1. CHAPTER 1 THE DEVELOPMENTAL PSYCHOPATHOLOGY APPROACH –
Wenar & Kerig
Overview
De belangrijkste hypothese in dit boek is dus dat kinderpsychopathologie gezien moet worden
als normale ontwikkeling die scheef is gegaan. Of gedrag als normaal of pathologisch wordt
gezien is afhankelijk van wanneer (leeftijd) het optreedt in de ontwikkeling. Tevens moet je
weten hoe normale ontwikkeling eruit ziet voor je kan beoordelen of het gedrag hoort bij een
bepaalde leeftijd en of een verdacht gedrag naar alle waarschijnlijk zal verdwijnen in de
ontwikkeling van het kind naar volwassenheid. Daarnaast is sommige probleemgedrag
normaal in de levensweg.
ontwikkelingspsychopathologie: de studie naar de normale processen die bijdragen
aan de vorming van, of weerstand tegen, psychopathologie
A general developmental framework
The biological context
De biologische context omvat invloeden als genen, chemische eigenschappen van de
hersenen, hersenstructuur, neurologisch en neuropsychologisch functioneren, en andere
aangeboren eigenschappen zoals temperament.
The individual context
De individuele context omvat psychologische variabelen binnen de persoon –
persoonlijkheidskenmerken, cognities, emoties, en geïnternaliseerde verwachtingen over
relaties.
De keuze tussen verschillende theorieën heeft belangrijke klinische implicaties. De
behavioristische kijkwijze kijkt vooral naar sociale normen. De psychoanalytische benadering
zegt dat psychopathologie geen kwestie van gedrag per se is, maar van de betekenis van zulk
gedrag.
Er zijn 6 psychologische processen: cognitieve ontwikkeling, emotionele ontwikkeling,
gehechtheidsontwikkeling, morele ontwikkeling, de zelf en seksualiteit ontwikkeling.
The family context
Het gezin biedt een belangrijke, misschien wel de meest belangrijke, context voor de
ontwikkeling van het kind. De meeste aandacht is besteed aan de ouder-kindrelatie.
Opvoedingsstijl, maar ook mishandeling
The social context
Hier gaat het om de wereld van sociale relaties buiten het gezin. Relaties met peers spelen een
belangrijke rol in de ontwikkeling (kunnen negatief (pesten/afwijzing) en positief (populair)
zijn). Ook relaties met volwassenen buiten het gezin horen hierbij.
The cultural context
De culturele context heeft betrekking op de rol van de grotere sociale en culturele factoren die
de kans op psychopathologie kunnen doen toenemen of hier juist tegen beschermen. Hier
onder vallen factoren als sociale klasse, armoede, ras en etniciteit, cross-culturele en cross-
nationale verschillen. Culturele achtergrond beïnvloedt alle andere contexten. Cultuur kan
zelfs beïnvloeden of een bepaald gedrag als psychopathologisch wordt gezien.
, Interactions
De contexten van ontwikkeling zijn constant in interactie met elkaar, zowel op een bepaald
moment in de tijd als over de tijd.
Zie figuur 1.2 p.5
Models of child psychopathology
Een verscheidenheid aan theorieën bieden modellen van de etiologie van psychopathologie in
de kindertijd.
etiologie: de studie naar de oorzaken of de noodzakelijke en voldoende condities voor
het produceren van verschillende psychopathologieën (ontstaan van het bestaan)
Hoewel elk onderscheidende eigenschappen heeft, zijn de modellen niet noodzakelijk
onverenigbaar.
The medical model
Het traditionele medisch model heeft twee essentiële componenten:
1. psychopathologieën zijn het resultaat van organische disfuncties
2. het classificeert psychopathologisch gedrag op dezelfde wijze als fysieke ziekten,
namelijk in termen van diagnoses.
Meer moderne perspectieven zeggen dat het lichaam en de geest deel zijn van een systeem,
zodat elk de ander beïnvloedt.
Psychosociale processen (zoals emotie, stress, trauma) kunnen ook invloed hebben op de
biologie van het kind.
De DSM-IV-TR behoudt de neiging van het medisch model om psychopathologie te zien als
een ziekte in de persoon, in plaats van als een product van interacties tussen het kind en de
omgeving.
The behavioral model
Drie kenmerken onderscheiden behavioristische psychologie:
1. wetenschappelijke psychologie moet enkel gebaseerd zijn op observeerbaar gedrag
2. bewijs is gebaseerd op empirisch onderzoek uitgevoerd onder sterk gecontroleerde
condities
3. het verkrijgen, behoud, verandering of verwijdering van veel van het menselijk en
dierlijk gedrag kan adequaat en bondig verklaard worden in termen van leerprincipes
Principles of learning
Drie leerprincipes vormen de basis van de behavioristische benadering:
1. Respondent conditioneren (klassiek conditioneren): een vorm van conditioneren
waarin een voorgaande neutrale stimulus de eigenschappen aanneemt van een stimulus
die uit zichzelf een reactie oproept denk aan kwijlen hond bij bel.
2. Operant conditioneren: een vorm van conditioneren waarin de volharding van een
reactie afhangt van zijn effecten op de omgeving (belonen en straffen).
Drie consequenties kunnen dienen om de waarschijnlijkheid van herhaling van het
gedrag te doen toenemen of afnemen:
- Bekrachtiging (reinforcement): een toename in de waarschijnlijkheid dat een
reactie zal optreden op een opeenvolgend gepresenteerde stimulus
positieve bekrachtiging: gedrag wordt gevolgd door een beloning