HOOFDSTUK 8: GASSEN, VLOEISTOFFEN EN VASTE STOFFEN
AGGREGATIETOESTANDEN EN FASEOVERGANGEN (8.1)
rijpen = desublimeren
INTERMOLECULAIRE KRACHTEN (8.2)
Intermoleculaire kracht = kracht die optreedt tussen moleculen en houdt de moleculen dicht bij elkaar.
- gassen: intermoleculaire krachten zijn verwaarloosbaar
- vloeistofen en vaste stofen: hoe sterker de intermoleculaire krachten, hoe hoger het smelt- en kookpunt
3 soorten moleculaire krachten:
London dispersiekrachten (bij apolaire moleculen)
o alle moleculen ondervinden deze krachten
o op elk willekeurig moment kunnen er meer elektronen aan het ene uiteinde zijn dan aan het
andere uiteinde, wat aanleiding geef tot een kortstondige polariteit
o hoe groter de molaire massa en oppervlakte van de molecule, hoe groter de polarisate
Dipool-dipool krachten (bij polaire moleculen)
o moleculen die polaire covalente bindingen beziten, kunnen een dipoolmoment beziten
o de positeve en negateve uiteinden van verschillende moleculen trekken elkaar aan
o dipool-dipool krachten zijn zwak, maar hun efecten zijn belangrijk bijvoorbeeld bij het verschil in
kookpunten tussen polaire en niet-polaire moleculen
o stjging in kook- en smeltpunt
Waterstofruggen (bij O-H, N-H en F-H bindingen)
o de aantrekking tussen een H-atoom gebonden op een O, N of F-atoom en een ander naburig O, N
of F-atoom
o een uitzonderlijk sterke dipool-dipool interacte
o in water heef elk O-atoom 2 vrije elektronenparen en 2 H-atomen waardoor 4 waterstofruggen
kunnen gevormd worden
=> van boven naar onder: stjging van het kookpunt
ionaire stofen hebben het hoogste kookpunt
van apolaire stofen: ordenen volgens kookpunt : ordenen volgens moleculaire massa
WET VAN AVOGADRO (8.9)
Wet van Avogadro: het volume van een gas is evenredig met de hoeveelheid mol bij constante druk en
temperatuur.
Standaartemperatuur = 0°C of 273 K STP (Standard Temperature and Pressure)
Standaardruk = 1 atm of 760 mmHG
Standaard molair volume = 22,4 l/mol
V1 V2
=
n1 n2
1
AGGREGATIETOESTANDEN EN FASEOVERGANGEN (8.1)
rijpen = desublimeren
INTERMOLECULAIRE KRACHTEN (8.2)
Intermoleculaire kracht = kracht die optreedt tussen moleculen en houdt de moleculen dicht bij elkaar.
- gassen: intermoleculaire krachten zijn verwaarloosbaar
- vloeistofen en vaste stofen: hoe sterker de intermoleculaire krachten, hoe hoger het smelt- en kookpunt
3 soorten moleculaire krachten:
London dispersiekrachten (bij apolaire moleculen)
o alle moleculen ondervinden deze krachten
o op elk willekeurig moment kunnen er meer elektronen aan het ene uiteinde zijn dan aan het
andere uiteinde, wat aanleiding geef tot een kortstondige polariteit
o hoe groter de molaire massa en oppervlakte van de molecule, hoe groter de polarisate
Dipool-dipool krachten (bij polaire moleculen)
o moleculen die polaire covalente bindingen beziten, kunnen een dipoolmoment beziten
o de positeve en negateve uiteinden van verschillende moleculen trekken elkaar aan
o dipool-dipool krachten zijn zwak, maar hun efecten zijn belangrijk bijvoorbeeld bij het verschil in
kookpunten tussen polaire en niet-polaire moleculen
o stjging in kook- en smeltpunt
Waterstofruggen (bij O-H, N-H en F-H bindingen)
o de aantrekking tussen een H-atoom gebonden op een O, N of F-atoom en een ander naburig O, N
of F-atoom
o een uitzonderlijk sterke dipool-dipool interacte
o in water heef elk O-atoom 2 vrije elektronenparen en 2 H-atomen waardoor 4 waterstofruggen
kunnen gevormd worden
=> van boven naar onder: stjging van het kookpunt
ionaire stofen hebben het hoogste kookpunt
van apolaire stofen: ordenen volgens kookpunt : ordenen volgens moleculaire massa
WET VAN AVOGADRO (8.9)
Wet van Avogadro: het volume van een gas is evenredig met de hoeveelheid mol bij constante druk en
temperatuur.
Standaartemperatuur = 0°C of 273 K STP (Standard Temperature and Pressure)
Standaardruk = 1 atm of 760 mmHG
Standaard molair volume = 22,4 l/mol
V1 V2
=
n1 n2
1