• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages
Summary

Samenvatting Analyse 1 (Statistiek)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages

Samenvatting van alle behandelde stof van het vak Analyse 1; hoorcollege 1t/m 13. Dit vak wordt gegeven op de Radboud Universiteit aan 1e jaars bachelor en pre-master studenten van de opleidingen Pedagogische Wetenschappen en Onderwijswetenschappen.

Content preview

Samenvatting Analyse 1
Hoorcollege 1: Introductie & Meten
Variabele: een gemeten grootheid die kan variëren.
Onderzoekseenheid: eenheid waarbij de variabelen gemeten worden.
Score: waarde van een onderzoekseenheid op een variabele.

Afhankelijke variabele: ‘gevolg’
Onafhankelijke variabele: ‘oorzaak’

Moderatie: een modererende variabele versterkt of verzwakt het verband tussen de andere twee variabelen.

Psychische Internaliserende
problemen ouders problemen kinderen



Sociale steun
vrienden/familie



Mediatie: een mediërende variabele kan deels het verband tussen twee andere variabelen verklaren.
Psychische Psychische
problemen ouders problemen ouders



Kwaliteit van
opvoeding



Discrete variabele: een variabele die slechts een bepaald aantal waarden kan aannemen; een verschil tussen twee waarden is
altijd één eenheid of meer vaste eenheden. Deze variabele zal in stappen omhooggaan. Ranja is 50 cent. Je discrete variabele
is de opbrengst die steeds in stappen omhooggaat van 50 cent.

Continue variabele: een variabele waarvoor geldt dat er tussen twee gegeven waarden altijd een derde ligt: bij het meten van
continue variabelen zijn de scores altijd afgeronde getallen (een benadering van de feitelijke score). Lengte en gewicht. Er
zijn vooraf geen duidelijke stappen die omhooggaan, maar alles kan aangenomen worden.

Meetniveaus:
- Nominaal: waarden geven categorieën aan (geen volgorde). Bijv. godsdienst, woonplaats.
- Ordinaal: oplopende categorieën (waarden gegeven volgorde aan). Er is een volgorde maar de afstanden hiertussen
is niet te bepalen/niet betekenisvol. Bijv. Sociaaleconomische klassen, opleidingsniveau.
- Interval: waarden geven volgorde aan, bovendien hebben gelijke intervallen tussen waarden dezelfde betekenis.
Afstanden zijn wel betekenisvol. Bijvoorbeeld in graden Celsius. Je kunt hierbij dus ook spreken van hoger en lager
en hoeveel dit dan is. Andere voorbeelden zijn IQ of schoenmaat.
- Ratio: waarden geven volgorde aan, gelijke intervallen tussen de waarden hebben dezelfde betekenis en absoluut
nulpunt. Hierbij kun je dus spreken van hoeveel keer groter/hoger/langer iets is. Bijvoorbeeld temperatuur in
Kelvin of leeftijd.

Kwalitatieve variabelen zijn van nominaal of ordinaal meetniveau.
Kwantitatieve variabelen zijn van interval of ratio meetniveau. Waarden geven hoeveelheid (kwantiteit) aan.

,Hoorcollege 2: Frequentieverdelingen
Relatieve frequentie: een frequentie (f) is het aantal keer dat een bepaalde waarde (X) voorkomt.
Absolute frequentie: de frequentie gerelateerd aan het totaal. Vergemakkelijkt vergelijken.
- Proportie: de absolute frequentie (f) gedeeld door het aantal waarden (N).
- Percentage: de proportie vermenigvuldigd met 100%.

Cumulatieve absolute frequentie: somfrequenties.
Cumulatieve relatieve frequentie: cumulatieve absolute frequentie gerelateerd aan het totaal.

Klassen
Gegroepeerde frequentieverdeling: Frequentieverdeling waarbij waarden/scores worden samengenomen tot klassen van
waarden/scores.
- Voordeel: overzichtelijker
- Nadeel: verlies van informatie, afwijkingen bij berekeningen van centrummaten als de klassen worden gebruikt
i.p.v. oorspronkelijke gegevens.

Richtlijnen voor klassen:
 Minimaal 5, maximaal 20 klassen
 Gebruikelijk: Klassen even breed
 Gebruikelijk: overzichtelijke klassenbreedte, (bijvoorbeeld tientallen)
 Zorg dat alle scores erin passen!

Continue variabele (bijv. lengte):
 “X = 172" betekent 171.5 ≤ X < 172.5.
 In de klasse 171-180 cm liggen dus eigenlijk waarden vanaf 170.5 tot (niet tot en met)180.5 Dus 170.5 ≤
X < 180.5  exacte of ware klassengrenzen.

Klassengrenzen in de praktijk: klassengrenzen altijd met 1 decimaal meer weergeven dan hoe de variabele gemeten is zodat
voor iedere waarde/score duidelijk is bij welke klasse hij hoort.

bovengrens+ondergrens
Klassenmidden=
2
Klassenmidden worden gebruikt bij grafische weergaven zoals een frequentiepolygoon.

Grafische weergaven zijn afhankelijk van het meetniveau:
 Nominaal: taartdiagram, staafdiagram
 Ordinaal: taartdiagram, staafdiagram, boxplot
 Interval/ ratio: histogram, (cumulatieve) frequentiepolygoon, boxplot

Staafdiagram
 Op de X-as staan de waarden van een discrete (ordinale/nominale) variabele
 Op de Y-as staat de frequentie (absoluut, relatief, cumulatief): de hoogte van de staaf representeert de frequentie
 Staven worden los van elkaar weergegeven (in tegenstelling tot histogram)

Histogram
 Geschikt voor het weergeven van de verdeling van zowel discrete als continue variabelen van interval- of
rationiveau
 Op de X-as staan de waarden van een variabele (of klassenmidden bij een gegroepeerde verdeling)
 Op de Y-as staat de frequentie (absoluut, relatief of cumulatief): de hoogte van de staaf/kolom representeert de
frequentie
 Staven worden aaneengesloten weergegeven

Frequentiepolygoon
 Op de X-as staan de waarden van een variabele (klassenmidden bij een gegroepeerde verdeling)
 Op de Y-as de frequentie (absoluut of relatief)
 Punt ter hoogte van de frequentie boven de waarde op de X-as tekenen
 Punten verbinden met een rechte lijn.
 Eventueel: links en rechts (uiteinden verdeling) waarden (klassenmidden) toevoegen met frequentie 0.

Cumulatieve frequentiepolygoon
 Op de X-as staan de waarden van een variabele (of bovengrens klasse bij gegroepeerde verdeling)
 Op de Y-as de cumulatieve frequentie (absoluut of relatief)
 Punt ter hoogte van de cumulatieve frequentie boven de waarde op de X-as (of de bovengrens van de klasse)
tekenen

,  Punten verbinden met een rechte lijn
 Eventueel: aan begin (links) waarde/bovengrens toevoegen met frequentie = 0 (NIET bij einde (rechts))



Boxplot
 Specifiek voor het weergeven van percentages
 Vanaf ordinaal meetniveau

, Hoorcollege 3: Centrummaten
Modus: De waarde van de variabele met de hoogste frequentie: de waarde die het vaakst voorkomt
Gebruik: nominaal, ordinaal, interval en ratio meetniveau

Voordelen:
 Alle meetniveaus
 Snel uit frequentietabel af te lezen
Nadelen:
 Weinig informatie gebruikt
 Instabiel
 Erg afhankelijk van klassenindeling
 Soms bi/multimodaal met modi ver uit elkaar, moeilijk interpreteren

Mediaan: De waarde van de middelste waarneming wanneer de waarnemingen in volgorde van laag naar hoog staan.
Uitganspunt is dus de totale hoeveelheid waarnemingen N.
Gebruik: ordinaal, interval en ratio

Voordelen:
 Vanaf ordinaal meetniveau
 Niet gevoelig voor uitschieters (Engels: outliers)
Nadelen:
 Weinig informatie gebruikt
 Niet geschikt om mee verder te rekenen

X (Score) f (frequentie)

20 2

22  4
MEDIAAN

25 5


X (Score) f (frequentie)

20 2

22 4

25 5

30 1
Hierbij is de mediaan 23.5, omdat er een even aantal aan scores is.

Gemiddelde: centrummaat gebaseerd op afstand van de scores tot het middelpunt: gebaseerd op werkelijke scores
N.B. bij modus en mediaan: alleen (plaats in) frequentieverdeling van belang

Het (rekenkundig) gemiddelde: de som van alle scores gedeeld door het aantal scores:
N

∑ Xi
X́ = i =1
N
Notatie:
X́ Steekproefgemiddelde
µ populatiegemiddelde
Gebruik: interval en ratio meetniveau

Gemiddelde bij een frequentieverdeling:
k

∑ f i Xi
X́ = i=1
n
Voordelen:

Connected book
 image
Publisher: november 2017 ISBN: 9781526419521 Edition: 5

Document information

Study
Summarized whole book?
Unknown
Uploaded on
January 22, 2019
Number of pages
44
Written in
2018/2019
Type
Summary
$5.77

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
djacobs
3.9
(72)
Sold
459
Followers
351
Items
20
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions