Toetsvragen Methodisch Handelen:
Vraag 1: Waar staat SMART voor? (antwoord a)
a. Specifiek, Meetbaar. Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden
b. Specifiek, Minimalistisch, Aanvaardbaar, Realistisch. Tijdgebonden
c. Stimulerend, Meetbaar, Acceptabel, Reflecterend, Toereikend
Vraag 2: Welk niveau van analyse richt zich op individuele actoren en entiteiten
zoals huishouden en bedrijven? (antwoord a)
a. Micro-niveau
b. Meso-niveau
c. Macro-niveau
Vraag 3: Wat is een belangrijk kenmerk van methodisch handelen in een
professionele context? (antwoord c)
a. Het is een spontane en ongeplande aanpak
b. Het houdt geen rekening met de behoeften van de client
c. Het omvat systematische en doelgerichte stappen
Vraag 4: Wat is een belangrijk doel van methodisch handelen in een professionele
context? (antwoord b)
a. Het maximaliseren van winst
b. Het bieden van gestructureerde en effectieve hulp of diensten
c. Het vermijden van persoonlijke betrokkenheid
Vraag 5: Wat is de eerste stap in het methodisch handelen proces? (antwoord b)
a. Het formuleren van een probleem
b. Het verzamelen van gegevens
c. Het evalueren van de uitkomsten
Vraag 6: Welk aspect is essentieel voor een succesvolle toepassing van methodisch
handelen? (antwoord b)
a. Impulsiviteit
b. Systematiek en consistentie
c. Minimaliseren van communicatie met de client
Vraag 7: Waarom is reflectie een belangrijk onderdeel van methodisch handelen?
(antwoord c)
a. Reflectie is alleen relevant voor de client
b. Reflectie is niet relevant in methodisch handelen
c. Het helpt professionals om te leren van hun ervaringen en hun aanpak te
verbeteren
Vraag 8: Wat betekent het om ‘’clientgericht’’ te handelen binnen methodisch
handelen? (antwoord a)
a. De behoeften, wensen en belangen van de client staan centraal in het
proces
b. Richten op de behoeften, wensen en belangen van de professional
Vraag 1: Waar staat SMART voor? (antwoord a)
a. Specifiek, Meetbaar. Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden
b. Specifiek, Minimalistisch, Aanvaardbaar, Realistisch. Tijdgebonden
c. Stimulerend, Meetbaar, Acceptabel, Reflecterend, Toereikend
Vraag 2: Welk niveau van analyse richt zich op individuele actoren en entiteiten
zoals huishouden en bedrijven? (antwoord a)
a. Micro-niveau
b. Meso-niveau
c. Macro-niveau
Vraag 3: Wat is een belangrijk kenmerk van methodisch handelen in een
professionele context? (antwoord c)
a. Het is een spontane en ongeplande aanpak
b. Het houdt geen rekening met de behoeften van de client
c. Het omvat systematische en doelgerichte stappen
Vraag 4: Wat is een belangrijk doel van methodisch handelen in een professionele
context? (antwoord b)
a. Het maximaliseren van winst
b. Het bieden van gestructureerde en effectieve hulp of diensten
c. Het vermijden van persoonlijke betrokkenheid
Vraag 5: Wat is de eerste stap in het methodisch handelen proces? (antwoord b)
a. Het formuleren van een probleem
b. Het verzamelen van gegevens
c. Het evalueren van de uitkomsten
Vraag 6: Welk aspect is essentieel voor een succesvolle toepassing van methodisch
handelen? (antwoord b)
a. Impulsiviteit
b. Systematiek en consistentie
c. Minimaliseren van communicatie met de client
Vraag 7: Waarom is reflectie een belangrijk onderdeel van methodisch handelen?
(antwoord c)
a. Reflectie is alleen relevant voor de client
b. Reflectie is niet relevant in methodisch handelen
c. Het helpt professionals om te leren van hun ervaringen en hun aanpak te
verbeteren
Vraag 8: Wat betekent het om ‘’clientgericht’’ te handelen binnen methodisch
handelen? (antwoord a)
a. De behoeften, wensen en belangen van de client staan centraal in het
proces
b. Richten op de behoeften, wensen en belangen van de professional