Samenvatting Hoorcolleges Bestuursprocesrecht
Week 1
Onderwerpen hoorcollege:
- Historische ontwikkeling van het bestuursprocesrecht
- Wezenskenmerken bestuursprocesrecht
- Rechtsvergelijking met het burgerlijk procesrecht en het strafprocesrecht
- Belangrijkste uitdagingen
- Bevoegdheid en voorwerp geschil
De Awb is een kleine wet en vormvrij, dus wij gaan het niet veel hebben over wetsartkelenn
Alles beter dan de burgerlijke rechter:
Eerste jaren na de Grondwet van 1815:
Bestuursrecht is in alle samenlevingen de laatste tak binnen de rechtspraak die tot ontwikkeling
komt, de strafrechter en burgerlijke rechter komen eerder bij de inrichtng van een staatn Er zijn heel
lang absolute vorsten en wordt er dus geen macht gecreëerd, het bestuursrecht, die tegen de
absolute macht in kan ingaan geen tegenmacht die het bestuur beperktn Maar, toch komen er
besluiten die invloed hebben op burgers, en de burgers zullen niet alle maatregelen van de vorst
worden geaccepteerd dan gaat men eerst naar de burgerlijke rechter, dit is de eerste macht die
bestuursrechtspraak gaat doen, de HR biedt rechtsbescherming aan burgers en tast de macht aann
Vervolgens gebeurt er:
- De burgerlijke rechter acht zich snel bevoegd: Willem I vaardigt het Confictenbesluit uit:
indien burgers het niet eens zijn met een confict kunnen burgers niet naar de Hoge Raad,
het moet binnen het bestuur worden opgelostn
- Ook de HR houdt zich niet aan het Confictenbesluit, er is te veel weerstaandn
- Er is dus een burgerlijke rechter die beslist over bestuursrechtn Maar, in die tjd is men niet
tevreden over de burgerlijke rechter: grote weerstand tegen de civiele procedure in het
parlement: te ingewikkeld, kostbaar en tjdrovendn
- De wetgever stelt steeds vaker administratef beroep open (GS, Kroon): We creëren
wetelijke bevoegdheden voor het bestuur voor handelingen en geven rechtsmacht aan
bepaalde organen die het bestuur mogen controleren: gedeputeerde staten, Raad van State
of de Kroon er is dus nog geen specifeke bestuursrechtspraak, maar administratef
beroep waarbinnen het bestuur een proces wordt gebodenn
- Legitmiteit ontleend aan het gezag van het college, niet aan de procedure:
Er zijn niet veel regels, civiele procedure is te ingewikkeld en te duurn De organen
hebben al een enorme bevoegdheid en reputate, het gezag van deze organen wordt
zonder regels geaccepteerdn
Bovendien koos men niet voor regels zodat er geen tweede partj in geschil kwam,
dan moest een hoog orgaan beslissen over een bestuursorgaan overheid beslist
over zichzelf, dit kan rare situates creëren dus bestuursorganen speelden geen
grote rol binnen het bestuursrechtn
Administrate of rechter戀
Debat: de vraag was of de rechtsgang binnen het bestuur moet organiseren of dat we een
onafankelijke rechter nodig hebben die over grenzen kan wakenn
- Hoogleraar Buis: in een moderne staat moet er een onafankelijke rechter zijnn
- Minister Loef: er moet, net als in andere landen, een onafankelijke rechter zijn voor het
bestuursrechtn
- Tegenstander, professor Struik: betoog administrate of rechter: onafankelijke
bestuursrechtspraak is een slecht idee, een onafankelijke rechter is ouderwets, alleen nodig
bij een absolute vorstn In onze parlementaire democrate is het volk aan de macht, deze moet
beslissen niet een elitaire rechter hierboven die de wil van het volk gaat beperkenn Verder is
, een onafankelijke rechter niet goed, een rechter kan rechtsregels toetsen en handhavenn
Maar wat het bestuur doet wordt maar beperkt beheerst door rechtsregelsn Veel is gewoon
handelen door het bestuur, waarachter de democrate zitn Veel besluiten zijn politek
ingegeven en beslissingen worden gecontroleerd binnen de parlementaire democrate, er
zijn maar weinig rechtsregels van toepassingn Rechters hebben verstand van rechtsregels,
maar deze zijn beperkt in het bestuursrecht terwijl er andere expertse nodig isn
Relevante geschiedenis: bepalend hoe wij tegen bestuursrechtspraak aankijken, het komt in NL heel
laat tot ontwikkeling, de onafankelijke bestuursrechtspraakn Wij hebben van origine veel
vertrouwen in administratef beroep, geschil oplossen door de overheid, met parlementaire controle
(wij hebben dus ook geen consttutonele toetsing of rechter)n
Van enumerate naar algemene rechtsbescherming
Tot nu toe administratef beroep bij Gedeputeerde staten, Raad van State en de Kroonn
- Vanaf 1900: De raden van beroep (rechtbank) en de Centrale Raad van Beroep (hoger
beroep) worden de eerste onafankelijke bestuursrechters van Nederlandn Zij waren nodig
voor geschillen die ontstonden bij de Ongevallen Wet, dit wilden wij niet laten oplossen door
de civiele rechtern De raden van beroep ontwikkelden zich tot rechtbanken en centrale raad
van beroep tot hogere rechter (met name voor sociale zekerheid)n
Tot nu toe enumerate: per wet bekijken welke rechter een geschil over deze wet mag
oplossen, het gerecht werd dan per wet aangegevenn Centrale Raad van Beroep mag dus
over een lijst van specifeke weten beslissenn
- Raad van State is niet de oudste bestuursrechter, omdat het van origine een bestuursorgaan
is waaraan de Koning leiding geefn De afdeling advisering bij de Raad van State ging om
administratef beroep (Kroonberoep), omdat zij alleen adviezen mochten gevenn
Dus daarom is de Centrale Raad van Beroep de oudste bestuursrechter, dit was een rechter
met bindende besluiten, maar wel voor specifeke wetenn Centrale Raad heef dus het
bestuursrecht ook in de beginjaren ontwikkeldn
- In de jaren ‘70 ontstaat een algemene aanvullende rechtsgang bij een onafankelijke rechter
(Wet Arob, Afdeling rechtspraak RvS): tot nu toe was er administratef beroep bij de afdeling
advisering van de Raad van Staten Er was enumerate: voor specifeke weten kon men naar
bepaalde rechtersn
Vanaf de jaren 70 ontstaat er de afdeling rechtspraak bij de raad van state, algemene
rechtsbescherming: dit was de eerste algemene bestuursrechter, waarbij er niet in een
specifeke wet was aangegeven welke rechter bevoegd was, deze kon over alle weten
beslissen en gaf een bindende uitspraakn Indien men bijvoorbeeld vergeten aan t geven was
in een wet welke rechter erover mocht beslissenn
- In 1985 oordeelt het EHRM het Kroonberoep in strijd met artn 6 EVRM (Benthem-arrest): het
is geen onafankelijke en onpartjdige bestuursrechtspraak volgens het EHRM, Kroonberoep
adviseerde regering alleen en kon een besluit alsnog in stand houden strijd met artn 6
EVRMn
- In 1994 treedt de Awb in werking: het hele systeem wordt op de schop gegooid, het
kroonberoep bij de afdeling advisering van de Rvs wordt afgeschaf en de afdeling
rechtspraak wordt omgevormd tot de algemene bestuursrechtspraak van de Raad van State
(ABRS)n
De bestuursrechters (bijlage 2, hoofdstukken 2 en 4)
- Raad van State is een bestuursorgaan met advies voor de regering, maar het ontwikkelt zich
ook tot de hoogste algemene bestuursrechter van Nederlandn
- Centrale Raad van Beroep is de oudste bestuursrechter in Nederlandn
- CBB dit is een kleine bestuursrechter, oordeelt over economisch bestuursrecht, denk
hierbij aan regulering van de marktn
Kenmerken bestuursprocesrecht
- Besluit als voorwerp van geschil, men kan in het bestuursrecht alleen tegen een besluit
procederenn Een besluit is een basisvereiste voordat er bij een bestuursrechter geprocedeerd
, kan worden beperking. Bestuursrechter is vooral een toetsende rechter: controleert
besluiten van het bestuursorgaann
- Wat betref de omvang van het geding is niet zozeer het besluit maar bepalen meer de
aangevoerde grieven de omvangn Hiermee verschuif het besluit als centraal voorwerp van
beroep wat naar de achtergrond
- ‘Aanvullende voorziening’: besluitvorming en bezwaar zouden geschillen moeten wegnemen,
hiermee proberen we te bereiken dat de besluitvorming bij het bestuursorgaan zo volledig is
dat geschillen binnen het bestuur opgelost moeten worden, alleen indien men hier echt niet
uit komt, dan kan men naar de rechter (hier zie je de geschiedenis terug)n
Je moet in bezwaar zijn gegaan, voordat je naar de rechter kan, dit past binnen dit ideen
- Rechtmatgheidstoetsing ex tunc door de ‘toetsende rechter’: bestuursrechter mag alleen
rechtsregels handhaven, niet in de politeke besluitvorming mengen van een besluit (dat
moet de overheid doen met democratsche controle)n Daarom spelen het EVRM en algemene
beginselen van behoorlijk bestuur een belangrijke rol om de overheid aan bepaalde regels te
houdenn Ex tunc: kijkt naar het recht ten tjde van het besluit, en kijkt of het bestuursorgaan
zijn bestuurstaak rechtmatg heef uitgeoefendn
- Ongelijke verhouding partjen: een machtge overheidn
- Elk geschil raakt belangen van derden en/of maatschappij: we doen niet aan
partjautonomien Bij elk bestuurlijk besluit vinden wij dat er een algemeen belang bij speelt,
speelt niet alleen tussen een belanghebbende en bestuursorgaann Daarom stellen wij nog
een aantal aanvullende eisen, omdat er ook een algemeen belang isn
Korte beroepstermijnen: na 6 weken krijgt een besluit formele rechtskrachtn Deze
termijnen zijn nodig zodat de overheid en andere belanghebbenden rechtszekerheid
hebbenn
Laagdrempelige procedure besluiten zijn eenzijdige rechtshandelingen en
zodoende machtsuitoefeningn Daarbij hoort een laagdrempelige proceduren Daarom
zijn er lage griferechten, geen verplichte rechtsbijstand etcn
Materiële waarheidsvinding: bestuursrechter mag uit zichzelf veel onderzoek doen,
indien hij dit nodig achtn De rechter gaat echt op zoek naar de materiele waarheidn
Niet-lijdelijke rechter: rechter neemt de leiding, het is niet alleen het geschil van
partjen rechter met veel regie.
Rechtsvergelijking: bestuursrechter spreekt recht in ander universum: het is anders dan civiele
rechtspraak en strafrechtspraakn
- Toetsing in plaats van rechtsvaststelling: Dit komt in belangrijke mate doordat het
bestuursorgaan jouw rechtsposite als burger bepaaltn De rechter stelt dus geen rechtsposite
vast, heef deze expertse niet, maar toetst de besluitvorming omtrent de rechtsvaststelling,
of deze rechtmatg isn Bij andere rechters doet de rechter ook aan rechtsvastelling, ulteme
rechtsvastellingn
Verschillende omstandigheden waardoor bestuursorgaan zegt dat de rechter afstand moet bewaren
in zijn toetsing, dit noemen zij als argumenten:
- Rechter heef beperkt beeld van de praktjk: de rechter ziet maar 1 type procedure, zaken
waar de burger niet krijgt wat hij wiln De bestuursrechter ziet nooit de zaken waarbij wel in
het voordeel van de burger wordt besloten, deze komen niet voor de rechter
(bestuursorgaan zal al deze zaken dan benoemen)n Hierdoor heef de rechter geen compleet
beeld van de praktjk, en kan hierdoor lastg zeggen dat hij het niet eens is met het
bestuursorgaann
- Besturen vraagt om snelle besluitvorming: indien de rechter een besluit voldoende vindt,
maar niet heel goed is (dus het kan nog beter, een 8 inpnvn 6), dan besef hij zich wel dat
besturen vraagt om snelle besluitvormingn De rechter zal dan niet snel van dit besluit een
probleem maken, zodat de besluitvorming snel kan blijven voortduren indien het besluit
voldoende is hier heef de rechter vaak begrip voorn
- Besturen is vooruitzien; rechtspreken is achteruitkijken: dit is anders dan het strafrecht of
civiele rechter, waarbij er wordt teruggekeken naar rechtmatgheidn Maar, bestuursorganen
kennen vaak iets toe voor de toekomst (behalve bij boetes), bvn bij verlenen
, verblijfsvergunning, er wordt een toekomstprognose gemaaktn Wij weten niet echt wat er in
de toekomst gaat gebeurenn De rechter kan weinig zeggen over de toekomstprognosen
Deze 3 omstandigheden maken het moeilijk om als burger voor de rechter tegen de overheid te
zeggen dat iets in strijd is met het recht instrumentarium bestuursrechter is beperktn
Rechtsvergelijking burgerlijk- en strafprocesrecht: maar er zijn naast verschillen ook overeenkomstn
Bestuursrecht heef meeste overeenkomsten met civiele recht: grote vereisten voor de eiser in een
zaakn Het proces binnen het bestuursrecht kent dezelfde blauwe druk als het civiele rechtn
Onderscheid binnen bestuursrecht:
- Begunstgend bestuursrecht (uitkeringen worden gegeven etcn) heef overeenkomsten met
civiel recht
• ‘Civilisate’ bestuursprocesrecht: steeds meer een partjenproces
• ‘Verbestuurlijking’ civiel geschil: steeds meer regie rechter, rechter heef veel
machtn
- Belastend bestuursrecht (boetes uitdelen etcn) heef overeenkomsten met strafrecht (in
mindere mate dan civiele recht, maar wel op bepaalde punten):
• Bestuurlijke boetes worden steeds hoger en complexer: bewijsregels die in
het strafrecht gelden, worden ook bij bestuurlijke boetes toegepastn
Bestuursrechter baseert zich in jurisprudente veel op het strafrecht, in
mindere mate Awbn
• OM-afdoening is vorm van bestuurlijke afdoening: steeds minder
mogelijkheden voor burgers voor de rechtern
Beginselen procesrecht: de procedures groeien steeds meer naar elkaar toe, mede wegens het
volgende:
Grote overeenkomsten in beginselen, mede door normering artkel 6 EVRM, óók in het
bestuursrecht:
1n Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtngen of bij het bepalen van de
gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heef een ieder recht op een eerlijke
en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafankelijk
en onpartjdig gerecht dat bij de wet is ingesteldn De uitspraak moet in het openbaar worden
gewezen (…)
2n Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn
schuld in rechte is komen vast te staann
Strafrecht en civiele recht valt onder artn 6 EVRM, binnen het bestuursrecht geldt er ook een criminal
charge (Ozturk arrest): bestuurlijke boete is een criminal chargen Verder is een bijstandsuitkering een
burgerlijk recht, valt ook onder artn 6 EVRMn Dit komt omdat het EHRM autonoom is: zij bepalen zelf
wat onder artn 6 EVRM, alle aanspraken die je kunt maken vallen onder burgerlijke rechten, dus dit
betekent dat vrijwel het gehele bestuursrecht onder artn 6 EVRM valt (behalve asielrecht en gedeelte
ambtenarenrecht)n De procedures van de 3 rechtsgebieden gaan veel op elkaar lijken omdat zij
allemaal aan artn 6 EVRM moeten voldoenn
Ontwikkelingen/actualiteit
Algemeen:
- Internatonalisering: hoe gaan wij om met buitenlandse normen?
- Digitalisering
- Versnelling juridische procedures: nodig voor een goede ontwikkeling van de economien
- Rechtsontwikkeling/sturing maatschappij: geschil is tussen 2 partjen, maar besef dat het
steeds groter maatschappelijk belang heefn
Specifekk bestuursprocesrecht
- Governance vormen veranderen: ons bestuursrecht heef een klassieke visie: met overheid
en rechtern Maar, er worden ook steeds meer andere organen ingesteld met partcipate van
Week 1
Onderwerpen hoorcollege:
- Historische ontwikkeling van het bestuursprocesrecht
- Wezenskenmerken bestuursprocesrecht
- Rechtsvergelijking met het burgerlijk procesrecht en het strafprocesrecht
- Belangrijkste uitdagingen
- Bevoegdheid en voorwerp geschil
De Awb is een kleine wet en vormvrij, dus wij gaan het niet veel hebben over wetsartkelenn
Alles beter dan de burgerlijke rechter:
Eerste jaren na de Grondwet van 1815:
Bestuursrecht is in alle samenlevingen de laatste tak binnen de rechtspraak die tot ontwikkeling
komt, de strafrechter en burgerlijke rechter komen eerder bij de inrichtng van een staatn Er zijn heel
lang absolute vorsten en wordt er dus geen macht gecreëerd, het bestuursrecht, die tegen de
absolute macht in kan ingaan geen tegenmacht die het bestuur beperktn Maar, toch komen er
besluiten die invloed hebben op burgers, en de burgers zullen niet alle maatregelen van de vorst
worden geaccepteerd dan gaat men eerst naar de burgerlijke rechter, dit is de eerste macht die
bestuursrechtspraak gaat doen, de HR biedt rechtsbescherming aan burgers en tast de macht aann
Vervolgens gebeurt er:
- De burgerlijke rechter acht zich snel bevoegd: Willem I vaardigt het Confictenbesluit uit:
indien burgers het niet eens zijn met een confict kunnen burgers niet naar de Hoge Raad,
het moet binnen het bestuur worden opgelostn
- Ook de HR houdt zich niet aan het Confictenbesluit, er is te veel weerstaandn
- Er is dus een burgerlijke rechter die beslist over bestuursrechtn Maar, in die tjd is men niet
tevreden over de burgerlijke rechter: grote weerstand tegen de civiele procedure in het
parlement: te ingewikkeld, kostbaar en tjdrovendn
- De wetgever stelt steeds vaker administratef beroep open (GS, Kroon): We creëren
wetelijke bevoegdheden voor het bestuur voor handelingen en geven rechtsmacht aan
bepaalde organen die het bestuur mogen controleren: gedeputeerde staten, Raad van State
of de Kroon er is dus nog geen specifeke bestuursrechtspraak, maar administratef
beroep waarbinnen het bestuur een proces wordt gebodenn
- Legitmiteit ontleend aan het gezag van het college, niet aan de procedure:
Er zijn niet veel regels, civiele procedure is te ingewikkeld en te duurn De organen
hebben al een enorme bevoegdheid en reputate, het gezag van deze organen wordt
zonder regels geaccepteerdn
Bovendien koos men niet voor regels zodat er geen tweede partj in geschil kwam,
dan moest een hoog orgaan beslissen over een bestuursorgaan overheid beslist
over zichzelf, dit kan rare situates creëren dus bestuursorganen speelden geen
grote rol binnen het bestuursrechtn
Administrate of rechter戀
Debat: de vraag was of de rechtsgang binnen het bestuur moet organiseren of dat we een
onafankelijke rechter nodig hebben die over grenzen kan wakenn
- Hoogleraar Buis: in een moderne staat moet er een onafankelijke rechter zijnn
- Minister Loef: er moet, net als in andere landen, een onafankelijke rechter zijn voor het
bestuursrechtn
- Tegenstander, professor Struik: betoog administrate of rechter: onafankelijke
bestuursrechtspraak is een slecht idee, een onafankelijke rechter is ouderwets, alleen nodig
bij een absolute vorstn In onze parlementaire democrate is het volk aan de macht, deze moet
beslissen niet een elitaire rechter hierboven die de wil van het volk gaat beperkenn Verder is
, een onafankelijke rechter niet goed, een rechter kan rechtsregels toetsen en handhavenn
Maar wat het bestuur doet wordt maar beperkt beheerst door rechtsregelsn Veel is gewoon
handelen door het bestuur, waarachter de democrate zitn Veel besluiten zijn politek
ingegeven en beslissingen worden gecontroleerd binnen de parlementaire democrate, er
zijn maar weinig rechtsregels van toepassingn Rechters hebben verstand van rechtsregels,
maar deze zijn beperkt in het bestuursrecht terwijl er andere expertse nodig isn
Relevante geschiedenis: bepalend hoe wij tegen bestuursrechtspraak aankijken, het komt in NL heel
laat tot ontwikkeling, de onafankelijke bestuursrechtspraakn Wij hebben van origine veel
vertrouwen in administratef beroep, geschil oplossen door de overheid, met parlementaire controle
(wij hebben dus ook geen consttutonele toetsing of rechter)n
Van enumerate naar algemene rechtsbescherming
Tot nu toe administratef beroep bij Gedeputeerde staten, Raad van State en de Kroonn
- Vanaf 1900: De raden van beroep (rechtbank) en de Centrale Raad van Beroep (hoger
beroep) worden de eerste onafankelijke bestuursrechters van Nederlandn Zij waren nodig
voor geschillen die ontstonden bij de Ongevallen Wet, dit wilden wij niet laten oplossen door
de civiele rechtern De raden van beroep ontwikkelden zich tot rechtbanken en centrale raad
van beroep tot hogere rechter (met name voor sociale zekerheid)n
Tot nu toe enumerate: per wet bekijken welke rechter een geschil over deze wet mag
oplossen, het gerecht werd dan per wet aangegevenn Centrale Raad van Beroep mag dus
over een lijst van specifeke weten beslissenn
- Raad van State is niet de oudste bestuursrechter, omdat het van origine een bestuursorgaan
is waaraan de Koning leiding geefn De afdeling advisering bij de Raad van State ging om
administratef beroep (Kroonberoep), omdat zij alleen adviezen mochten gevenn
Dus daarom is de Centrale Raad van Beroep de oudste bestuursrechter, dit was een rechter
met bindende besluiten, maar wel voor specifeke wetenn Centrale Raad heef dus het
bestuursrecht ook in de beginjaren ontwikkeldn
- In de jaren ‘70 ontstaat een algemene aanvullende rechtsgang bij een onafankelijke rechter
(Wet Arob, Afdeling rechtspraak RvS): tot nu toe was er administratef beroep bij de afdeling
advisering van de Raad van Staten Er was enumerate: voor specifeke weten kon men naar
bepaalde rechtersn
Vanaf de jaren 70 ontstaat er de afdeling rechtspraak bij de raad van state, algemene
rechtsbescherming: dit was de eerste algemene bestuursrechter, waarbij er niet in een
specifeke wet was aangegeven welke rechter bevoegd was, deze kon over alle weten
beslissen en gaf een bindende uitspraakn Indien men bijvoorbeeld vergeten aan t geven was
in een wet welke rechter erover mocht beslissenn
- In 1985 oordeelt het EHRM het Kroonberoep in strijd met artn 6 EVRM (Benthem-arrest): het
is geen onafankelijke en onpartjdige bestuursrechtspraak volgens het EHRM, Kroonberoep
adviseerde regering alleen en kon een besluit alsnog in stand houden strijd met artn 6
EVRMn
- In 1994 treedt de Awb in werking: het hele systeem wordt op de schop gegooid, het
kroonberoep bij de afdeling advisering van de Rvs wordt afgeschaf en de afdeling
rechtspraak wordt omgevormd tot de algemene bestuursrechtspraak van de Raad van State
(ABRS)n
De bestuursrechters (bijlage 2, hoofdstukken 2 en 4)
- Raad van State is een bestuursorgaan met advies voor de regering, maar het ontwikkelt zich
ook tot de hoogste algemene bestuursrechter van Nederlandn
- Centrale Raad van Beroep is de oudste bestuursrechter in Nederlandn
- CBB dit is een kleine bestuursrechter, oordeelt over economisch bestuursrecht, denk
hierbij aan regulering van de marktn
Kenmerken bestuursprocesrecht
- Besluit als voorwerp van geschil, men kan in het bestuursrecht alleen tegen een besluit
procederenn Een besluit is een basisvereiste voordat er bij een bestuursrechter geprocedeerd
, kan worden beperking. Bestuursrechter is vooral een toetsende rechter: controleert
besluiten van het bestuursorgaann
- Wat betref de omvang van het geding is niet zozeer het besluit maar bepalen meer de
aangevoerde grieven de omvangn Hiermee verschuif het besluit als centraal voorwerp van
beroep wat naar de achtergrond
- ‘Aanvullende voorziening’: besluitvorming en bezwaar zouden geschillen moeten wegnemen,
hiermee proberen we te bereiken dat de besluitvorming bij het bestuursorgaan zo volledig is
dat geschillen binnen het bestuur opgelost moeten worden, alleen indien men hier echt niet
uit komt, dan kan men naar de rechter (hier zie je de geschiedenis terug)n
Je moet in bezwaar zijn gegaan, voordat je naar de rechter kan, dit past binnen dit ideen
- Rechtmatgheidstoetsing ex tunc door de ‘toetsende rechter’: bestuursrechter mag alleen
rechtsregels handhaven, niet in de politeke besluitvorming mengen van een besluit (dat
moet de overheid doen met democratsche controle)n Daarom spelen het EVRM en algemene
beginselen van behoorlijk bestuur een belangrijke rol om de overheid aan bepaalde regels te
houdenn Ex tunc: kijkt naar het recht ten tjde van het besluit, en kijkt of het bestuursorgaan
zijn bestuurstaak rechtmatg heef uitgeoefendn
- Ongelijke verhouding partjen: een machtge overheidn
- Elk geschil raakt belangen van derden en/of maatschappij: we doen niet aan
partjautonomien Bij elk bestuurlijk besluit vinden wij dat er een algemeen belang bij speelt,
speelt niet alleen tussen een belanghebbende en bestuursorgaann Daarom stellen wij nog
een aantal aanvullende eisen, omdat er ook een algemeen belang isn
Korte beroepstermijnen: na 6 weken krijgt een besluit formele rechtskrachtn Deze
termijnen zijn nodig zodat de overheid en andere belanghebbenden rechtszekerheid
hebbenn
Laagdrempelige procedure besluiten zijn eenzijdige rechtshandelingen en
zodoende machtsuitoefeningn Daarbij hoort een laagdrempelige proceduren Daarom
zijn er lage griferechten, geen verplichte rechtsbijstand etcn
Materiële waarheidsvinding: bestuursrechter mag uit zichzelf veel onderzoek doen,
indien hij dit nodig achtn De rechter gaat echt op zoek naar de materiele waarheidn
Niet-lijdelijke rechter: rechter neemt de leiding, het is niet alleen het geschil van
partjen rechter met veel regie.
Rechtsvergelijking: bestuursrechter spreekt recht in ander universum: het is anders dan civiele
rechtspraak en strafrechtspraakn
- Toetsing in plaats van rechtsvaststelling: Dit komt in belangrijke mate doordat het
bestuursorgaan jouw rechtsposite als burger bepaaltn De rechter stelt dus geen rechtsposite
vast, heef deze expertse niet, maar toetst de besluitvorming omtrent de rechtsvaststelling,
of deze rechtmatg isn Bij andere rechters doet de rechter ook aan rechtsvastelling, ulteme
rechtsvastellingn
Verschillende omstandigheden waardoor bestuursorgaan zegt dat de rechter afstand moet bewaren
in zijn toetsing, dit noemen zij als argumenten:
- Rechter heef beperkt beeld van de praktjk: de rechter ziet maar 1 type procedure, zaken
waar de burger niet krijgt wat hij wiln De bestuursrechter ziet nooit de zaken waarbij wel in
het voordeel van de burger wordt besloten, deze komen niet voor de rechter
(bestuursorgaan zal al deze zaken dan benoemen)n Hierdoor heef de rechter geen compleet
beeld van de praktjk, en kan hierdoor lastg zeggen dat hij het niet eens is met het
bestuursorgaann
- Besturen vraagt om snelle besluitvorming: indien de rechter een besluit voldoende vindt,
maar niet heel goed is (dus het kan nog beter, een 8 inpnvn 6), dan besef hij zich wel dat
besturen vraagt om snelle besluitvormingn De rechter zal dan niet snel van dit besluit een
probleem maken, zodat de besluitvorming snel kan blijven voortduren indien het besluit
voldoende is hier heef de rechter vaak begrip voorn
- Besturen is vooruitzien; rechtspreken is achteruitkijken: dit is anders dan het strafrecht of
civiele rechter, waarbij er wordt teruggekeken naar rechtmatgheidn Maar, bestuursorganen
kennen vaak iets toe voor de toekomst (behalve bij boetes), bvn bij verlenen
, verblijfsvergunning, er wordt een toekomstprognose gemaaktn Wij weten niet echt wat er in
de toekomst gaat gebeurenn De rechter kan weinig zeggen over de toekomstprognosen
Deze 3 omstandigheden maken het moeilijk om als burger voor de rechter tegen de overheid te
zeggen dat iets in strijd is met het recht instrumentarium bestuursrechter is beperktn
Rechtsvergelijking burgerlijk- en strafprocesrecht: maar er zijn naast verschillen ook overeenkomstn
Bestuursrecht heef meeste overeenkomsten met civiele recht: grote vereisten voor de eiser in een
zaakn Het proces binnen het bestuursrecht kent dezelfde blauwe druk als het civiele rechtn
Onderscheid binnen bestuursrecht:
- Begunstgend bestuursrecht (uitkeringen worden gegeven etcn) heef overeenkomsten met
civiel recht
• ‘Civilisate’ bestuursprocesrecht: steeds meer een partjenproces
• ‘Verbestuurlijking’ civiel geschil: steeds meer regie rechter, rechter heef veel
machtn
- Belastend bestuursrecht (boetes uitdelen etcn) heef overeenkomsten met strafrecht (in
mindere mate dan civiele recht, maar wel op bepaalde punten):
• Bestuurlijke boetes worden steeds hoger en complexer: bewijsregels die in
het strafrecht gelden, worden ook bij bestuurlijke boetes toegepastn
Bestuursrechter baseert zich in jurisprudente veel op het strafrecht, in
mindere mate Awbn
• OM-afdoening is vorm van bestuurlijke afdoening: steeds minder
mogelijkheden voor burgers voor de rechtern
Beginselen procesrecht: de procedures groeien steeds meer naar elkaar toe, mede wegens het
volgende:
Grote overeenkomsten in beginselen, mede door normering artkel 6 EVRM, óók in het
bestuursrecht:
1n Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtngen of bij het bepalen van de
gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heef een ieder recht op een eerlijke
en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafankelijk
en onpartjdig gerecht dat bij de wet is ingesteldn De uitspraak moet in het openbaar worden
gewezen (…)
2n Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn
schuld in rechte is komen vast te staann
Strafrecht en civiele recht valt onder artn 6 EVRM, binnen het bestuursrecht geldt er ook een criminal
charge (Ozturk arrest): bestuurlijke boete is een criminal chargen Verder is een bijstandsuitkering een
burgerlijk recht, valt ook onder artn 6 EVRMn Dit komt omdat het EHRM autonoom is: zij bepalen zelf
wat onder artn 6 EVRM, alle aanspraken die je kunt maken vallen onder burgerlijke rechten, dus dit
betekent dat vrijwel het gehele bestuursrecht onder artn 6 EVRM valt (behalve asielrecht en gedeelte
ambtenarenrecht)n De procedures van de 3 rechtsgebieden gaan veel op elkaar lijken omdat zij
allemaal aan artn 6 EVRM moeten voldoenn
Ontwikkelingen/actualiteit
Algemeen:
- Internatonalisering: hoe gaan wij om met buitenlandse normen?
- Digitalisering
- Versnelling juridische procedures: nodig voor een goede ontwikkeling van de economien
- Rechtsontwikkeling/sturing maatschappij: geschil is tussen 2 partjen, maar besef dat het
steeds groter maatschappelijk belang heefn
Specifekk bestuursprocesrecht
- Governance vormen veranderen: ons bestuursrecht heef een klassieke visie: met overheid
en rechtern Maar, er worden ook steeds meer andere organen ingesteld met partcipate van