• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 8 pages
Summary

NEUROWETENSCHAPPEN - Auditief systeem - Samenvatting - 2018/2019

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 8 pages

Samenvatting over het auditief systeem van de cursus Neurowetenschappen (Biomedische Wetenschappen, Universiteit Utrecht) (2018/2019).

Content preview

Auditief systeem– Neurowetenschappen
Hoorcollege 20 en 21. Zelfstudie 8. Hoofdstuk 13.

Het auditief systeem is continu en snel.

Geluid
Geluid = Subtiele verandering in druk die gegenereerd wordt door bewegende moleculen en zich
voortplant in de ruimte.

Geluid plant zich niet alleen voort door de lucht, maar kan zich ook voortplanten door ander medium, zoals
water. Geluid heeft een amplitude en een frequentie, wat respectievelijk correspondeert met
geluidsintensiteit en toonhoogte. Het frequentiebereik van de mens ligt tussen 20 Hz en 20 kHz:
veranderingen in de luchtdruk tussen de 20 en 20.000 keer per seconde. Het dynamisch bereik van de
mens is 140 dB: het luidst hoorbare geluid is 10 miljoen keer harder dan het zachtst hoorbare geluid.
Binnen het dynamisch bereik kan men verschillen in geluidsintensiteit waarnemen. Buiten het dynamisch
bereik kan men geen verschillen in geluidsintensiteit waarnemen.

Frequenties die buiten het humane en dierlijke gehoorbereik liggen behoren ook tot geluid.

Oor
Oor = Alles van de oorschelp tot aan de gehoorzenuw. = Buitenoor, middenoor en het binnenoor.

Horen
Horen = De perceptie van geluid.

Horen heeft niet alleen betrekking op de oren en de hersenen, maar op het gehele organisme. Men heeft
geen oren nodig om te horen: als geluid bij de hersenen aankomt en het organisme dit kan waarnemen, is
er sprake van horen.

Het buitenoor
Het buitenoor bestaat uit de oorschelp (= pinna) en gehoorgang. Het buitenoor verzamelt geluidsenergie
en focust dit op het trommelvlies (= membrana tympani). De functies van de pinna zijn:
• Passieve versterking van ‘belangrijke’ frequenties.
De gehoorgang is in staat om geluid met een frequentie van ongeveer 3 kHz 30 tot 100 keer te
versterken door passieve resonantie-effecten. Hierdoor is het humane gehoor gevoelig voor
frequenties tussen 2 en 5 kHz. Dit is gerelateerd aan waarneming van spraak, wat voornamelijk een
frequentie van 3 kHz heeft.
• Richting horen in het verticale vlak.
De pinna filtreert selectief verschillende geluidsfrequenties om aanwijzingen te krijgen over de
hoogte van de geluidsbron. Als een geluidbron hoger ligt dan het oor worden meer hoge
frequenties selectief gefiltreerd dan wanneer een geluidsbron op gelijke hoogte ligt met het oor.
Dit werkt alleen bij complexere tonen, omdat de frequenties dan met elkaar vergeleken kunnen
worden.




1

, Het middenoor
Het middenoor bestaat uit de drie gehoorbeentjes: hamer, aambeeld en stijgbeugel. Deze drie
gehoorbeetjes hebben tezamen een hefboomwerking, waardoor de drukgolf 200 keer versterkt wordt.
(Het oppervlak van het trommelvlies is groot en het oppervlak van het ovale venster, waar de stijgbeugel
op aansluit, is klein. Door de hefboomwerking wordt de kracht op het ovale venster groot.) Versterking van
de drukgolf is nodig, omdat het milieu van het binnenoor vloeistof bevat. Het milieu van het buitenoor en
middenoor bestaat uit lucht. Op de overgang van lucht naar vloeistof wordt geluid weerkaatst. Om ervoor
te zorgen dat niet alle geluidsenergie verloren gaat, moet de geluidsenergie worden versterkt.

Indien de gehoorbeetjes afwezig zijn, leidt dit tot geleidingsverlies. Men hoort dan wel (voornamelijk harde
geluiden), maar de geluidsintensiteit is laag (verlies van 99,9%).

Het binnenoor
Het binnenoor bestaat uit de cochlea. De cochlea is een vaste, benige structuur gevuld met vloeistof. De
cochlea bestaat uit 2,5 windingen. De functie van de cochlea is de omzetting van geluidstrilling naar een
elektrisch signaal.

Compartimenten in de cochlea
Een dwarsdoorsnede door de cochlea toont dat een spiraal drie compartimenten bevat:
• Scala vestibuli = ‘Ingang’.
Het ovale venster, waar de stijgbeugel op aansluit, sluit aan op de scala vestibuli.
• Scala tympani = ‘Uitgang’.
• Scala media.

De drukgolf in de vloeistof verloopt via de scale vestibuli naar de apex van de cochlea. In de apex van de
cochlea is de scala vestibuli continu met de scala tympani (= helicotrema). De drukgolf in de vloeistof
verloopt via de scala tympani naar het ronde venster. Het ovale venster en het ronde venster trillen in
tegenfase t.g.v. de drukgolf.



2

Document information

Study
Uploaded on
March 3, 2019
Number of pages
8
Written in
2018/2019
Type
Summary
$4.62

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
anoukbmw
4.2
(51)
Sold
224
Followers
76
Items
85
Last sold
2 year ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions