Hoofdstuk 1 (Microscopische technieken)
MICROBIOLOGIE= studie van microscopisch kleine levende organismen.
Micro-organismen = te klein voor het blote oog
bestaan uit cellen (met uitzondering van virussen)
zijn overwegend ééncellig
qua opbouw : 2 typen van cellen :
Prokaryotische cellen: een cellige die geen celkern bevaten en waarvan het DNA
zich los in de cel bevindt. Deze bevaten ook geen celorganellen (behalve
mithochondrion) en zijn erg klein (celdiameter: <2µm). Bv. Bacteriën
Eukaryotische cellen: Meer cellige organismen die wel celkern en celorganellen
bevaten en groot zijn (celdiameter: 2µm-20µm). Bv. planten, dieren, fungi
(schimmels en gisten) en protozoën.
Groepen micro-organismen:
Wieren
Protozoën (oa.parasieten)
Schimmels
Slijmzwammen Ziekteverwekkende of bederf
Gisten veroorzakende micro-organismen
Bacteriën
Virussen : het meest voorkomende micro-organism
Onderzoeken van micro-organismen
Morfologisch Fysiologisch
Groei op voedingsbodems/cellen
Microscopisch: Rechtstreeks/onrechtstreeks
- Lichtmicroscoop
- Electronenmicroscoop
- Speciale microscopische technieken:
• Fasecontrast-
• Donkerveld-
• UV-
• Fluorescente-
Een microscoop maakt kleine voorwerpen (micro-organismen) toch zichtbaar
maken door ze te vergroten.
, Verschillende soorten microscopen:
Lichtmicroscoop
Donkerveldmicroscoop
Fasecontrastmicroscoop
Fluorescentemicroscoop
Elektronenmicroscoop
Lichtmicroscoop
Eerst: Enkelvoudige microscoop
Nu: samengestelde microscoop
met 2 lenzenstelsels
De microscoop bestaat uit 3 delen:
1. Mechanisch gedeelte
2. Belichtngsapparatuur
3. Optsch gedeelte
Mechanisch gedeelte
Dit gedeelte bestaat uit:
• Tubus: draagt de oculairs en de objecteieven.
• Statef met voet: draagt de andere onderdelen
van de microscoop.
• Objectafel: is beweegbaar en hierop ligt het
preparaat. Bij lamplicht: holle spigels en bij
zonnelicht: vlakke spiegels.
• Revolver: een draairichtng onderaan de tubus.
Belichtingsapparatuur
Als er een microscooplamp is opgebouwd: geen spiegel nodig
Diafragma: regelt lichthoeveelheid
Condensor : concentreert licht
MICROBIOLOGIE= studie van microscopisch kleine levende organismen.
Micro-organismen = te klein voor het blote oog
bestaan uit cellen (met uitzondering van virussen)
zijn overwegend ééncellig
qua opbouw : 2 typen van cellen :
Prokaryotische cellen: een cellige die geen celkern bevaten en waarvan het DNA
zich los in de cel bevindt. Deze bevaten ook geen celorganellen (behalve
mithochondrion) en zijn erg klein (celdiameter: <2µm). Bv. Bacteriën
Eukaryotische cellen: Meer cellige organismen die wel celkern en celorganellen
bevaten en groot zijn (celdiameter: 2µm-20µm). Bv. planten, dieren, fungi
(schimmels en gisten) en protozoën.
Groepen micro-organismen:
Wieren
Protozoën (oa.parasieten)
Schimmels
Slijmzwammen Ziekteverwekkende of bederf
Gisten veroorzakende micro-organismen
Bacteriën
Virussen : het meest voorkomende micro-organism
Onderzoeken van micro-organismen
Morfologisch Fysiologisch
Groei op voedingsbodems/cellen
Microscopisch: Rechtstreeks/onrechtstreeks
- Lichtmicroscoop
- Electronenmicroscoop
- Speciale microscopische technieken:
• Fasecontrast-
• Donkerveld-
• UV-
• Fluorescente-
Een microscoop maakt kleine voorwerpen (micro-organismen) toch zichtbaar
maken door ze te vergroten.
, Verschillende soorten microscopen:
Lichtmicroscoop
Donkerveldmicroscoop
Fasecontrastmicroscoop
Fluorescentemicroscoop
Elektronenmicroscoop
Lichtmicroscoop
Eerst: Enkelvoudige microscoop
Nu: samengestelde microscoop
met 2 lenzenstelsels
De microscoop bestaat uit 3 delen:
1. Mechanisch gedeelte
2. Belichtngsapparatuur
3. Optsch gedeelte
Mechanisch gedeelte
Dit gedeelte bestaat uit:
• Tubus: draagt de oculairs en de objecteieven.
• Statef met voet: draagt de andere onderdelen
van de microscoop.
• Objectafel: is beweegbaar en hierop ligt het
preparaat. Bij lamplicht: holle spigels en bij
zonnelicht: vlakke spiegels.
• Revolver: een draairichtng onderaan de tubus.
Belichtingsapparatuur
Als er een microscooplamp is opgebouwd: geen spiegel nodig
Diafragma: regelt lichthoeveelheid
Condensor : concentreert licht