Herhaling KOM
Correlatoneel onderzoek
Variabelen (57-80)
Gemeten variabele = waarden die makkelijk te observeren en op te nemen zijn.
Gemanipuleerde variabele = variabele die de onderzoeker beheerst.
Conceptuele variabele = abstracte concepten, ook wel construct genoemd.
Conceptuele defniie = betekenis van conceptuele variabele.
Operaionele variabele = hypotheses testen met onderzoeken.
Operaionaliseren = een concept omzeten in een gemeten of gemanipuleerde variabele.
Claims
Claim = iemand probeert argument te maken.
- Frequency claim = beschrijven van een rang of graad van een variabele
(hoeveelheid).
- Associaion claim (correlate) = een waarde van een variabele die een verband kan
hebben met een specifeke waarde van een andere variabele (correlate,
spreidingsdiagram).
o Positeve associate hoge waarde van ene variabele gaat samen met hoge
waarde van andere variabele.
o Negateve associate hoge waarde van de ene variabele gaat samen met
een lage waarde van de andere variabele.
o Geen associate geen samenhang.
- Causal claim = ene variabele is verantwoordelijk voor het veranderen van de andere
variabele.
1. Relate tussen oorzaak en gevolg = covariance.
2. De oorzaak moet voorafgaan aan het gevolg = temporal precedance.
3. Alternateve verklaringen moeten uitgesloten worden = interne validiteit.
Validiteit associatie claims
- Construct validiteit = hoe goed is een conceptuele variabele geoperatonaliseerd?
Hoe goed hebben de onderzoekers hun variabelen gemeten?
- Externe validiteit = hoe goed generaliseren de resultaten naar de gehele populate?
Hoe goed vertegenwoordigen de partcipanten de gehele populate?
- Staisische validiteit = zijn de statstsche conclusies nauwkeurig en redengevend?
Hoe goed ondersteunen de cijfers het argument?
Type 1 error conclusie wel relate, maar werkelijk geen relate.
Type 2 error conclusie geen relate, maar werkelijk wel relate.
Causale claims
Om een causale relate te ondersteunen doen onderzoekers een experiment. Experiment
bevat gemanipuleerde variabele (onafankelijk, deze variabele is de oorzaak) en gemeten
variabele (afankelijk, deze variabele is het gevolgrresultaat).
Random assignment = partcipanten moeten gelijk zijn.
Measures (117-124)
Conceptuele variabele = betekenis van variabele.
Operaionele variabele = hoe we de variabele meten.
Correlatoneel onderzoek
Variabelen (57-80)
Gemeten variabele = waarden die makkelijk te observeren en op te nemen zijn.
Gemanipuleerde variabele = variabele die de onderzoeker beheerst.
Conceptuele variabele = abstracte concepten, ook wel construct genoemd.
Conceptuele defniie = betekenis van conceptuele variabele.
Operaionele variabele = hypotheses testen met onderzoeken.
Operaionaliseren = een concept omzeten in een gemeten of gemanipuleerde variabele.
Claims
Claim = iemand probeert argument te maken.
- Frequency claim = beschrijven van een rang of graad van een variabele
(hoeveelheid).
- Associaion claim (correlate) = een waarde van een variabele die een verband kan
hebben met een specifeke waarde van een andere variabele (correlate,
spreidingsdiagram).
o Positeve associate hoge waarde van ene variabele gaat samen met hoge
waarde van andere variabele.
o Negateve associate hoge waarde van de ene variabele gaat samen met
een lage waarde van de andere variabele.
o Geen associate geen samenhang.
- Causal claim = ene variabele is verantwoordelijk voor het veranderen van de andere
variabele.
1. Relate tussen oorzaak en gevolg = covariance.
2. De oorzaak moet voorafgaan aan het gevolg = temporal precedance.
3. Alternateve verklaringen moeten uitgesloten worden = interne validiteit.
Validiteit associatie claims
- Construct validiteit = hoe goed is een conceptuele variabele geoperatonaliseerd?
Hoe goed hebben de onderzoekers hun variabelen gemeten?
- Externe validiteit = hoe goed generaliseren de resultaten naar de gehele populate?
Hoe goed vertegenwoordigen de partcipanten de gehele populate?
- Staisische validiteit = zijn de statstsche conclusies nauwkeurig en redengevend?
Hoe goed ondersteunen de cijfers het argument?
Type 1 error conclusie wel relate, maar werkelijk geen relate.
Type 2 error conclusie geen relate, maar werkelijk wel relate.
Causale claims
Om een causale relate te ondersteunen doen onderzoekers een experiment. Experiment
bevat gemanipuleerde variabele (onafankelijk, deze variabele is de oorzaak) en gemeten
variabele (afankelijk, deze variabele is het gevolgrresultaat).
Random assignment = partcipanten moeten gelijk zijn.
Measures (117-124)
Conceptuele variabele = betekenis van variabele.
Operaionele variabele = hoe we de variabele meten.