Users like you? Theorizing agency in user-generated content
1. Wat is de centrale vraag van de tekst? (Markeer daarbij in de tekst zelf de
kernzinnen)
Als we willen begrijpen hoe socio-economische en technologische transformates e
hui ige opschu ing in machtsverhou ingen tussen me iabe rijven, a verteer ers en
gebruikers beïnvloe en. Dan is het belangrijk om een veelzij ig concept van een
gebruikersbureau te ontwikkelen. Gebruikers zoals 'jij' hebben een vrij beperkt
potenteel om ' e macht van enkelen te ontnemen', laat staan om ' e manier waarop e
werel veran ert' te veran eren.
2. Wat is de redenering die de auteur in deze tekst over deze vraag uiteen zet? Leg de
hoofdgedachte in je eigen woorden uit en verwijs naar de bladzijden om passages
tijdens het werkcollege sneller terug te kunnen vinden.
Doel van e tekst is om agency om vanuit rie perspecteven te bekijken. Vanuit e
culturele perspecteven, economische perspecteven en vanuit han elsrelates. et is
belangrijk om een gelaag concept van agency te ontwikkelen.
3. Welke grote onderdelen/lijnen kan je onderscheiden in de tekst? (Markeer daarbij
in de tekst zelf de belangrijke passages)
- e culturele perspecteven: ontvangers vs. eelnemers
- e economische perspecteven: gebruikers tussen pro ucenten en consumenten
- an elsrelates: amateurs vs. professionals
4. Welke concepten gebruikt of presenteert de auteur hierbij? Probeer deze ook in je
eigen woorden uit te leggen. Licht vakbegrippen die aangehaald worden voldoende
toe.
1. De culturele perspectieven: ontvangers vs. deelnemers:
Er wor t in eze paragraaf vanuit een cultureel perspectef naar agency gekeken
Jenkins: er heerst een extreem optmisme over e nieuwe mogelijkhe en van e me ia.
In ivi uen kunnen ein elijk hun stem laten horen etc. Maar hier is van Dijck het niet per
se mee eens.
Aan it iscours liggen allerlei veron erstellingen aan ten gron slag:
- et iscours gaat uit van een tegenstelling tussen passief en actef. Dus tussen e
passieve ontvanger in e ou e me ia en e acteve eelnemer in e nieuwe me ia.
Maar het is niet zo at ie ereen passief was in e ou e me ia en nu ie ereen actef
is in e nieuwe me ia.
- Bij at hele optmistsche iscours hoort het i ee at it lei t tot een nieuwe manier
van verenigen en eze communites een gemeenschappelijk oel hebben. Maar it is
te optmistsch, e communites van internet zijn van hele an ere aar an e
gemeenschappen. Je kunt het i ee van burgerschap niet toepassen op internet
- En ten er e, nu at burgers makers van me ia-inhou zijn gewor en, welke rol
spelen platormprovi ers? De beperkingen ie platormprovi ers opleggen zijn nog
1. Wat is de centrale vraag van de tekst? (Markeer daarbij in de tekst zelf de
kernzinnen)
Als we willen begrijpen hoe socio-economische en technologische transformates e
hui ige opschu ing in machtsverhou ingen tussen me iabe rijven, a verteer ers en
gebruikers beïnvloe en. Dan is het belangrijk om een veelzij ig concept van een
gebruikersbureau te ontwikkelen. Gebruikers zoals 'jij' hebben een vrij beperkt
potenteel om ' e macht van enkelen te ontnemen', laat staan om ' e manier waarop e
werel veran ert' te veran eren.
2. Wat is de redenering die de auteur in deze tekst over deze vraag uiteen zet? Leg de
hoofdgedachte in je eigen woorden uit en verwijs naar de bladzijden om passages
tijdens het werkcollege sneller terug te kunnen vinden.
Doel van e tekst is om agency om vanuit rie perspecteven te bekijken. Vanuit e
culturele perspecteven, economische perspecteven en vanuit han elsrelates. et is
belangrijk om een gelaag concept van agency te ontwikkelen.
3. Welke grote onderdelen/lijnen kan je onderscheiden in de tekst? (Markeer daarbij
in de tekst zelf de belangrijke passages)
- e culturele perspecteven: ontvangers vs. eelnemers
- e economische perspecteven: gebruikers tussen pro ucenten en consumenten
- an elsrelates: amateurs vs. professionals
4. Welke concepten gebruikt of presenteert de auteur hierbij? Probeer deze ook in je
eigen woorden uit te leggen. Licht vakbegrippen die aangehaald worden voldoende
toe.
1. De culturele perspectieven: ontvangers vs. deelnemers:
Er wor t in eze paragraaf vanuit een cultureel perspectef naar agency gekeken
Jenkins: er heerst een extreem optmisme over e nieuwe mogelijkhe en van e me ia.
In ivi uen kunnen ein elijk hun stem laten horen etc. Maar hier is van Dijck het niet per
se mee eens.
Aan it iscours liggen allerlei veron erstellingen aan ten gron slag:
- et iscours gaat uit van een tegenstelling tussen passief en actef. Dus tussen e
passieve ontvanger in e ou e me ia en e acteve eelnemer in e nieuwe me ia.
Maar het is niet zo at ie ereen passief was in e ou e me ia en nu ie ereen actef
is in e nieuwe me ia.
- Bij at hele optmistsche iscours hoort het i ee at it lei t tot een nieuwe manier
van verenigen en eze communites een gemeenschappelijk oel hebben. Maar it is
te optmistsch, e communites van internet zijn van hele an ere aar an e
gemeenschappen. Je kunt het i ee van burgerschap niet toepassen op internet
- En ten er e, nu at burgers makers van me ia-inhou zijn gewor en, welke rol
spelen platormprovi ers? De beperkingen ie platormprovi ers opleggen zijn nog