Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 1 out of 1 pages
Summary

Samenvatting Nectar Hoofdstuk 16 Sport 5VWO

Document preview thumbnail
Preview 1 out of 1 pages

Dit is een samenvatting van Hoofdstuk 16 Sport van het biologieboek van Nectar voor 5VWO.

Content preview

Hoofdstuk 16 Sport
- gladde spieren: in de wanden van holle organen. Ze zijn onwillekeurig, door impulsen of
hormonen. Antagonistische werking kring- en lengtespieren.
- dwarsgestreepte spieren: bewegen skelet of huid. Ze zijn willekeurig, door motorische
zenuwen animaal zs: T90C. Microfibrillen bestaan uit eiwitketens. Actinefilamenten zijn
dunne eiwitketens verbonden met dwarsbanden.
- hartspier is onwillekeurig én gestreept.

Nadat impulsen in een spiervezel aankomen, schuiven de actine- en myosinefilamenten in
elkaar. De myosinefil. trekken aan de actinefil., waardoor de Z-lijnen naar elkaar toe
bewegen en de lengte van de sarcomeren afneemt. Bij veel spiervezels verkort de hele spier.
In elkaar schuiven van filamenten gaat via de koppen van het motoreiwit myosine. Elke
myosinekop kan een ATP-molecuul omzetten in ADP en Pi (fosfaation), waarbij energie
vrijkomt die myosine gebruikt op de kop ietsje te buigen. Door de impuls vanuit het
motorisch neuron komen Ca2+-ionen vrij in de spiervezels, die de structuur van de
tropomyosinefil. veranderen, waardoor de myosinekoppen aan het actine kunnen binden. Het
ADP laat los van de kop en veert de kop terug. De myosinekop trekt dan aan de
actinefilament en de Z-lijn schuift naar het midden van het sarcomeer. Wanneer een nieuw
ATP-molecuul bindt, laat de myosinekop los van het actinefilament en splits ATP opnieuw.

16.3 Energie
De energiebron van elke cel is ATP (T67L). Spiercellen hebben weinig ATP (genoeg voor
aantal seconden), dus maken cellen steeds nieuwe aan waarvoor ze ADP en een fosfaatgroep
krijgen (T90A). Hierbij maakt het lichaam gebruik van bronnen:
1. Creatinefosfaat: heeft een energierijke fosfaatgroep, die aan een ADP-molecuul koppelt
waardoor ATP ontstaat. Ook de voorraad creatinefosfaat is na 30 sec. uitgeput.
2. Dissimilatie: de stapsgewijze afbraak van brandstof: vet, eiwit of glucose.

Dissimilatie (snappen) T68A-E
1. Glycolyse (breken van suiker). Enzymen zetten glucose om in fructose-1,6-difosfaat (-
2ATP, paars). Daarna splitsen enzymen dit in 2 C3-verbindingen, die andere enzymen weer
omzetten tot 2 pyrodruivenzuur (oranje). Hierbij ontstaan 2 NADH,H+ en 4 ATP. Netto levert
glycolyse dus 2 ATP en 2 NADH,H+ op.
2. In de mitochondriën zit een vloeistof met enzymen: matrix. Het pyrodruivenzuur komt
hier door transporteiwitten. Hier wordt het afgebroken tot 2 acetylgroepen
(decarboxylering) waarbij 2 CO2 en 2 NADH,H+ vrijkomen.
3. Acetyl-CoA zorgt ervoor dat het citroenzuur vormt. Hiermee komt het in de
citroenzuurcyclus T68C.
4. Oxidatieve fosfoylering (T68A+D): De 2 NADH,H+ uit de glycolyse kunnen de
membranen van het mitochondrium niet passeren, alleen de protonen kunnen dat en
koppelen aan NAD+ of FAD. Dat geeft een verschil van 2 ATP.
Gebeurd op binnenmembraan. De eiwitcomplexen pompen H+ wanneer er elektronen
doorheen lopen: elektronentransportketen. NAD+ + H+ kan weer worden gebruikt in de
cyclussen. Na complex IV hebben de elektronen veel energie verloren en ze worden
gedoneerd aan zuurstof (elektronenacceptor). Als de zuurstof ontbreekt, worden de
elektronen niet opgenomen, komt de keten vol te zitten en worden er geen H +-atomen meer
tussen het membraan gepompt. De hoge H+-concentratie gaat zich herstellen door diffusie
door het eiwit ATP-synthetase, waardoor het molecuul gaat draaien en ATP gevormd wordt.
Eén NADH molecuul levert 3 ATP en FADH2 2. 1 glucosemolecuul kan zo maximaal 38 ATP
opleveren.

Bij inspanning is er minder zuurstofaanvoer. Zonder O2 valt de elektronentransportketen stil
en kan H+ niet binden. Ook NAD+ neemt H+ op, waarvoor de glycolyse verlengt wordt. Beide
moleculen pyrodruivenzuur nemen H+ van NADH,H+ op en NAD+ komt beschikbaar, waardoor
uit pyrodruivenzuur melkzuur (C3) ontstaat. Deze anaerobe dissimilatie van glucose heet
melkzuurgisting. Een ander type anaerobe dissimilatie, alcoholische gisting, komt voor
bij gistcellen, die van pyrodruivenzuur CO2 afsplitsen en ethanal vormen. Door de H+ van
NADH,H+ te binden, maken ze er ethanol van.

Connected book
 image
Mies Bouwman Nectar 3e editie
Publisher: Unknown ISBN: 9789001789381 Edition: Unknown

Document information

Level
School year
5
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H16
Uploaded on
March 11, 2019
Number of pages
1
Written in
2016/2017
Type
Summary
$4.17

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
saravanelferen
4.0
(159)
Sold
900
Followers
631
Items
44
Last sold
2 months ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions