekening? Alleen verrekenen voor het
gedeelte dat toerekenbaar is aan de vi.
3. Geen verrekening ogv art 24 verdrag: zit niet in de grondslag door de objectvrijstelling.
Ogv de objectvrijstelling mag België heffen over inkomsten van België. Moeten zij verrekening
verlenen? Enkel als ze dat doen in binnenlandse situaties, want anders is het discriminatie. Als de vi
een Belgische vennootschap was geweest, had België verrekening moeten verlenen en dus mag de
bronbelasting verrekend worden: art 24 lid 3 non discriminatie art OESO.
Vraag 3
Andersom situatie van vraag 2:
1. Verdrag BE-DE 10% maximaal
2. Arrest Japanse royalty en mex interest: DE geen verrekening verlenen: je moet kijken naar alle
omstandigheden. Ogv het verdrag NL- DE zal een DE een vrijstelling verlenen van de rente aan
Nederland. Het zit niet in de grondslag in Duitsland.
3. Dubbele heffing: Nederland, nu gaat het arrest nu wel op, buitenlandse bronheffing moet worden
verrekend met de vi winst. Nu juist wel verrekening verlenen in NL (moet). De 10% moet verrekend
worden door Nederland.
Vraag 1
Objectvrijstelling voor de rente: toerekenbaar aan de vi. Geen heffing in Nederland. Binnenlandse
situatie in België: vi en B SA zitten in België.
1. Is sprake van een vi? Ja ogv art 7 verdrag
2. Mag België 27% heffen? Max 10%.
3. Art 11 lid 5: België mag niet heffen als de vi in België gelegen is. Art 11 is niet van toepassing.
4. Laatste zin art 11 lid 5: dan zijn art 7 of 14 van toepassing. Hier een vi en dus art 7: België mag
heffen.
Je begint en eindigt met art 7.
Vraag 2 – Japanse royalty arrest (moet gaan om drie landen)
Objectvrijstelling geldt. De derde staat ziet alleen de rentebetaling aan A NV.
1. Interestheffing: max 10% ogv art 11 lid 2.
2. Japans royalty arrest: wie moet zorgdragen voor de verrekening? Alleen verrekenen voor het
gedeelte dat toerekenbaar is aan de vi.
3. Geen verrekening ogv art 24 verdrag: zit niet in de grondslag door de objectvrijstelling.
Ogv de objectvrijstelling mag België heffen over inkomsten van België. Moeten zij verrekening
verlenen? Enkel als ze dat doen in binnenlandse situaties, want anders is het discriminatie. Als de vi
een Belgische vennootschap was geweest, had België verrekening moeten verlenen en dus mag de
bronbelasting verrekend worden: art 24 lid 3 non discriminatie art OESO.
Vraag 3
Andersom situatie van vraag 2:
1. Verdrag BE-DE 10% maximaal
2. Arrest Japanse royalty en mex interest: DE geen verrekening verlenen: je moet kijken naar alle
omstandigheden. Ogv het verdrag NL- DE zal een DE een vrijstelling verlenen van de rente aan
Nederland. Het zit niet in de grondslag in Duitsland.
3. Dubbele heffing: Nederland, nu gaat het arrest nu wel op, buitenlandse bronheffing moet worden
verrekend met de vi winst. Nu juist wel verrekening verlenen in NL (moet). De 10% moet verrekend
worden door Nederland.