100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting leerdoelen taak 2: anterieure knie pijn

Rating
5.0
(1)
Sold
-
Pages
30
Uploaded on
20-10-2018
Written in
2018/2019

leerdoelen taak 2: anterieure knie pijn BLOK 5

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Unknown
Uploaded on
October 20, 2018
Number of pages
30
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

Content preview

Leerdoelen taak 2: Anterieure kniepijn.


De student kent de anatomie van het patellofemorale gewricht.
Bron: extremiteiten hfst 11

Art. tiiofemoralis
De proximale gewrichtspartner:
De beide condyli femores vormen de convexiteit. Ze promineren voornamelijk aan de dorsale zijde van het
botstuk, waardoor tussen de beide condyli een naar dorsaal en iets naar caudaal geopende inham ontstaat: de
fossa intercondylaris. Aan de ventrale zijde vormen de beide condyli de facies patellaris, waarbij de laterale
condylus meer naar ventraal promineert.

De condyli kunnen worden gezien als de twee neuswielen van een vliegtuig die niet evenwijdig aan elkaar
onderaan de femurschacht zijn vastgezet, maar die divergeren in zowel dorsale als distale richtng. De
divergente in dorsale richtng waarbij de lengteassen van de condyli elkaar snijden onder een hoek van circa
60° draagt er mede toe bij dat tjdens fexie en extensie bewogen wordt om een frontale compromis-as van
beide condyli. De divergente bepaalt tevens dat bij een gebogen knie de condyli in het frontale vlak een
breder contact hebben met het gewrichtsoppervlak op de tbia. Dit compenseert enigszins het verminderde
contactareaal in anteroposterieure richtng, maar absoluut niet het verlies aan passieve stabiliteit.

Beide condyli zijn weliswaar in alle richtngen convex, hun vorm en groote zijn niet gelijk. De mediale
condylus is in ventrodorsale richtng 1 à 2 cm groter en over vrijwel het gehele gewrichtsoppervlak gezien
sterker gekromd. Het tbiofemorale gewrichtsvlak maar ook de zijkant van de laterale condylus is ‘vlakker’ dan
dat van de mediale condylus. In het dorsale deel van het gewrichtsprofel is de laterale femurcondylus in het
sagitale vlak echter sterker gekromd dan de mediale femurcondylus.




a. Mediale condylus b. laterale condyles

De mediale condylus reikt circa 1,7 cm verder distaalwaarts. Dit compenseert de schuine posite van de
schacht (in het frontale vlak) ten opzichte van het sagitale vlak, waardoor de condyli weer transversaal op het
tbiaplateau komen te liggen.

Slot-exorotate
De aangegeven verschillen tussen beide condyli zijn in belangrijke mate bepalend voor de tjdens toenemende
extensie (vanaf 20° fexie) optredende gedwongen exorotate in het transversale vlak. Dit wordt ook de
‘slotexorotate’ of ‘slotrotate’ van de tbia ten opzichte van het femur genoemd.  Dit is een vorm van
‘conjunct rotaton’ die intra-artculair resulteert in een tol linksom van de rechter tbia ten opzichte van het


1

,femur (vanaf distaal gezien) wanneer er in de open keten wordt bewogen, en in een tol linksom (vanaf
proximaal gezien) van de femurcondyli op het tbiaplateau wanneer de knie in de gesloten keten wordt
gestrekt.
Zowel in de open als in de gesloten keten beweegt de tbia vooral
rond de mediale femurcondylus. Dit ‘screw home’-mechanisme (of:
transversale exorotatecomponent ) komt mede tot stand doordat de
mediale femurcondylus door de eminenta intercondylaris bij de
laatste graden extensie iets ‘uit het spoor gedrukt wordt’. Dit
mechanisme is tevens het resultaat van tracte aan de trekvaste
achterste kruisband (dit veroorzaakt rotate van de tbia) en van het
‘te kort worden’ van de voorste kruisband, waardoor de
gewrichtsprofelen nog meer op elkaar worden gedrukt.
De slotrotate draagt in toenemende mate bij aan de stabiliteit van
het kniegewricht naarmate meer in extensierichtng wordt bewogen.

Art. patellofemoralis
De knieschijf, de patella, is een klein, driehoekig sesambeen, dat in de pees van de m. quadriceps femoris ligt.
De bovenrand wordt de iasis patellae genoemd en de naar distaal gerichte punt de apex patellae. De
voorzijde, facies anterior, is convex en vertoont talrijke kleine foramina nutricia. De met kraakbeen beklede
achterzijde, facies artcularis, vormt een gewricht met de facies patellaris aan de voorzijde van het femur en
wordt door een longitudinale richel verdeeld in een klein, concaaf, mediaal facet en een groter, eveneens
concaaf, lateraal facet.

Het gewrichtsvlak heef de vorm van een katrol (trochlea
femoris), met een longitudinaal verlopende groeve in het
centrum tussen de beide condyli femores.



Het laterale gewrichtsfacet op het femur reikt verder naar proximaal, is groter en promineert meer
ventraalwaarts. De kraakbeenbedekking op de patella is aanzienlijk dikker dan die op het corresponderende
gewrichtsvlak op het femur.
Het mediale gewrichtsfacet heef op zijn beurt weer een dunnere bekleding dan het laterale facet.

De patella ligt bij hyperextensie van de knie tegen de femurschacht, direct boven de facies patellaris, en
‘artculeert’ dan met een suprapatellair gelegen vetlichaam.
De patella is zowel in het transversale als in het frontale vlak vrij beweeglijk verbonden door een kruisvormig
wekedelensysteem. In dit systeem kunnen passieve en acteve elementen worden onderscheiden, die de vrije
bewegingsmogelijkheid van de patella tjdens bewegen geleiden en stabiliseren.

Passieve stabilisatoren en de Q-hoek
Tot de passieve stabilisatoren worden gerekend:
- De fascia lata (de buitenste lichaamsfascie),
- De horizontaal verlopende retnacula en de daaronder liggende capsulaire ligamenten,
- en in zekere zin het lig. patellae (aan de apex patellae), dat als een ligament passief de
proximaalwaartse verplaatsing ten opzichte van de tbia limiteert.

De Q-hoek is de hoek tussen de lijn die verloopt van de SIAS naar het middelpunt patella en de lijn in
het verlengde van de patellapees. Een Q-hoek groter dan 15 graden (mannen) of 20 graden
(vrouwen) wordt als een risicofactor gezien voor overielastng van de knie.


2

, Gewrichtskapsel
Het gewrichtskapsel van de knie is vrij stevig, behalve ventraal aan de bovenzijde van het gewricht, waar het
kapsel tussen het femur en de pees van de m. quadriceps naar boven is uitgestulpt en hier de iursa
suprapatellaris vormt. Een tweede uitstulping van de gewrichtsholte, de recessus suipopliteus, bevindt zich
aan de achterzijde van het gewricht en ligt onder de oorsprongspees van de m. popliteus.
De memirana firosa en de memirana synovialis van het kapsel liggen niet overal direct tegen elkaar.
 Aan de achterzijde van het kapsel vormt de membrana synovialis in de fossa intercondylaris een
uitstulping naar voren. In deze uitstulping liggen de kruisbanden.
 Aan de voorzijde van het gewricht heef de membrana synovialis een uitstulping naar achteren. Hierin
bevindt zich een groot vetkussen, het corpus adiposum infrapatellare of het vetlichaam van Hofa.
 In het midden is de voorste synoviale uitstulping door een dunne streng, de plica synovialis
infrapatellaris, verbonden met de fossa intercondylaris van het femur. Ter weerszijden van de plica
promineert het corpus adiposum met twee plooien in de gewrichtsholte. Deze plooien worden de
plicae alares genoemd.

Ligamenten van de knie
Het kapsel van het kniegewricht wordt versterkt door een aantal extern-artculaire ligamenten:
 het lig. patellae (de kniepees); zorgt samen met de quadricepsspieren voor voor- en achterwaartse
stabiliteit.
 het lig. collaterale fiulare (laterale); zorgt voor laterale stabiliteit
 het lig. collaterale tiiale (mediale); zorgt voor mediale stabiliteit
 het lig. popliteum oiliquum; gewrichtskapsel versterker aan de achterzijde
 het lig. popliteum arcuatum; gewrichtskapsel versterker aan de achterzijde

In het kniegewricht komen twee intra-artculaire ligamenten voor:
 het lig. cruciatum anterius (de voorste kruisband); voor- achterwaartse stabilisate
 het lig. cruciatum posterius (de achterste kruisband); voor- achterwaartse stabilisate

Het lig. patellae is, samen met de quadricepspees en de retnacula patellae, opgenomen in de membrana
fbrosa aan de voorzijde van de knie. Door de posite van het ligament ten opzichte van de tbia kan de m.
quadriceps femoris bijdragen aan de voor-achterwaartse stabiliteit van de knie.




3
$6.58
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
7 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
23598 Hogeschool Zuyd
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
62
Member since
7 year
Number of followers
47
Documents
126
Last sold
7 months ago

4.4

35 reviews

5
21
4
7
3
7
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions