• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 6 pages
Summary

Samenvatting Probleem 6 Ouderdomsziekten

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 6 pages

Ik schrijf samenvattingen met alle benodigde informatie voor het bloktentamen. Ik beschrijf de theorie heel duidelijk en eenvoudig zodat het makkelijk wegleest en toch alles bevat wat een student moet begrijpen en kennen om de bloktoets te halen. Ik ben begonnen met mijn samenvattingen aan studenten te geven die het blok niet hadden gehaald en het moesten herkansen. Alle studenten die mijn samenvattingen daarna hebben gebruikt, zijn ruim geslaagd voor de herkansing!

Content preview

Probleem 6: Ouderdomsziekten
Delirium: plotseling optredende verwardheid. tijdelijk en komt meestal door lichamelijke ziekte. Als
de lichamelijke toestand verbetert, neemt verwardheid af.


1. Stoornis in bewustzijn (= verminderde helderheid in besef van omgeving)
en verminderd vermogen aandacht richten, vasthouden of verplaatsen.
2. Verandering cognitief functioneren (zoals een geheugenstoornis, desoriëntatie,
taalstoornis, waarnemingsstoornis)  kan niet verklaard worden door een al langer bestaande,
vastgestelde of beginnende dementie.
3. Stoornis ontwikkelt zich in korte tijd (meestal uren tot dagen) en wisselt in de loop van de dag.

Op grond van de voorgeschiedenis van de betrokkene, lichamelijk onderzoek en/of
laboratoriumonderzoek kan worden gekozen uit:
 Delirium door somatische aandoening: oorzaak door fysiologische gevolgen van een somatische
aandoening.
 Delirium door intoxicatie met een middel: bijvoorbeeld alcohol.
 Onthoudingsdelirium: ontwikkelen van verschijnselen tijdens of kort na een
onthoudingssyndroom.
 Delirium door multiple oorzaken: meer dan één oorzaak
 Delirium niet anders omschreven: andere oorzaken/ onvoldoende aanwijzingen voor een
specifieke oorzaak.

Kenmerken:
 Minder controle over opnemen van indrukken en vaak gedesoriënteerd: weet niet waar hij
zich bevindt, welke dag het is, wie hij voor zich ziet.
 Kan heel snel veranderen, daarom anders dan dementie
 Cognitieve functies vaak aangedaan:
o Hallucinaties
o Illusies  geen echte hallucinatie, maar waarneming wordt verkeerd uitgelegd en
geïnterpreteerd.
 Vaak angstig, geprikkeld of depressief.
 Verschijnselen wisselen sterk.
 Lichamelijke functies raken ontregeld. Vb. slaap en motoriek
o Sundowning: nachtelijke onrust vooral bij oude mensen
Ontstaan:
 Middelengebruik (alcohol, drugs en sommige geneesmiddelen):
o Intoxicatie of plotselinge onthouding van  alcohol, amfetamine, cocaïne,
cannabis, hallucinogene stoffen (LSD), opiaten (heroïne) en benzodiazepinen
(kalmerings- en slaapmiddelen).
 Lichamelijke aandoening, somatisch:
o Aandoening van hersenen
o Andere aandoeningen:
 Infecties.
 Uitdroging
 Gebruik van verschillende medicijnen die onderling op elkaar kunnen
reageren.
 Stofwisselingsstoornis.
 Zware operaties.
Risicoverhogende factoren:
 Operatie
 Leeftijd: oudere mensen of kleine kinderen
 Depressie
 Tabak
 Hersenbeschadigingen (epilepsie, vroeger schedelletsel)
 Slechte lichamelijke conditie.
 Ernstige lichamelijke ziekte.
 Omgeving biedt weinig structuur, weinig houvast voor patiënt.

, Behandeling: ziekte is om te draaien, tenzij terminale ziekte
 Primaire lichamelijke aandoening tegengaan
 Conditie herstellen, voldoende vocht krijgen
 Psychiatrische symptomen behandelen met angst remmende medicatie en psychotische
middelen.
o Neuroleptics: psychose tegengaan
o Benzodiazepine: angstremmend
 Patiënt in rustige, overzichtelijke en zo vertrouwd mogelijke situatie plaatsen.
 Goed gedoseerde prikkels  niet te druk en niet te rustig.




1. Ontwikkeling van meerdere cognitieve defecten, komt tot uiting in:
a) Geheugenstoornissen = verminderd vermogen om nieuwe informatie te leren of
zich eerder opgeslagen informatie te herinneren
b) Minstens één van volgende 4 cognitieve stoornissen:
 afasie = taalstoornis (moeite met taalbeheersing)
 apraxie = verminderd vermogen om motorische handelingen uit te voeren
ondanks intacte bewegingsfuncties
 agnosie = onvermogen voorwerpen te herkennen/identificeren ondanks intacte
zintuigfuncties.
 stoornis van de hogere sturende functies (bijv. plannen maken, organiseren,
involgorde afwerken, logische conclusies trekken, abstract denken)
2. Cognitieve defecten leiden tot duidelijke afname in vroegere niveau van functioneren, bijvoorbeeld op
sociaal of beroepsmatig gebied.
3. Defecten treden niet uitsluitend op tijdens een delier.


Dementie/major neurocognitive disorder: wordt het meest gekenmerkt door globaal verval
van cognitieve functies.
Kenmerken:
 Afasie: taalstoornis
 Apraxie: vermindering uitvoering van bepaalde motorische handelingen
 Agnosie: niet herkennen van bepaalde voorwerpen
 Amnesia:
o Antero grade: vermogen nieuwe info leren, nieuwe informatie wordt niet meer
opgeslagen
o Retro grade: vermogen oude info terughalen: eerst korte termijn geheugen, later
ook langetermijngeheugen.
 Herhalen:
o Echolalia: herhalen van eigen woorden
o Palilalia: herhalen van woorden/geluiden die je hoort
 Ontregeling van abstract denken: ontstaan van oordeels- en begripsstoornissen en
patiënt kan nieuwe of ingewikkelde situaties niet of nauwelijks begrijpen.
o Decorumverlies: gedrag past niet bij vroegere stijl van leven en is niet sociaal
aanvaardbaar
Verloop:
 Beginfase: besef dat psychisch functioneren achteruit gaat. Proberen compenseren:
dwangmatige trekken, of achterdocht en beschuldigingen. Minder sociale contacten of
vermijden van ingewikkelde situaties.
 Toename: lukt niet meer geheim te houden  angst of depressiviteit . Vervolgens minder
emotionele reacties en inzicht in eigen disfunctioneren verdwijnt.
Mate van ernst: vloeiende overgang:
 Lichte dementie: belemmering van sociale activiteiten, maar nog wel voldoende
zelfvermogen aanwezig.
 Matige dementie: zelfstandig wonen wordt te riskant.
 Ernstige dementie: voortdurend toezicht nodig.

Connected book
 image
James N. Butcher, Jill M. Hooley Abnormal Psychology, Global Edition
Publisher: september 2014 ISBN: 9781292069289 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
March 14, 2019
Number of pages
6
Written in
2017/2018
Type
Summary
$4.03

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
fieketran
3.9
(34)
Sold
78
Followers
55
Items
63
Last sold
7 months ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions