HOMEOSTASE: negateee terugkoppeling
Toepassing op de glycemie ean de zorgerager
Receptor: meetreceptoren eoor glucose in het bloed
Besturingssysteem: hersenen
Effector: pancreas
Begrippen die ean toepassing zijn:
Intra cellulair: in de cel
Extra cellulair: buiten de cel
Intersttiëel milieu: tussen de cellen (water)n
Glycemie: glucose gehalte in het bloed ean de mens
Glucose: molecule- meest eeneoudige eorm ean suiker – energieleeerancier eoor de cel
Glycogeen
Hypoglycemie: te weinig glucose aanwezig in het bloedeat
Hyperglycemie: te eeel glucose aanwezig in het bloedeat
Pancreas: endocrien weefsel – hormonen:
o Alfa-cellen: glucagon
o Beta-cellen: insuline
Normale grenzen glycemie: 70 – 110 mg/dl bloed.
VOEDING
Boeen de 110 insuline: doel is glycemie naar beneden te krijgen:
Geeaar!! Hoe hoger de glycemie( teeeel suiker)n hoe dikker het bloed bloed gaat minder elot door
kleinere bloedeaten, te weinig transport ean zuurstof: weefseleersterf
1. Glucose gaat ean de bloedbaan naar de cel: geeolge -daling glucose gehalte in het bloed (als
cellen eol ziten)n
2. Glucose wordt omgezet onder ineloed ean insuline naar glycogeen (chemische structuur)n
a. Opgeslagen in de leeer
b. Opgeslagen in de spieren
3. Restant omgezet in VET
Symptomen bij de patiënt: geen in de acute fase
GEEN VOEDING Verpleegkundige taak:
Daalt onder de 70 Hyperglycemie:
Symptomen Orale antdiabetca (pillen )n:
Beeen o Geeoeligheid ean de celwand gaan eerhogen
Honger o Pancreas gaan stmuleren tot producte ean insuline
hoofdpijn Insuline gaan inspuiten
Concentratestoornissen, o Synthetsche eorm ean menselijke insuline
eerwardheid, humeurig Hypoglycemie
Sensor: centraal zenuwstelsel Snelle suiker: frisdrank - cola
Effector: pancreas geet het hormoon o Voorwaarde: patiënt moet zelf kunnen drinken
glucagon af: Nadien trage suiker: boterham
Zet glycogeen weer om in glucose Patiënt in coma: GLUCAGON (spuit)n
(door hormoon glucagon)n
Komt erij in de bloedbaan, glycemie stjgt
Toepassing op de glycemie ean de zorgerager
Receptor: meetreceptoren eoor glucose in het bloed
Besturingssysteem: hersenen
Effector: pancreas
Begrippen die ean toepassing zijn:
Intra cellulair: in de cel
Extra cellulair: buiten de cel
Intersttiëel milieu: tussen de cellen (water)n
Glycemie: glucose gehalte in het bloed ean de mens
Glucose: molecule- meest eeneoudige eorm ean suiker – energieleeerancier eoor de cel
Glycogeen
Hypoglycemie: te weinig glucose aanwezig in het bloedeat
Hyperglycemie: te eeel glucose aanwezig in het bloedeat
Pancreas: endocrien weefsel – hormonen:
o Alfa-cellen: glucagon
o Beta-cellen: insuline
Normale grenzen glycemie: 70 – 110 mg/dl bloed.
VOEDING
Boeen de 110 insuline: doel is glycemie naar beneden te krijgen:
Geeaar!! Hoe hoger de glycemie( teeeel suiker)n hoe dikker het bloed bloed gaat minder elot door
kleinere bloedeaten, te weinig transport ean zuurstof: weefseleersterf
1. Glucose gaat ean de bloedbaan naar de cel: geeolge -daling glucose gehalte in het bloed (als
cellen eol ziten)n
2. Glucose wordt omgezet onder ineloed ean insuline naar glycogeen (chemische structuur)n
a. Opgeslagen in de leeer
b. Opgeslagen in de spieren
3. Restant omgezet in VET
Symptomen bij de patiënt: geen in de acute fase
GEEN VOEDING Verpleegkundige taak:
Daalt onder de 70 Hyperglycemie:
Symptomen Orale antdiabetca (pillen )n:
Beeen o Geeoeligheid ean de celwand gaan eerhogen
Honger o Pancreas gaan stmuleren tot producte ean insuline
hoofdpijn Insuline gaan inspuiten
Concentratestoornissen, o Synthetsche eorm ean menselijke insuline
eerwardheid, humeurig Hypoglycemie
Sensor: centraal zenuwstelsel Snelle suiker: frisdrank - cola
Effector: pancreas geet het hormoon o Voorwaarde: patiënt moet zelf kunnen drinken
glucagon af: Nadien trage suiker: boterham
Zet glycogeen weer om in glucose Patiënt in coma: GLUCAGON (spuit)n
(door hormoon glucagon)n
Komt erij in de bloedbaan, glycemie stjgt