Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 63 pages
Summary

Samenvatting Moleculaire genetica 2e bach BMW - 63 pagina's

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 63 pages

Deze samenvatting is 63 pagina's lang. Dit document bevat alle info van de slides én notities van de les. Het is een gestructureerde samenvatting met duidelijke uitleg van alle begrippen en processen. Van de 1e keer geslaagd!

Content preview

Hoofdstuk 2: Fundamenten van cellen en chromosomen
1. Celstructuur, diversiteit en cel evolutie
Celproliferatie: omvat afwisselende rondes van celdeling en celgroei
- Symmetrische celdeling: dochtercellen zijn gelijkaardig aan elkaar en aan moedercel
- Asymmetrische celdeling: dochtercellen zijn verschillend op basis van grootte/functie
- Balans celproliferatie en celdood  stabiel celaantal
- Postmitotische cellen: bv. neuronen, die delen niet
Prokaryoten: bacteriën en archaea (die leven in extreme omstandigheden (zuur, hitte, kou))
Eukaryoten: fungi (1/meercellig), planten (1/meercellig), dieren (1/meercellig)
Verschillen eukaryoten en prokaryoten:
- Plasmamembraan: dubbele laag fosfolipiden, protectie cel en selectief permeabel
- Cytosol: waterige component cytoplasma, proteïne synthese en metabole activiteit
- Cytoskelet: celstabiliteit, celvorm, celbeweging, intracellulair transport, communic.
- Microfilamenten: actine polymeer, het cytoskelet onder plasmamembraan is
de celcortex  mechanische ondersteuning en kan snel
opnieuw gemodelleerd worden waardoor er
gecontroleerde verandering in de celvorm mogelijk zijn
- Microtubuli: tubuline polymeer, meer rigide structuur dan actine filamenten,
belangrijke bouwsteen van centrosomen en de mitotische
spoelfiguur, cilia en flagella
- Intermediaire filamenten: bv. keratine in epitheliale cellen
- Cilia: van microtubuli, voor beweging, primair cilium bevat receptormoleculen en
fungeren als sensor voor de micro-omgeving van de cel
- ER: opslagplaats van Ca2+, synthese/vouwing/modificatie van proteïnen en lipiden
bestemd voor het celmembraan of voor secretie, glycosylering start in ER
- Golgi: glycoproteïnen van ER worden verder gemodificeerd, scheiden celproducten
uit naar buitenkant en helpen plasmamembraan en membranen van
lysosomen te vormen
- Lysosomen: vesikel met hydrolytische enzymen die materialen verteren die door
fagocytose of pinocytose in de cel worden gebracht, helpen bij
degradatie van cel-componenten na celdood
- Peroxisomen: vesikel met enzymen die substraten oxideren en waterstofperoxide
generen
- Nucleus: nucleaire enveloppe en buitenste membraan bevat ribosomen, nucleaire
poriën hebben proteïne complexen die fungeren als transporteurs van
macromoleculen tussen nucleus en cytoplasma, nucleaire lamina bestaat uit
intermediaire filamenten en geassocieerde proteïnen, nucleaire matrix is
een proteïne netwerk waar chromosomen aan vastgehecht kunnen worden
- Nucleolus: bevatten ribosomale RNA genen, komen daar tot transcriptie
- Mitochondria: 2 membranen en plaats van oxidatieve fosforylering en ATP productie

1

,DNA in nucleus: de chromosomen
- Buitenkant nucleus in continuïteit met ER, langs buitenkant ribosomen opzetten
- Nucleaire lamina: stabiliteit van nucleus en organiseert het chromatine (DNA) 
interactie met nucleopoor complexen
- Nucleaire envelop proteïnen binden met chromatine geassocieerde proteïnen
 chromatine gaan organiseren
- Transcriptiefactoren: belangrijk voor genexpressie
mtDNA: circulair DNA moleculen  interageren met core proteïnen TFAM mitochondriën
hebben eigen vertaalsysteem, maar geen scheiding binnen mitochondriën tussen
transcriptie en translatie (mitochondriën kunnen fuseren en splitsen  buisjes)
Genoom: collectie van verschillende DNA moleculen in eukaryote cel  nucleair en mt DNA
Extra’s:
- Gemiddelde grootte: 10-30 µm
- Aantal cellen: 1014
- Gemiddelde levensduur: 7-10 jaar (sterk afhankelijk)
- Aantal celtypes: niet gekend (nu 200)
Ontstaan eukaryote cel:
- Celfusie: 1 cel neemt andere cel op
- Fagocytose: opgenomen cel wordt afgebroken en ondergaat celdood
- Endosymbiose: opgenomen cel blijft bestaan, een endosymbiont  rol in ontstaan
eukaryote cellen
- Eukaryote-archaea homologen: informatie-processystemen (translatie/transcriptie)
- Eukaryote-bacteria homologen: operationele functies
- Begin: oerarcheon heeft bacterie opgenomen door soort fagocytose waar er
horizontale gentransfer is gebeurd  stukjes bacterie DNA wordt
geïncorporeerd in archeon = horizontale gentransfer  genoom wordt
complexer en bv. interne membraanstructuur kan ontwikkelen
- Archeon heeft dan aërobe bacterie opgenomen  endosymbiose en bacterie bleef
bestaan en had ook eigen vertaalsysteem  die waren voorloper van onze
mitochondriën (bij planten: chloroplasten)
Ontstaan multicellulaire organismen:
- Cruciale ontwikkeling van multicellulaire organismen kan zijn ontstaan door
eenvoudige genmutaties
- Eenvoudige manier: door mutatie in 1 gen kan dat al
- Verschillende cellen in meercellig organisme kunnen gespecialiseerd worden in
uitvoeren van verschillende functies  grote functionele complexiteit mogelijk
- Cel-cel interacties + cel-omgeving interacties: zorgen voor progressieve ontwikkeling
van celspecialisatie  cellen werken samen om complexe weefsels en
organen te bouwen

2

,2. DNA en chromosoom kopie nummer tijdens de celcyclus
Karakteristieke DNA in somatische menselijke cel:
- 2 sets van 23 verschillende chromosomen (2n = n + n)
- 22 autosomale en 1 geslachtschromosoom (1n)
- DNA inhoud 1n = C (+- 3,5 pg (3,4 x 10-12g))  geen relatie tussen C en complexiteit)
- Man: 46 XY Vrouw: 46 XX
Ontstaan polyploïde somatische cellen:
- Endomitose: DNA verdubbeld, er is een kerndeling, maar geen celdeling
 bv. megakaryocyten: beenmergcellen (tot bv. 64n)  meerdere kernen
- Celfusie: cellen fusioneren  cytoplasma met meer afzonderlijke kernen, syncytium
Nulliploïde somatische cellen:
- Bv. erythrocyten, bloedplaatjes, mature keratinocyten (geen kern)
- Euploïde cel: bevat normaal aantal chromosomen voor dat celtype
- Aneuploïde cel: bevat abnormaal aantal chromosomen voor dat celtype
Celcyclus:
- G1-fase: cel kan meeste van haar functies doen, neuronen gaan bv. niet uit die fase
- S-fase: verdubbeling DNA  we krijgen 2 zusterchromatiden en aan elkaar hangen
 nog altijd 2n chromosomen, maar wel verdubbeling qua gewicht (4C)
- G2-fase: nakijken
- M-fase: mitotische celdeling  in profase nog altijd 2n en 4C, maar vanaf anafase
gaan zusterchromatiden uit elkaar en spreken we van 4n en 4C door
onafhankelijke chromosomen  celdeling en vorming van 2 dochtercellen
en terug 2n en 2C per cel


3. Celdeling en transmissie van DNA naar dochtercellen
Mitose: nucleaire divisie
- Profase: - Centrosomen zijn verdubbeld tijdens S-fase en gaan nu elk naar een pool
- Condensering van chromosomen voor weerstand tegen DNA breuken
- Afbraak kernmembraan en vorming spoelfiguren
- Metafase: correcte binding MT aan kinetochoren van centrosomen, metafaseplaat
- Anafase: chromosomen gaan uit elkaar naar eigen pool
- Telofase: vorming kernmembraan en decondensatie van chromosomen
- Cytokinese: effectieve celdeling, verdeling cytoplasma
Veel kans op fouten: bv. in prometafase door foute binding kinetochoor aan centrosomen
 zusterchromosomen moeten dus vastgehecht worden tot MT
correct gebonden zijn (bv. maar 1 vast, of beiden naar zelfde kant, …)



3

, Moleculaire lijm tussen gerepliceerd DNA = cohesine complex:
- Ring opzetten: 3 proteïnen die hoefijzerstructuur vormen (tijdens profase)
- Metafase: moleculaire lijm wordt verwijderd ter hoogte van moleculaire armen door
fosforylatie, maar niet bij centromeren  tot alle chromosomen correct
zijn vastgehecht aan spoelfiguur
- Anafase: activatie separase  Smc1 wordt doorgeknipt, ringstructuur open en
zusterchromatiden migreren naar tegengestelde pool (point of no return)
Spindle assembly checkpoint:
- Slechte aanhechting: signaal aan kinetochoor door vorming van MCC  inhibitor van
APC/C, complex dat polyubiquitinatie activiteit heeft
- Alle chromosomen correct vastgehecht  geen vorming MCC  geen inhibitie van
APC/C  er is polyubiquitinering activiteit op Securin  Securin wordt afgebroken
en er is separase activiteit  zusterchromatiden uit elkaar en lijm lost op
Meiose: ‘to reduce’
- Chromosomen worden 1 keer gerepliceerd en 2 keer gedeeld  2n naar 1n gameten
- Meiose I: reductie vedeling  verdeling van de homologe autosomen (cruciaal voor
correcte chromosoomaggregatie en genetische variatie) en verdeling van de
seks chromosomen
- Meiose II: equationele verdeling  verdeling van de zusterchromatiden (~ mitosis)


Meiose:
- Premeiotische S-fase: chromosoom 1 van moeder en vader  DNA replicatie
 zusterchromatiden met ertussen de rode bolletjes, soort cohesinecomplex/
ringstructuur  houdt zusterchromatiden samen
- Profase I: homologe recombinatie  connecties tussen maternaal en paternaal
 genetische cross-over  connecties zorgen dat homologe chromo-
somen samengehouden worden door cohesinecomplexen  chiasma
- Metafase I: maternaal en paternale chromosoom naar tegengestelde polen
getrokken vanuit de 2 zusterkinetochoren van moeder en die van vader
 moleculaire lijm moet opgelost worden
1e meiotische deling: moleculaire lijm lost op aan chromosoomarmen, niet aan de
centromeren, want die houden de zusterkinetochoren nog samen
 homologe chromosomen naar tegenovergestelde polen
 Cohesines afgebroken door separase (ringstructuur open)
2e meiotische deling: zusterkinetochoren naar tegengestelde polen getrokken
 cohesines afgebroken ter hoogte van centromeren
Meer homologe recombinatie bij vrouw (90 chiasmata) dan bij man (55 chiasmata)
 genetische mappen bij vrouw zijn langer dan genetische mappen bij man

4

Document information

Study
Uploaded on
April 14, 2024
Number of pages
63
Written in
2022/2023
Type
Summary
$13.15

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sarahvcr
3.4
(9)
Sold
75
Followers
20
Items
32
Last sold
4 months ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions