Week 5 – 4 oktober 2018 Debbie Jullens / 10.1 /
S3803430
Rechtsvorming
Vragen bij Burgerlijk recht: Verbintenissenrecht
1. a. Karel Graafsma en Bertje Wassenaar hebben een verbintenisrechtelijke
overeenkomst met elkaar, daarnaast hebben Bertje Wassenaar en Wiebe
ook een verbintenisrechtelijke overeenkomst met elkaar. Een obligatoire
oftewel een verbintenisscheppende overeenkomst.
b. Karel Graafsma kan Bertje Wassenaar aanspreken voor een
tekortkoming in de nakoming van de verbintenis oftewel wanprestatie op
grond van art. 6:74 BW. Bertje Wassenaar heeft namelijk tekortgeschoten
in de verbintenis die hij heeft gesloten met Graafsma. Daarnaast zou Karel,
Wiebe ook kunnen aanspreken op grond van wanprestatie, hij zal de
schade die Karel dan heeft geleden moeten vergoeden.
c. Een vordering om alsnog na te komen heeft geen resultaat omdat de
bruiloft is geweest. Karel zou Wiebe dan in gebreke kunnen stellen volgens
art. 6:82 lid 1 BW. Echter, ingebrekestelling hoeft niet in een aantal
gevallen, en een van die gevallen is wanneer een bepaalde termijn in de
overeenkomst is verstreken. De auto zou moeten worden geleverd op de
dag van de bruiloft, dit is niet gebeurt, dus de debiteur is automatisch in
verzuim volgens art. 6:81 BW. Karel kan een vordering tot
schadevergoeding instellen, en daarbij zijn er twee mogelijkheden. Karel
zou een aanvullende schadevergoeding kunnen eisen of vervangende
schadevergoeding. Nakoming is in dit geval niet meer van belang, dus
Karel zou vervangende schadevergoeding kunnen eisen. Hij kan de
verbintenis tot nakoming dan omzetten in een verbintenis tot vervangende
schadevergoeding. Op het moment dat Karel dit doet, vervallen zijn recht
op nakoming en zijn eigen verplichting(en) uit de overeenkomst. In art.
6:87 BW staan de vereisten voor de omzetting in schadevergoeding.
d. Hij zal de geleden schade kunnen verhalen op grond van immateriële
schade ofwel ander nadeel op grond van art. 6:106 lid 1 BW.
2. a. Gerda kan schadevergoeding van De Kazerne eisen op grond van
onrechtmatige daad art. 6:162 BW.
b. Ja, art. 6:106 lid 1 BW schrijft de gevallen voor waarop immateriële
schade kan worden gevorderd. In sub b van dit artikel staat beschreven
dat immateriële schade kan worden gevorderd, indien de benadeelde
lichamelijk letsel heeft opgelopen etc. etc. Gerda heeft lichamelijk letsel
opgelopen, namelijk haar sleutelbeen en haar hand gebroken, dus Gerda
kan op grond van art. 6:106 lid 1 sub b BW immateriële schade vorderen.
3. Nee, in casu is er sprake van overmacht. Stoeterij Het Paard had geen
invloed op het weer, en kon met geen mogelijk de paarden leveren. De
schade komt dus voor rekening van de schuldeiser op grond van
overmacht.
4. Ja, er zijn drie uitzonderingen waarop er voor verzuim geen
ingebrekestelling hoeft te worden verzonden. Een van die uitzonderingen
betreft een fatale termijn. In de overeenkomst was een termijn gesteld
waarbinnen de stoelen op zijn plaats moesten staan. Kuipers is dus van
rechtswege in verzuim.
S3803430
Rechtsvorming
Vragen bij Burgerlijk recht: Verbintenissenrecht
1. a. Karel Graafsma en Bertje Wassenaar hebben een verbintenisrechtelijke
overeenkomst met elkaar, daarnaast hebben Bertje Wassenaar en Wiebe
ook een verbintenisrechtelijke overeenkomst met elkaar. Een obligatoire
oftewel een verbintenisscheppende overeenkomst.
b. Karel Graafsma kan Bertje Wassenaar aanspreken voor een
tekortkoming in de nakoming van de verbintenis oftewel wanprestatie op
grond van art. 6:74 BW. Bertje Wassenaar heeft namelijk tekortgeschoten
in de verbintenis die hij heeft gesloten met Graafsma. Daarnaast zou Karel,
Wiebe ook kunnen aanspreken op grond van wanprestatie, hij zal de
schade die Karel dan heeft geleden moeten vergoeden.
c. Een vordering om alsnog na te komen heeft geen resultaat omdat de
bruiloft is geweest. Karel zou Wiebe dan in gebreke kunnen stellen volgens
art. 6:82 lid 1 BW. Echter, ingebrekestelling hoeft niet in een aantal
gevallen, en een van die gevallen is wanneer een bepaalde termijn in de
overeenkomst is verstreken. De auto zou moeten worden geleverd op de
dag van de bruiloft, dit is niet gebeurt, dus de debiteur is automatisch in
verzuim volgens art. 6:81 BW. Karel kan een vordering tot
schadevergoeding instellen, en daarbij zijn er twee mogelijkheden. Karel
zou een aanvullende schadevergoeding kunnen eisen of vervangende
schadevergoeding. Nakoming is in dit geval niet meer van belang, dus
Karel zou vervangende schadevergoeding kunnen eisen. Hij kan de
verbintenis tot nakoming dan omzetten in een verbintenis tot vervangende
schadevergoeding. Op het moment dat Karel dit doet, vervallen zijn recht
op nakoming en zijn eigen verplichting(en) uit de overeenkomst. In art.
6:87 BW staan de vereisten voor de omzetting in schadevergoeding.
d. Hij zal de geleden schade kunnen verhalen op grond van immateriële
schade ofwel ander nadeel op grond van art. 6:106 lid 1 BW.
2. a. Gerda kan schadevergoeding van De Kazerne eisen op grond van
onrechtmatige daad art. 6:162 BW.
b. Ja, art. 6:106 lid 1 BW schrijft de gevallen voor waarop immateriële
schade kan worden gevorderd. In sub b van dit artikel staat beschreven
dat immateriële schade kan worden gevorderd, indien de benadeelde
lichamelijk letsel heeft opgelopen etc. etc. Gerda heeft lichamelijk letsel
opgelopen, namelijk haar sleutelbeen en haar hand gebroken, dus Gerda
kan op grond van art. 6:106 lid 1 sub b BW immateriële schade vorderen.
3. Nee, in casu is er sprake van overmacht. Stoeterij Het Paard had geen
invloed op het weer, en kon met geen mogelijk de paarden leveren. De
schade komt dus voor rekening van de schuldeiser op grond van
overmacht.
4. Ja, er zijn drie uitzonderingen waarop er voor verzuim geen
ingebrekestelling hoeft te worden verzonden. Een van die uitzonderingen
betreft een fatale termijn. In de overeenkomst was een termijn gesteld
waarbinnen de stoelen op zijn plaats moesten staan. Kuipers is dus van
rechtswege in verzuim.