Chronische zorg
Farmacologie: pneumologie
1 Geneesmiddelen voor de behandeling van
stoornissen van het ademhalingsstelsel
1.1 De antihistaminica
1.1.1 Werkingsmechanisme:
- Mestcellen spelen een rol in de ontstekingsreactie
- Bevinden zich in bindweefsel rondom de bloedvaten
- Zetten histamine vrij bij prikkeling
- Histamine bindt zich op H1-receptoren en bevinden zich op:
o Oppervlak endotheelcellen van de bloedvaten
o Op het oppervlak van gladde spiercellen
o Centraal zenuwstelsel en het hart
- Ontstekingsreactie getriggerd:
o Bloedvaten verwijden
o Vocht sijpelt doorheen poriën in bloedvaten en vormt zwelling
o Er ontstaat jeuk
o Door prikkeling van zenuwuiteinden kan pijn
ontstaan
- Ook prostaglandines zijn betrokken bij een
ontstekingsreactie
- Histamine speelt belangrijk rol in ontstaan allergische
reacties
1.1.2 Behandeling:
- Antihistaminica blokkeert de H1-receptoren
- Verminderen het effect van histamine door binding
- Bestaan 2 soorten antihistaminica:
o Sederende antihistaminica (zyrtec, loratadine en ebastine)
o Niet-sederende antihistaminica (hydroxyzine atarax, cinnarizine, meclozine)
- Slaapverwekkend doordat ze door hersenbloedbaanbarrière gaan
1.1.3 Plaatsbepaling:
- Onderbouwde indicaties:
o Symptomatische behandeling van allergische rinoconjunctivitis, urticaria,
weinig tot ernstige allergische of pseudo-allergische reacties door
geneesmiddelen, voedsel of andere stoffen
o Bewegingsziekte met nausea en braken
o Nausea en braken bij zwangerschap
- Niet of onvoldoende onderbouwde indicaties:
o Jeuk te wijten aan andere aandoeningen dan urticaria
o Niet-allergische rinitis, astma bronchiale en COPD
o Hoest
, o Slapeloosheid of angst
o Vertigo en duizeligheid bij sommige labyrintafwijkingen
o Veralgemeende allergische reacties zoals anafylactische shock
1.1.4 Geneesmiddelen:
Weinig sederende antihistaminica Sederende antihistaminica
- Cetirizine (zyrtec) - Dimetindeen (fenistil)
- Desloratidine (aerius) - Meclozine (agyrax)
- Ebastine (estivan)
1.2 Behandeling van astma en COPD
- 2-mimetica: kortwerkende (SABA’s) en langwerkende (LABA’s)
o Synoniem: 2-agonisten
- Anticholinergica: kortwerkende (SAMA’s) en langwerkende (LAMA’s)
o Synoniem: parasympathicolytica of muscarinereceptorantagonisten
- Inhalatiecorticosteroïden (ICS)
1.2.1 Beperkte plaats voor:
- Leukotrieenreceptorantagonisten (enkel astma)
- Theofylline
- Monoklonale antilichamen gebruikt bij astma
1.2.2 Werkingsmechanisme:
- Selectieve bèta-agonisten, ook wel selectieve bèta-2-mimetica genoemd
o Kortwerkende 2-mimetica (fenoterol en salbutamol)
o Langwerkende 2-mimetica (formoterol, indacaterol en salmeterol)
- Anticholinergica
o Bronchodilatatie door relaxerend effect op gladde spiercellen
o Protectie tegen allerlei prikkels door blokkeren muscarinereceptoren
o Kortwerkende anticholinergica (ipratropium)
o Langwerkende anticholinergica (tiotropium)
- Inhalatiecorticosteroïden
o Ontstekingsremmend effect
o Activiteit van eosinofiele en granulocyten onderdrukt
- Leukotrieenreceptorantagonisten
o Zowel anti-inflammatoire als bronchodilaterende eigenschappen
- Theofylline
o Een direct relaxerend effect op gladde spiercellen
o Ontstekingsremmend effect
- Monoklonale antilichamen gebruikt bij astma
o Interleukine-inhibitoren zoals mepolyzimab, remmen de biologische activiteit
o Ontstekingsremmend effect
o Omalizumab verlaagt de concentratie aan vrij IgE die door de B-cellen in het
plasma worden afgegeven
o Werking van de antilichamen wordt hierdoor geblokkeerd
Farmacologie: pneumologie
1 Geneesmiddelen voor de behandeling van
stoornissen van het ademhalingsstelsel
1.1 De antihistaminica
1.1.1 Werkingsmechanisme:
- Mestcellen spelen een rol in de ontstekingsreactie
- Bevinden zich in bindweefsel rondom de bloedvaten
- Zetten histamine vrij bij prikkeling
- Histamine bindt zich op H1-receptoren en bevinden zich op:
o Oppervlak endotheelcellen van de bloedvaten
o Op het oppervlak van gladde spiercellen
o Centraal zenuwstelsel en het hart
- Ontstekingsreactie getriggerd:
o Bloedvaten verwijden
o Vocht sijpelt doorheen poriën in bloedvaten en vormt zwelling
o Er ontstaat jeuk
o Door prikkeling van zenuwuiteinden kan pijn
ontstaan
- Ook prostaglandines zijn betrokken bij een
ontstekingsreactie
- Histamine speelt belangrijk rol in ontstaan allergische
reacties
1.1.2 Behandeling:
- Antihistaminica blokkeert de H1-receptoren
- Verminderen het effect van histamine door binding
- Bestaan 2 soorten antihistaminica:
o Sederende antihistaminica (zyrtec, loratadine en ebastine)
o Niet-sederende antihistaminica (hydroxyzine atarax, cinnarizine, meclozine)
- Slaapverwekkend doordat ze door hersenbloedbaanbarrière gaan
1.1.3 Plaatsbepaling:
- Onderbouwde indicaties:
o Symptomatische behandeling van allergische rinoconjunctivitis, urticaria,
weinig tot ernstige allergische of pseudo-allergische reacties door
geneesmiddelen, voedsel of andere stoffen
o Bewegingsziekte met nausea en braken
o Nausea en braken bij zwangerschap
- Niet of onvoldoende onderbouwde indicaties:
o Jeuk te wijten aan andere aandoeningen dan urticaria
o Niet-allergische rinitis, astma bronchiale en COPD
o Hoest
, o Slapeloosheid of angst
o Vertigo en duizeligheid bij sommige labyrintafwijkingen
o Veralgemeende allergische reacties zoals anafylactische shock
1.1.4 Geneesmiddelen:
Weinig sederende antihistaminica Sederende antihistaminica
- Cetirizine (zyrtec) - Dimetindeen (fenistil)
- Desloratidine (aerius) - Meclozine (agyrax)
- Ebastine (estivan)
1.2 Behandeling van astma en COPD
- 2-mimetica: kortwerkende (SABA’s) en langwerkende (LABA’s)
o Synoniem: 2-agonisten
- Anticholinergica: kortwerkende (SAMA’s) en langwerkende (LAMA’s)
o Synoniem: parasympathicolytica of muscarinereceptorantagonisten
- Inhalatiecorticosteroïden (ICS)
1.2.1 Beperkte plaats voor:
- Leukotrieenreceptorantagonisten (enkel astma)
- Theofylline
- Monoklonale antilichamen gebruikt bij astma
1.2.2 Werkingsmechanisme:
- Selectieve bèta-agonisten, ook wel selectieve bèta-2-mimetica genoemd
o Kortwerkende 2-mimetica (fenoterol en salbutamol)
o Langwerkende 2-mimetica (formoterol, indacaterol en salmeterol)
- Anticholinergica
o Bronchodilatatie door relaxerend effect op gladde spiercellen
o Protectie tegen allerlei prikkels door blokkeren muscarinereceptoren
o Kortwerkende anticholinergica (ipratropium)
o Langwerkende anticholinergica (tiotropium)
- Inhalatiecorticosteroïden
o Ontstekingsremmend effect
o Activiteit van eosinofiele en granulocyten onderdrukt
- Leukotrieenreceptorantagonisten
o Zowel anti-inflammatoire als bronchodilaterende eigenschappen
- Theofylline
o Een direct relaxerend effect op gladde spiercellen
o Ontstekingsremmend effect
- Monoklonale antilichamen gebruikt bij astma
o Interleukine-inhibitoren zoals mepolyzimab, remmen de biologische activiteit
o Ontstekingsremmend effect
o Omalizumab verlaagt de concentratie aan vrij IgE die door de B-cellen in het
plasma worden afgegeven
o Werking van de antilichamen wordt hierdoor geblokkeerd